← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2024:4715

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 24/492 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 5 maart 2024 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen [verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker en de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder (gemachtigde: mr. L.A. Vromans). Inleiding 1.

  1. Verweerder heeft de aanvraag van eiser om een ‘indicatie banenafspraak’ met het besluit van 23 oktober 2023 afgewezen. 1.
  2. Met het bestreden besluit van 16 januari 2024 op het bezwaar van eiser is verweerder daarbij gebleven. 1.
  3. Eiser heeft daartegen beroep ingesteld en tevens de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. 1.
  4. Verweerder heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift. 1.
  5. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 5 maart 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen verzoeker en de gemachtigde van verweerder. 1.
  6. Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de voorzieningenrechter Spoedeisend belang
  7. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) alleen een voorlopige voorziening als “onverwijlde spoed” dat vereist. De voorzieningenrechter is van oordeel dat daarvan geen sprake is bij verzoeker. Dat de arbeidsovereenkomst spoedig afloopt is niet een dergelijk belang, omdat verzoeker een WW-uitkering kan aanvragen. Een lopende sollicitatieprocedure is eveneens geen spoedeisend belang. De conclusie is dat er geen enkel spoedeisend belang is. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af. Inhoudelijk
  8. Ter zitting heeft de voorzieningenrechter verzoeker uitgelegd, dat ook al had hij een spoedeisend belang, verzoeker geen sterke zaak heeft. Uit de gegevens van Suwinet (de polisadministratie) blijkt immers dat verzoeker meer dan het minimumloon kan verdienen en daarom niet in het doelgroepregister kan worden opgenomen. De enkele verwijzing naar een verdrag van de Verenigde Naties kan verzoeker niet baten, omdat verzoeker niet onderbouwt of en in hoeverre dat in zijn zaak van toepassing is. Dus ook op inhoudelijke gronden wordt het verzoek afgewezen.
  9. Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 5 maart 2024 door mr. M. Jurgens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.H. Bosveld, griffier. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.