RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknr./rolnr.: 10927386 \ KG EXPL 24-20 Uitspraakdatum: 7 maart 2024 Vonnis van de kantonrechter in kort geding in de zaak van: Zorg Vastgoed B.V. gevestigd te Hoorn eiseres verder te noemen: Zorg Vastgoed gemachtigde: mr. I.M. Sinnige te Hoorn tegen [gedaagde] wonende te [plaats] gedaagde verder te noemen: [gedaagde] in persoon verschenen. 1Het procesverloop 1.1. Zorg Vastgoed heeft [gedaagde] op 14 februari 2024 gedagvaard. 1.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 22 februari 2024. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting heeft [gedaagde] bij brieven van 20 februari 2024 en 22 februari 2024 nog stukken en haar pleitnota toegezonden. 2De feiten 2.1. [gedaagde] huurt vanaf 1 juli 2012 een kantoorunit/bedrijfsruimte (van de rechtsvoorganger) van Zorg Vastgoed. De kantoorunit bevindt zich in een bedrijvencomplex op de eerste verdieping (unit 8). In de huurovereenkomst staat dat het gehuurde is gelegen aan [adres 1] . 2.2. Bij e-mail van 25 mei 2020 heeft [gedaagde] aan (de rechtsvoorganger van) Zorg Vastgoed geschreven: “Met dit schrijven doe ik een beroep op de wettelijke ontruimingsbescherming en de verlenging van de ontruimingstermijn tot 1 augustus 2021, op de navolgende gronden. De door u opgezegde kantoorhuurovereenkomst is verlengd tot 1 juni 2020 (…). Met een beroep op de wettelijke ontruimingsbescherming mag de voormalig huurder dan in ieder geval nog 2 maanden blijven zitten (...) Als u akkoord gaat met de verlenging van de ontruimingstermijn tot 1 augustus 2021, dan vervalt uiteraard bovenstaande procedure bij de rechtbank. Omdat ik vanaf 1 juni 2020 geen huurder meer ben, maar gebruiker, zal ik maandelijks de gebruiksvergoeding betalen ter hoogte van de huurprijs (…)”. 2.3. [gedaagde] heeft de kantoorunit niet per 1 augustus 2020 verlaten. 2.4. Bij brief van 17 februari 2022 heeft de advocaat van (de rechtsvoorganger van) Zorg Vastgoed aan [gedaagde] geschreven: “Zoals u zelf heeft gesteld in uw mail van 25 mei 2020 is de huurovereenkomst op 1 juni 2020 geëindigd. (…) U heeft tevens voorgesteld om daarvan af te zien indien cliënt zou instemmen met het gebruik van de ruimte tot 1 augustus 2021. Cliënt heeft hiermee ingestemd (…) Gezien het voorgaande geldt dat de huurovereenkomst per 1 juni 2020 is geëindigd en dat u sinds 1 augustus 20201 geen gebruiksrecht meer heeft. Desalniettemin heeft u het gebruik van de ruimte voortgezet en cliënt heeft hier om hen moverende redenen ook niet tegen opgetreden. Thans heeft cliënte er recht en belang bij dat het kantoorpand vrij van huur en gebruik komt en in dat kader verzoek ik u hierdoor namens hem om de bij u in gebruik zijnde ruimte uiterlijk op 1 september 2022 ontruimd aan cliënt op te leveren. Voor zover vereist zeg ik u tegen deze datum tevens de ontruiming aan. 2.5. Vervolgens is hierover tussen (de rechtsvoorganger van) Zorg Vastgoed en [gedaagde] gecorrespondeerd. 2.6. Bij e-mail van 26 augustus 2022 heeft [gedaagde] aan (de rechtsvoorganger van) Zorg Vastgoed geschreven: “Naar aanleiding van uw brief d.d. 21 juli 2022 ben ik bereid de bedrijfs- kantoorruimte aan [adres 1] per 31 december 2022 ontruimd op te leveren. (…) Mocht u (…) deze termijn niet acceptabel vinden, dan wacht ik de rechtsmaatregelen af.”. 2.7. Bij e-mail van 29 september 2022 heeft de advocaat van (de rechtsvoorganger van) Zorg Vastgoed aan [gedaagde] meegedeeld dat zij akkoord is met het voorstel van [gedaagde] om de kantoorunit op 31 december 2022 ontruimd op te leveren. 2.8. [gedaagde] heeft bij e-mail van 27 december 2022 aan de advocaat van (de rechtsvoorganger van) Zorg Vastgoed geschreven: ”Naar aanleiding van recente informatie beroep ik mij thans op de ongeldige/nietige opzegging van de kantoor huurovereenkomst [adres 1] en daarmee ook van de gebruikersovereenkomst, op de navolgende (feitelijke) gronden: (…) Voorgaande heeft als rechtgevolg dat de kantoor huurovereenkomst [adres 1] herleeft en doorloopt tot 31 augustus 2023 (mits tijdig opgezegd) en dat er op dat moment ook weer een recht ontstaat op ontruimingsbescherming (…). Derhalve ben ik pas bereid vanaf 31 augustus 2023 uit de kantoorruimte te vertrekken en dan alleen als er aantoonbaar een nieuwe huurovereenkomst is aangegaan voor het (…) pand (inclusief [adres 1] ) c.q. er een nieuwe eigenaar is (en deze niet bereid is [adres 1] te verhuren) dan wel er een andere (rechtsgeldige) grondslag voor een opzegging opkomt c.q. de gebruikersovereenkomst niet verlengd.”. 2.9. Vervolgens heeft [gedaagde] geweigerd om de kantoorunit te verlaten. Zij heeft geen verzoek tot verlenging van de ontruimingstermijn ingediend. 2.10. [gedaagde] heeft bij e-mail van 29 juni 2023 aan (de rechtsvoorganger van) Zorg Vastgoed geschreven: “Van de verkoop moet u uiteraard een notariële akte van levering overleggen. Er loopt op dit moment nog een (vanwege herleving) overeenkomst tot en met augustus 2023. Ik doe nu reeds een beroep op (vanwege de herleving) ontruimingsbescherming tot en met december 2023. (…) Uiterlijk 31 december 2023 zal ik de kantoorruimte opleveren, met de toezegging dat er geen nieuwe wettelijke rechten (…) uitgeoefend zullen worden. Er komen dan geen verzoeken tot verlenging meer, het is dan klaar. (…)”. 2.11. Op 28 december 2023 is het bedrijvencomplex aan Zorg Vastgoed geleverd. Per die datum staat Zorg Vastgoed bij het Kadaster geregistreerd als eigenaar van het gehuurde. 2.12. Bij e-mail van 28 december 2023 heeft [gedaagde] aan (de rechtsvoorganger van) Zorg Vastgoed geschreven: “U heeft mij verzocht de kantoorruimte aan [adres 1] te verlaten ivm verkoop van het pand. Omdat ik mondeling heb toegezegd de kantoorruimte te ontruimen bij verkoop van het pand (…) heb ik u vervolgens verzocht de notariële stukken van de verkoop en overdracht aan mij te doen toekomen. Tot op heden heeft u nog steeds geen spoor van bewijs van deze verkoop en overdracht van het pand aan mij overlegd. Ik verzoek u voor de laatste maal de stukken aan mij toe te zenden waaruit blijkt dat het pand (…) verkocht en overgedragen is, bij gebreke waarvan ik mij op het standpunt stel dat de voorwaarde voor vertrek/ontruiming (…) niet vervuld is en de huurder-gebruikersovereenkomst nog doorloopt.”. 2.13. [gedaagde] heeft de kantoorunit niet op 31 december 2023 verlaten en ontruimd. 3De vordering en het verweer 3.1. Zorg Vastgoed vordert – samengevat – dat de kantonrechter bij wijze van voorlopige voorziening [gedaagde] veroordeelt tot I. het binnen drie dagen na betekening van het te wijzen vonnis verlaten en ontruimen van de kantoorruimte gelegen aan [adres 1] , zodanig dat het gehuurde leeg en bezemschoon wordt opgeleverd, onder afgifte van de sleutels aan Zorg Vastgoed, met machtiging van Zorg Vastgoed om bij gebreke van volledige voldoening op kosten van [gedaagde] de verlating en ontruiming zelf te bewerkstellingen met behulp van de sterke arm van politie en justitie, II. tot betaling van een gebruiksvergoeding van € 303,- per maand over de periode vanaf 1 januari 2024 tot de datum van de ontruiming, een en ander met veroordeling van [gedaagde] in de werkelijk proceskosten ten bedrage van € 2.500,-, althans in de forfaitaire proceskosten, waaronder de nakosten. 3.2. Zorg Vastgoed legt het volgende – kort weergegeven – aan haar vorderingen ten grondslag. De huurovereenkomst is door opzegging geëindigd, waarbij er (nadere) afspraken tussen haar rechtsvoorganger en [gedaagde] zijn gemaakt. [gedaagde] heeft niet aan haar toezegging heeft om het gehuurde uiterlijk per 31 december 2023 te verlaten. Een exploot van de deurwaarder heeft ook geen resultaat gehad. [gedaagde] gebruikt de kantoorruimte thans zonder recht of titel. Het gedrag van [gedaagde] kwalificeert als onrechtmatig. Door de weigerachtige opstelling van [gedaagde] is Zorg Vastgoed genoodzaakt om de onderhavige procedure te starten en kosten te maken. Daarom moeten de werkelijke proceskosten voor rekening van [gedaagde] komen. 3.3. [gedaagde] betwist de vordering. Zij voert aan – samengevat – dat de vordering moet worden afgewezen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.