Rechtbank noord-holland Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummers: HAA 19/3440 tot en met HAA 19/3445 uitspraak van de meervoudige douanekamer van 23 april 2024 in de zaken tussen [eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres, en de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, verweerder. Procesverloop Verweerder heeft bij beslissingen van 23 september 2018 zes aanvragen voor uitvoervergunningen van eiseres afgewezen. Nadat eiseres tegen deze beslissingen bezwaar had gemaakt heeft verweerder bij uitspraak op bezwaar van 25 juni 2019 de bezwaren ongegrond verklaard. Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep gesplitst in bovenvermelde zaaknummers. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend en daarbij verzocht om geheimhouding van een deel van de stukken van het geding (het verzoek om geheimhouding). Op 8 december 2020 heeft de rechtbank aan partijen meegedeeld dat de behandeling van de beroepen wordt opgeschort in afwachting van een arrest van de Hoge Raad. Dat arrest is op 3 maart 2023 gewezen (ECLI:NL:HR:2023:329). Op 12 maart 2021 heeft de geheimhoudingskamer van de rechtbank het verzoek om geheimhouding van verweerder gedeeltelijk afgewezen. Verweerder heeft vervolgens de stukken verstrekt waarvoor zijn verzoek om geheimhouding is afgewezen. Eiseres heeft geen toestemming gegeven aan de rechtbank om de stukken te gebruiken waarvoor het verzoek om geheimhouding is toegewezen. Partijen hebben nadere stukken ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 januari 2024 te Haarlem. Namens eiseres is ir. [naam 1] verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde mr. [naam 2] bijgestaan door [naam 3] en [naam 4] . Overwegingen Feiten 1. Op 19 december 2017 heeft eiseres zes aanvragen ingediend tot het verlenen van vergunningen voor uitvoer van haar [product] ( [*-product] ) met bijbehorende firmware en software (hierna gezamenlijk ook wel aangeduid als “het systeem”), om in verschillende landen demonstraties te kunnen geven van het systeem: - [beoogd eindgebruiker 1] in [stad 1] , [land 1] (HAA 19/3440);- [beoogd eindgebruiker 2] , [land 2] (HAA 19/3441);- [beoogd eindgebruiker 3] , [land 3] (HAA 19/3442);- [beoogd eindgebruiker 4] in [stad 4] , [land 6] (HAA 19/3443);- [beoogd eindgebruiker 5] in [stad 2] , [land 4] (HAA 19/3444);- [beoogd eindgebruiker 6] in [stad 3] , [land 5] (HAA 19/3445). 2. In de vergunningaanvragen staat telkens dat het gaat om de volgende goederen: “Een combinatie van hardware (tot 20 [*-product] ) met bijbehorende software. Afhankelijk van de software is het gebruik voor het lokaliseren van: - de positie vanwaar mortieren en artillerie schieten ( [systeem 1] ) - de positie vanwaar klein kaliber wapens schieten op een voertuig ( [systeem 2] ) - een statische combinatie van beide bovenstaande ( [systeem 3] )” De naam van het product is telkens “Hardware [*-product] , Software [systeem 1] / [systeem 2] / [systeem 3] ”, met type en versienummer “16/8 voor zowel Hardware als Software”. Het gaat blijkens de vergunningaanvragen telkens om 20 systemen. Uit de door eiseres ter zitting gegeven toelichting blijkt dat de in de aanvraag genoemde software ook de firmware omvat. Elke vergunningaanvraag bevat drie systemen ( [systeem 1] , [systeem 2] , [systeem 3] ), omdat het op het moment van de aanvraag niet bekend is welke systemen de opgegeven eindgebruiker gedemonstreerd wil zien. Om hoeveel systemen het uiteindelijk precies zal gaan is op dat moment ook nog niet duidelijk, maar wel dat het maximaal 20 systemen zal betreffen. 3. De omschrijving van het eindgebruik luidt telkens: “Teneinde haar technologie te verkopen doet [eiseres] veel demonstraties in het buitenland. Dit is altijd in een setting waarbij een vreemde mogendheid schiet met klein kaliber wapens dan wel mortieren/artillerie en [eiseres] op basis van haar sensoren en bijbehorende software akoestische localisaties. Dit doet zij zowel binnen Europa en staat voor het komend jaar gepland in [land waarop de betreffende aanvraag betrekking heeft, dus [land 1] , [land 6] , [land 2] , [land 3] , [land 4] respectievelijk [land 5] ]. De goederen gaan derhalve begeleid en slechts tijdelijk naar het buitenland en blijven eigendom van [eiseres].” Voor wat betreft de publicatie op de website van de overheid staat als omschrijving telkens vermeld: “Doelopsporing” 4. Bij het “soort aanvraag” staat telkens aangekruist dat fysieke overdracht zal plaatsvinden van technologie en/of technische bijstand. Bij het “soort transactie” staat telkens aangekruist dat het gaat om uitvoer of verzending van goederen die bestemd zijn om opnieuw te worden ingevoerd in ongewijzigde staat. 5. Tot de stukken van het geding behoort een evaluatieverslag van eiseres van 15 januari 2014 van een vuurwerkdetectietest die zij rond de jaarwisseling 2013/2014 voor de politie [regio 1] heeft uitgevoerd in [gemeente 1] en [gemeente 2] . In dit verslag schrijft eiseres onder meer: “1.1. Achtergrond informatie Een [*-product] sensor node bestaat uit een: Akoestische vector sensor Behuizing met elektronica Windkap Batterij Data communicatie (…) Total weight without electronics: 1.871 kg Total weight including electronics: 2.120 kg (…) Een [*-product] weegt circa 2 kg, is 30 cm in doorsnede en verbruikt circa 2 W vermogen. Het [*-product] systeem is van ontwikkeld voor het localiseren van Raketten, Artillerie en Mortieren. Dit gebeurt door middel van meerdere Acoustic Vector Sensors (AVS / [eiseres] ) in te zetten en deze samen een locatie te laten bepalen. Binnen Defensie wordt het systeem gebruikt voor trainingsdoeleinden om zo het oefenen van het schieten van mortieren te kunnen optimaliseren / verbeteren. (…) De Main Station Command Post komt in de vorm van een ‘ruggedized’ laptop met daarop het Sensor Management Systeem (SMS) op geinstalleerd, tevens word er ook een antenne, batterij en interconnectiebox bij geleverd (…). De data processor ingebouwd in de [*-product] heeft de mogelijkheden tot het analyseren van de ingekomen audio signalen die verzameld zijn door de Acoustic Vector Sensor (AVS). Daarbij zendt het systeem een tijdsstempel, detectie, richting, afstand en classificatie informatie naar het SMS. Het SMS zal deze informatie dan verder verwerken en zal alle [*-product] data samenvoegen om zo een correcte melding te kunnen weergeven aan de gebruiker (software). Eventueel kunnen andere digitale software pakketten hieraan gekoppeld worden (bijvoorbeeld een emailserver). Het SMS systeem kan de [*-product] sensoren volledig beheren en detectie instellingen op afstand beheren. Tevens heeft dit systeem ook de mogelijkheid om de sensoren aan of uit te zetten.” 6. Tot de stukken van het geding behoort ook een brief van het [team 1] van het Ministerie van Defensie aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken van [datum] waarin onder meer het volgende staat: “ [eiseres] is een [land 7] bedrijf en is in 1994 gestart met, de ontwikkeling en toepassing van een akoestische sensor op basis van deeltjessnelheid (…). De eerste jaren was het bedrijf volledig civiel georiënteerd. Ongeveer 10 jaar geleden heeft de firma [eiseres] samen met de firma [naam firma] Defensie benaderd voor een subsidie programma voor innovatie gericht op het detecteren van schoten. (…) Dat programma is binnen Defensie door het [team 2] ( [team 2] ) begeleid voor klein kaliber wapen detectie en door Artillerie voor zwaar kaliber (artillerie granaten en mortieren) detectie. Alle inspanningen binnen dit programma waren volledig op Defensie en dus militair gericht. Het programma kreeg de naam [naam programma] . (…) De oorspronkelijke sensor richt zich op de automotive en deze tak heeft binnen [eiseres] inmiddels de naam [bedrijfsnaam] gekregen. Het [naam programma] programma behelsde de verdere doorontwikkeling van de sensor. Deze doorontwikkeling was niet gericht op de sensor zelf, maar op de behuizing (bescherming) en de windkap. Door de vormgeving, behuizing en vooral de wind kap is de sensor alleen geschikt voor in het open veld (geen indoor toepassing). Omdat bij de producten van [eiseres] de sensor en de behuizing onlosmakelijk aan de toepassing zijn verbonden, is deze toepassing van de sensor niet bruikbaar voor de automotive industrie maar alleen voor militaire toepassingen zoals mortier en geweer detectie. Deze toepassing is inmiddels belegd binnen de nieuwe tak van [eiseres] , te weten [eiseres] . (…) De analyse van het door de sensor gedetecteerde geluid geschiedt niet meer (zoals in oorsprong van de sensor ontwikkeling het geval was) op sensor niveau, maar vindt plaats d.m.v. software op een separaat main station. (…) De analyse software en de daaraan gekoppelde data zijn gebaseerd en ontwikkeld op de defensieprojecten en -studies en worden door Defensie nog steeds als militair product gezien. Zoals bekend ziet [eiseres] dit anders. (…) Het main station dient derhalve als militair product te worden gezien; de sensor kan, hoewel nog enkel als militair product verkocht, als dual use worden aangemerkt” 7. Tot de stukken van het geding behoort ook de reactie van verweerder van 4 september 2020 op het verweerschrift van eiseres in de procedure bij het Gerechtshof Amsterdam met kenmerk 20/00076 (ECLI:NL:GHAMS:2020:3788). Bij die reactie is onder meer een kopie gevoegd van een advertentie in het Duitse tijdschrift Zu Gleich waarin eiseres uitleg geeft van de werking van het systeem. Daarin vermeldt eiseres onder meer: “During operations the use of an [*-product] system will provide tactical advantages as the POO of indirect fire weapons will be available before the impact of the shot is felt. Obviously depending on the type of mortar or artillery and the distance the flight time of grenades will be in the range of 20 to 30 seconds (or longer) while the POO becomes available almost instantaneous when the shot is fired and the [*-product] report. It will be possible to at least sound a general alarm for incoming fire and counter battery fire can be initiated even before the first hostile round hits the deck.” 8. Uit de stukken van het geding en de door eiseres ter zitting verstrekte toelichting volgt dat ‘firmware’ de software betreft die is geprogrammeerd op een printplaat in de [*-product] zelf, en ‘software’ de software betreft (het onder 5 genoemde SMS) die is geprogrammeerd op een externe automatische gegevensverwerker (bijvoorbeeld de onder 5 genoemde laptop). Data over de geluidssignalen die door de [*-product] worden ontvangen, worden doorgestuurd naar de externe automatische gegevensverwerker waar die informatie door de software kan worden geanalyseerd. Met behulp van de software op de automatische gegevensverwerker kan de [*-product] ook worden bestuurd. 9. Tot de stukken van het geding behoren 6 interne memo’s van verweerder van 18 april 2018 waarin per vergunningaanvraag van eiseres per land wordt beschreven welke criteria uit het Gemeenschappelijk Standpunt positief worden beoordeeld en welke criteria negatief worden beoordeeld. 10. Op 23 september 2018 heeft verweerder de vergunningaanvragen afgewezen. Verweerder ging er daarbij van uit dat de systemen militaire goederen zijn van post ML5c van de Gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen. De afwijzing van de aanvragen voor de tijdelijke uitvoer is gebaseerd op het uitgangspunt dat definitieve uitvoervergunningen ook niet zouden worden afgegeven, zodat het geven van demonstraties geen zin heeft. Bij de toetsing heeft verweerder rekening gehouden met de mogelijkheid dat de systemen na de demonstraties binnen relatief korte termijn geleverd kunnen worden. Per aanvraag heeft verweerder gemotiveerd waarom uitvoer naar het desbetreffende land niet werd toegestaan, waarbij het telkens ging om een negatieve uitkomst van toetsing aan het tweede, derde, en/of vierde criterium van het Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad. HAA 19/3440 10.1. Tijdelijke uitvoer naar ‘ [beoogd eindgebruiker 1] in [stad 1] , [land 1] ’. Verweerder heeft bij de beslissing op de aanvraag gewezen op interne conflicten in de noordoostelijke provincies, opstandelingen die vechten voor onafhankelijkheid, spanningen met gewelddadige incidenten tussen diverse etnische groepen in een aantal deelstaten en het langlopende conflict met [land 6] over de regio [regio 2] , waarin het geweld in 2016 is opgelaaid. Met regelmaat vinden beschietingen plaats in het grensgebied. Omdat de akoestische systemen kunnen worden ingezet bij de interne conflicten en het grensconflict zou verweerder op basis van het derde en vierde criterium geen vergunning voor definitieve uitvoer verlenen. HAA 19/3441 10.2. Tijdelijke uitvoer naar ‘ [beoogd eindgebruiker 2] , [land 2] ’. Verweerder heeft bij de beslissing op de aanvraag gewezen op het in 2015 opgelaaide geweld tussen de overheid en de [organisatie 1] , waarin geen uitzicht is op een hernieuwd staakt-het-vuren. De akoestische systemen kunnen bij dit interne conflict worden ingezet en bovendien bestaat het risico dat de systemen worden geïntegreerd in wapensystemen met vuurleiding. Vanwege de mogelijke inzet in het interne conflict zou verweerder op basis van het derde criterium geen vergunning voor definitieve uitvoer verlenen. HAA 19/3442 10.3. Tijdelijke uitvoer naar ‘ [beoogd eindgebruiker 3] , [land 3] ’. Verweerder heeft bij de beslissing op de aanvraag gewezen op de omstandigheid dat sinds augustus 2013 de EU-lidstaten de uitvoer naar [land 3] tegenhouden van militaire goederen die gebruikt kunnen worden voor interne repressie, bij het neerslaan van protesten door de politie en het optreden van het leger bij anti-terroristische acties in de [regio 3] . Bovendien is [land 3] sinds 2015 betrokken bij militaire operaties tegen [organisatie 2] in [land 8] , waarbij volgens de Verenigde Naties het internationaal humanitair recht wordt geschonden. Vanwege de interne situatie in [land 3] en de mogelijke inzet in [land 8] zou verweerder op basis van het tweede criterium en het derde criterium geen vergunning voor definitieve uitvoer verlenen. HAA 19/3443 10.4. Tijdelijke uitvoer naar ‘ [beoogd eindgebruiker 4] in [stad 4] , [land 6] ’. Verweerder heeft bij de beslissing op de aanvraag gewezen op het langlopende conflict met [land 1] over de regio [regio 2] , waarin het geweld in 2016 is opgelaaid en in 2017 is geëscaleerd. Met regelmaat vinden beschietingen plaats in het grensgebied. Omdat de akoestische systemen kunnen worden ingezet bij het grensconflict zou verweerder op basis van het vierde criterium geen vergunning voor definitieve uitvoer verlenen. HAA 19/3444 10.5. Tijdelijke uitvoer naar ‘ [beoogd eindgebruiker 5] in [stad 2] , [land 4] ’. Verweerder heeft bij de beslissing op de aanvraag gewezen op de betrokkenheid van de [land 4] bij militaire operaties tegen [organisatie 2] in [land 8] , waarbij volgens de Verenigde Naties het internationaal humanitair recht wordt geschonden. Vanwege de mogelijke inzet van de systemen in [land 8] zou verweerder op basis van het tweede criterium geen vergunning voor definitieve uitvoer verlenen. HAA 19/3445 10.6. Tijdelijke uitvoer naar ‘ [beoogd eindgebruiker 6] in [stad 3] , [land 5] ’. Verweerder heeft bij de beslissing op de aanvraag gewezen op de betrokkenheid van [land 5] bij militaire operaties tegen [organisatie 2] in [land 8] , waarbij volgens de Verenigde Naties het internationaal humanitair recht wordt geschonden. De operaties vinden plaats onder leiding van [land 5] . Vanwege de mogelijke inzet van de systemen in [land 8] zou verweerder op basis van het tweede criterium geen vergunning voor definitieve uitvoer verlenen. 11. Op 22 oktober 2018 heeft eiseres bezwaar gemaakt tegen de afwijzingen en zich daarbij onder meer op het standpunt gesteld dat, als de systemen al militaire goederen zijn, het gaat om goederen van de categorie ML5B . De hardware en de software zijn niet specifiek voor militaire toepassingen (door)ontwikkeld. Verder heeft eiseres aangevoerd dat verweerder een onzorgvuldige belangenafweging heeft gemaakt door niet te onderzoeken wat de financiële en economische belangen van eiseres zijn, verweerder de uitvoer van militaire goederen naar deze landen in andere gevallen wel toestaat en verweerder niet de tijdelijke uitvoer mag verbieden op de enkele grond dat definitieve uitvoer ook verboden zou worden. 12. In het hoorgesprek op 15 januari 2019 heeft verweerder toegelicht waarom de aanvragen voor tijdelijke uitvoer zijn behandeld als aanvragen voor definitieve uitvoer: er is sprake van demonstraties aan telkens één specifieke partij, waardoor er vanuit mag worden gegaan dat deze partij ook degene is aan wie uiteindelijk geleverd zal gaan worden (het zou anders zijn als er gedemonstreerd zou worden op bijvoorbeeld een beurs). Nederland wil een betrouwbare partij zijn en consistent beleid voeren ter voorkoming van de situatie dat een goed wordt gedemonstreerd dat vervolgens niet kan worden geleverd omdat de definitieve uitvoer wordt verboden. Eiseres heeft daartegen aangevoerd dat de veronderstelling dat de systemen geleverd zullen worden aan dezelfde partijen als aan wie de demonstratie wordt gegeven hypothetisch is en dat verweerder in ieder geval niet de juiste partij is om hierover te oordelen. Overigens verklaarde eiseres dat niet kan worden uitgesloten dat haar producten op korte termijn leverbaar zijn. Verder heeft verweerder in het hoorgesprek uiteengezet dat de toetsingscriteria per geval worden bekeken en dat dat tot gevolg kan hebben dat de uitkomst per geval varieert, afhankelijk van de aard van het goed, de eindgebruiker en het eindgebruik. Nederland toetst inderdaad soms strenger dan andere lidstaten, omdat de EU-criteria uit het Gemeenschappelijk Standpunt minimumstandaarden zijn en het verlenen van uitvoervergunningen een nationale bevoegdheid is, aldus nog steeds verweerder in het hoorgesprek. Geschil 13. In geschil is of verweerder de zes aanvragen voor uitvoervergunningen van eiseres terecht heeft afgewezen. Primair is in geschil of de systemen waarvoor de uitvoervergunningen zijn aangevraagd kwalificeren als militaire goederen in de zin van de Gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen. Subsidiair is in geschil of de redenen die verweerder aanvoert voor het afwijzen van de aanvragen de besluiten kunnen dragen, meer in het bijzonder de vraag of verweerder voldoende rekening heeft gehouden met het feit dat het gaat om aanvragen voor tijdelijke uitvoer en of verweerder de criteria 2, 3 en 4 van het Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB correct heeft getoetst. Verder is in geschil of verweerder heeft gehandeld in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, meer in het bijzonder met het gelijkheidsbeginsel. 14. Eiseres betoogt dat het systeem niet kwalificeert als een militair goed en dus niet vergunningplichtig is. Noch de hardware, noch de firmware/software is specifiek voor militaire toepassingen ontwikkeld en/of doorontwikkeld. Zij wijst in dat kader op de uitspraak van deze rechtbank van 17 december 2019 in de zaak HAA 17/5299 waarin is geoordeeld dat de [*-product] niet een militair goed is. De rechtbank dient dan ook alleen te oordelen over de firmware en de software. Eiseres verzoekt de rechtbank om vast te stellen dat het systeem, als al sprake is van een militair goed, ingedeeld moet worden in ML5 B . Verweerder heeft volgens eiseres ten onrechte geen rekening gehouden met het feit dat de aanvragen betrekking hebben op tijdelijke uitvoer voor het geven van demonstraties. Er is ten onrechte getoetst alsof sprake is van definitieve uitvoer. In twee wel gehonoreerde aanvragen was dat een belangrijke reden om wel over te gaan tot het verlenen van een vergunning. Dat is in strijd met het gelijkheidsbeginsel, aldus eiseres. Verder stelt eiseres dat na een periode van twee weken de firmware onbruikbaar wordt en dat het na een succesvolle demonstratie veelal jaren duurt voordat een order wordt geplaatst. Meestal hoeft er niet snel geleverd te worden, verweerder heeft niet onderzocht of eiseres snel zou kunnen leveren en voorts is het de vraag of er snel geleverd kán worden, nu de behandeling van een vergunning voor definitieve export al snel 18 maanden duurt. Verweerder heeft verder de gehanteerde toetsingscriteria van het Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexport niet op de juiste wijze toegepast. Verweerder heeft in een aantal soortgelijke gevallen anders beslist, zodat sprake is van schending van het gelijkheidsbeginsel, dan wel het rechtzekerheidsbeginsel. Grote gevestigde partijen worden in gelijke omstandigheden bevoordeeld ten opzichte van eiseres. Zo heeft verweerder wél een vergunning gegeven voor tijdelijke uitvoer van nachtzichtkijkers en een ‘remote weapon station’ naar een beurs in de [land 4] , dit ondanks het feit dat met een remote weapon station geschoten kan worden en met het systeem niet. Verweerder stelt zich ten onrechte op het standpunt dat een demonstratie op een internationale beurs een wezenlijk andere situatie behelst dan een demonstratie met oog op toekomstige levering. Eiseres stelt verder dat verweerder tegen haar een kruistocht voert en dat sprake is van willekeur en ambtsmisbruik. Eiseres verzoekt de rechtbank verweerder op te dragen de beoordeling van uitvoervergunningen in beleid te structureren in die zin dat per land en per categorie militair goed wordt bepaald of uitvoer is toegestaan, waarna binnen die categorieën slechts bij gemotiveerde uitzonderingen aanvragen kunnen worden afgewezen. Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van de beroepen, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vernietiging van de afwijzende beslissingen van 19 december 2017, en verzoekt de rechtbank te bepalen dat het systeem geen militair goed is, althans niet vergunningplichtig is. Indien de rechtbank oordeelt dat sprake is van een vergunningplicht, verzoekt eiseres de rechtbank aan verweerder op te dragen dat hij de vergunningen alsnog verleent, zo nodig met als aanvullende voorwaarde dat de werking van de firmware en software in tijd wordt beperkt. Verder verzoekt eiseres om vergoeding van het griffierecht en van de kosten van de bezwaar- en beroepsprocedure. 15. Verweerder stelt zich op het standpunt dat het systeem een militair goed is in de zin van post ML5b en verwijst voor de kwalificatie als militair goed verder naar het arrest van de Hoge Raad van 3 maart 2023 (reeds aangehaald). Verweerder komt in zoverre terug van zijn eerder ingenomen standpunt dat het systeem een militair goed is in de zin van post ML5c . Voor wat betreft de tijdelijke uitvoer onderkent verweerder weliswaar een onderscheid tussen tijdelijke uitvoer en definitieve uitvoer, maar verweerder wil niet eerst tijdelijke uitvoer toestaan als op voorhand vaststaat dat de definitieve uitvoer zal worden geweigerd. Daarom wordt al op het moment van de voorgenomen tijdelijke uitvoer een beoordeling van de definitieve uitvoer meegenomen. Daarbij is relevant dat de voorgenomen demonstraties niet op beurzen en dergelijke zullen plaatsvinden, maar bij specifieke partijen, namelijk buitenlandse strijdkrachten, en dat het systeem van eiseres snel leverbaar is. Voor wat betreft het gelijkheidsbeginsel stelt verweerder dat uitvoervergunningen van geval tot geval moeten worden beoordeeld waarbij aard van het goed, de soort eindgebruiker en het beoogde eindgebruik in aanmerking genomen moeten worden. De gevallen waarop eiseres wijst betreffen andere goederen en andere eindverbruikers. Verweerder neemt verder afstand van het beeld dat door eiseres wordt geschetst, als zou verweerder een kruistocht tegen eiseres voeren. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van de beroepen. Beoordeling van het geschil Juridisch kader 16. In de Gemeenschappelijke EU lijst voor militaire goederen worden de posten ML5 en ML 21 als volgt omschreven: “ ML 5 Vuurgeleidingssystemen en aanverwante alarm- en waarschuwingssystemen, en aanverwante systemen, test- en uitlijningsapparatuur en apparatuur voor tegenmaatregelen, als hieronder, speciaal ontworpen voor militair gebruik en speciaal ontworpen onderdelen en toebehoren daarvoor: a. wapenvizieren, computers die worden gebruikt bij bombardementen, geschutrichtapparaten en boordbesturingssystemen voor wapens; b. systemen voor het detecteren, identificeren, verkennen of volgen van het doelwit en voor het bepalen van de schootsafstand; toestellen voor opsporing, het samenvoegen van gegevens, herkenning en identificatie; en toestellen voor sensorintegratie; c. apparatuur voor tegenmaatregelen tegen goederen als bedoeld onder ML5 .
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.