RECHTBANK Noord-Holland Civiel recht Zittingsplaats Alkmaar Zaaknummer: C/15/344915 / HA ZA 23-569 Vonnis van 5 juni 2024 in de zaak van [eiseres] , wonende te [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiseres] , advocaat: mr. S.A. Wensing te Emmen, tegen 1 [gedaagde sub 1] , 2. [gedaagde sub 2] , 3. [gedaagde sub 1] EN [gedaagde sub 2] , beiden in hun hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige [minderjarige] , allen wonende te [woonplaats] , advocaat: mr. R.P. van den Broek en I. Gerritsen te Utrecht, hierna samen te noemen: [gedaagden sub 1+2] 4 4. PAARDENKLINIEK HOLLANDS KROON C.V., gevestigd te Middenmeer, 5. EQUINE HEALTH BAKKER B.V., vennoot van Paardenkliniek Hollands Kroon, gevestigd te Middenmeer, 6. INNOVET WIERINGERMEER EQUINE B.V., vennoot van Paardenkliniek Hollands Kroon, gevestigd te Slootdorp, 7. [gedaagde sub 7], vennoot van Paardenkliniek Hollands Kroon, wonende te [woonplaats] , advocaat: mr. A.M. Thomas te Alkmaar, hierna samen te noemen: Paardenkliniek Hollands Kroon. gedaagde partijen, De zaak in het kort [eiseres] heeft in 2022 voor € 75.000,- een pony gekocht voor haar dochter. Een jaar later besluit [eiseres] de pony te verkopen en de pony wordt daarom klinisch gekeurd. Hieruit blijkt dat de pony een botcyste in de knie van het rechterachterbeen heeft. De keurende dierenarts concludeert dat de botcyste reeds aanwezig was tijdens de klinische keuring in 2022 door Paardenkliniek Hollands Kroon en ook bij een klinische keuring in 2017. [eiseres] stelt zich ten aanzien van de verkopende partij (uit 2022) op het standpunt dat er sprake is van non-conformiteit dan wel dwaling. De rechtbank wijst de vorderingen af. Daarnaast stelt [eiseres] dat de keurend dierenarts uit 2022 aansprakelijk is voor de schade. Indien de dierenarts een juiste beoordeling zou hebben verstrekt dan zou [eiseres] de pony niet hebben gekocht. Aangezien in onderhavige procedure diverse dierenartsen hebben verklaard en er geen eenduidige lijn in de verklaringen is, oordeelt de rechtbank dat partijen zich uit moeten laten over het voornemen van de rechtbank een deskundigenonderzoek te laten doen. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 29 september 2023 met producties 1 tot en met 11, - de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 12 van [gedaagden sub 1+2] , -de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 4 van Paardenkliniek Hollands Kroon, - het tussenvonnis van 31 januari 2024, - de akte wijziging eis tevens akte overlegging producties 12 tot en met 18 van [eiseres] , - de akte overlegging producties 13 tot en met 17 van [gedaagden sub 1+2] , - de op 25 april 2024 gehouden mondelinge behandeling. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. De advocaten van partijen hebben gebruik gemaakt van spreekaantekeningen en deze overgelegd. Verder heeft Mr. Wensing een USB-stick overgelegd met röntgenopnames van de pony op 9 augustus 2023. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. In 2017 heeft [gedaagden sub 1+2] een dressuurpony, een ruin met de naam Pearcy’s Popeye en geboren op 7 mei 2010 (hierna: de pony) gekocht van dressuurstal [naam] . Destijds is de pony klinisch en röntgenologisch gekeurd door dierenarts drs. M.G.A. Aarts van Dierenartspraktijk Sint-Oedenrode. [minderjarige] (hierna: [minderjarige] ) heeft de pony vanaf dat moment succesvol uitgebracht in de klasse Z2 bij de pony’s, internationaal gestart en uitgebracht in de klasse ZZ-zwaar bij de paarden. 2.2. [eiseres] heeft in augustus 2022 de pony gekocht voor haar dochter voor de koopsom van € 75.000,-. 2.3. [minderjarige] is influencer. Zij heeft een social media kanaal en een YouTube-pagina, waarin zij haar volgers een kijkje geeft in haar leven met haar pony’s. Op 3 maart 2023 heeft [minderjarige] zich ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. De activiteiten van de onderneming bestaan uit “SBI-code: [nummer] – Overig sport- en recreatieonderwijs Online paardentrainingen.” 2.4. Op 22 augustus 2022 heeft [minderjarige] de pony te koop gezet op haar social media kanalen. In het bericht staat, voor zover hier van belang, het volgende vermeld: “For sale mijn FEI once in a lifetime power pony Pearcy’s Popeye lief knap FEI schoolmaster (…) Ik heb hem zelf opgeleid naar de klasse Z2 ponu’s en meerdere internationale wedstrijden gereden! Ook is Popeye ZZZ tussen de paarden. Popeye is een echte schoolmaster om jou ook naar dit niveau te brengen en te genieten van mooie internationale wedstrijden. (…)” 2.5. [eiseres] was op zoek naar een geschikte dressuurpony voor haar dochter om uit te brengen in de dressuursport. Op 27 augustus 2022 is [eiseres] samen met haar dochters bij [gedaagden sub 1+2] langsgegaan om de pony te proberen. 2.6. Voorafgaand aan de koop is de pony klinisch en röntgenologisch goedgekeurd door Paardenkliniek Hollands Kroon, in de persoon van drs. W.J.G. Bakker. [gedaagden sub 1+2] heeft de afspraak gemaakt met Paardenkliniek Hollands Kroon en de pony op 30 augustus 2022 laten keuren. [eiseres] was daarbij niet aanwezig. Paardenkliniek Hollands Kroon heeft de kosten van de keuring aan [eiseres] gefactureerd. [eiseres] heeft de factuur voldaan. 2.7. Op 31 augustus 2022 heeft [eiseres] de koopsom per bank overgemaakt aan [gedaagden sub 1+2] en op 5 september 2022 is de pony door [gedaagden sub 1+2] naar [eiseres] gebracht. 2.8. In de daaropvolgende weken blijven [eiseres] en [minderjarige] in contact. [minderjarige] heeft de dochters van [eiseres] op maandagen en woensdagen geholpen met het rijden van de pony. 2.9. In juli 2023 heeft [eiseres] besloten de pony te verkopen. 2.10. Op 9 augustus 2023 is de pony gekeurd door drs. J.T.M. Maree. Maree heeft geconstateerd dat er een botcyste in de knie van het rechter achterbeen van de pony zit. 2.11. Bij brief van 14 augustus 2023 heeft [eiseres] de koopovereenkomst buitengerechtelijk vernietigd dan wel ontbonden. Ook heeft [eiseres] op 14 augustus 2023 Paardenkliniek Hollands Kroon aansprakelijk gesteld voor alle schade wegens toerekenbare tekortkoming in de nakoming van haar keuringsopdracht. 2.12. Op 9 november 2023 heeft dierenarts M. Aarts van Dierenartsenpraktijk de Meijerij geschreven (productie 11 van [gedaagden sub 1+2] ): “(…) Deze pony is door mij op 11 oktober 2017 klinisch en rontgenologisch gekeurd en op beide fronten in orde bevonden. De pony heeft daarna een succesvolle dressuurcarriere opgebouwd, zowel op hoog niveau in de ponysport alsmede op hoog niveau in de paardensport. Op 30 augustus 2022 is de pony in het kader van verkoop opnieuw klinisc en rontgenologisch gekeurd (elders door een andere dierenarts) en in orde bevonden. (…) Recent (09 augustus 2023) is de pony opnieuw gekeurd voor een potentiele koper en werd door een derde keurend dierenarts een cyste in de mediale femurcondyl van de rechterknie geconstateerd. Terugkijkend kan geconstateerd worden dat deze cyste zowel bij mijn keuring op 11 oktober 2017 als bij de keuring door de tweede collega op 30 augustus 2022 reeds aanwezig was en helaas door beiden over het hoofd is gezien. Voor zover vergelijking tussen de rontgenopnamen van 2017 en 2022 mogelijk is bestaat de indruk dat deze cyste in 5 jaar tij aanmerkelijk minder zwart is geworden, dus waarschijnlijk geleidelijk steeds meer is opgevuld met normaal botweefsel. De allerbelangrijkste conclusie echter is dat Pearcy’s Popeye al deze jaren bewezen heeft prima en op hoog niveau te kunnen presteren in de dressuursport, waaruit mijns inziens blijkt dat genoemde cyste geen rol van betekenis heeft gespeeld of gaat spelen. De geschiktheid als sportpony staat mijns inziens dan ook niet ter discussie. (…)” 2.13. Op 11 januari 2024 heeft dierenarts A. Asveld van Arthur dierenkliniek het volgende geschreven (productie 4 van Paardenkliniek Hollands Kroon): “(…) Op de vraag of de cyste gezien zou moeten zijn op de foto’s van de keuring door Paardenkliniek Hollands Kroon van 30 augustus 2022 het volgende: De cyste is na aanduiden zichtbaar op de zijdelingse opname van de knie, echter op deze opname is door overprojectie van de andere anatomische structuren de cyste nauwelijks te zien. Het is zeer te betwijfelen of er redelijkerwijs van een keurend dierenarts verwacht mag worden dat deze zaken ten alle tijden opgemerkt moeten worden als er niet meer opnamen uit andere richtingen gemaakt zijn. Deze standaardopnamen van knie worden met name gemaakt om OCD – kraakbeenafwijkingen in de knie te diagnosticeren. Voor arthrose indicaties en beginnende cysteuze letsels is men aangewezen op aanvullende voor- achterwaartse opnamen van de knie. Beginnende afwijkingen aan mediale of laterale femurcondylen en een juiste indicatie van arthrose is NIET te maken op de zijdelingse/schuine opname van de knie. Dit zijn echter GEEN standaardopnamen in de Nederlandse keuringsset, wel min of meer standaard bij keuringen o.a. naar Amerika om hiervoor genoemde redenen. Indien koper/verkoper niet specifiek naar uitgebreidere set foto’s vraagt zul je daardoor afwijkingen missen bij de standaard Nederlandse set. (…)” 2.14. Dierenarts B. van der Meij heeft op 10 januari 2024 een verklaring opgesteld (productie 4 van Paardenkliniek Hollands Kroon): “Bij deze verklaar ik, Erkende paardendierenarts Drs. Bram van der Meij, dat ik de röntgenopnames gemaakt op 30-08-2022 van de Pearcy’s Popeye beoordeeld heb. De botcyste die aanwezig is in de knie RA, is op deze correcte zijdelingse röntgenopnames moeilijk te zien vanwege de verschillende structuren die over elkaar heen liggen. (…) Daarnaast hoeft de aanwezigheid van een dergelijke botcyste lang niet altijd voor klinische problemen te zorgen. Ondergetekende heeft meerdere paarden gezien met dergelijke botcystes in de knie die er goed mee functioneren in de sport. Aangezien de botcyste al in 2017 aanwezig was en het paard goed gepresteerd heeft lijkt mij de klinische relevantie van de botcyste in deze casus klein.” 2.15. Dierenarts J. Stevens van paardenpraktijk Eemsmond heeft op 9 april 2024 als volgt verklaard (productie 14 van [eiseres] ): “(…) Ik merk op dat de conclusie van dierenarts Maree mijns inziens terecht is. Een paart/pony met een dergelijke grote röntgenologische afwijking kan niet goedgekeurd worden voor de sport vanwege het verhoogde risico. Er is namelijk een kans dat de cyste gaat communiceren met de gewrichten en daardoor zal het kreupel raken en derhalve volledig ongeschikt. Dit risico bestaat altijd. (…)” 2.16. Dierenarts E. Enzerink van Veterinair Centrum Someren heeft op 12 april 2024 als volgt verklaard (productie 14 van [gedaagden sub 1+2] ): “(…) Röntgenopnames van aug 2022 laten op de Lm opname van de rechterknie een aftekening zien van een subchonrale femurcondylcyste. (…) We zien vaker dat subchondrale femurcondylcystes geen klinische klachten geven en paarden/ponies er goed mee kunnen functioneren. Onze ervaring is dat als deze femurcondylcystes jarenlang zonder klachten en onveranderd blijven op de röntgenopnames de kans erg klein is dat ze alsnog problemen gaan geven.” 2.17. Dierenarts M. Aarts heeft daarna op 15 april 2024 nog een aanvullende verklaring gegeven waarbij hij de röntgenfoto’s van de pony uit 2017, 2022 en 2023 heeft vergeleken en geconstateerd dat er geen verslechtering c.q. verandering van de botcyste te zien is. Verder verklaart hij dat: “In combinatie met probleemloos op niveau functioneren en zonder enige aanwijzingen voor kreupelheid betekent dit mijns inziens dat redelijkerwijs aangenomen mag worden dat genoemd paard met deze bemerking prima functioneel kan zijn en blijven.” (productie 17 van [gedaagden sub 1+2] ) 3Het geschil 3.1. [eiseres] vordert na eiswijziging, samengevat, dat de rechtbank, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: ten aanzien van [gedaagden sub 1+2] primair I. de tussen [eiseres] en [gedaagden sub 1+2] gesloten koopovereenkomst gedeeltelijk ontbindt en [gedaagden sub 1+2] veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 62.500,- aan [eiseres] vermeerderd met de wettelijke rente, subsidiair II. het door [eiseres] geleden nadeel opheft en [gedaagden sub 1+2] veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 62.500,- aan [eiseres] vermeerderd met de wettelijke rente, uiterst subsidiair III. voor recht verklaart dat [eiseres] de met [gedaagden sub 1+2] gesloten koopovereenkomst rechtsgeldig gedeeltelijk heeft ontbonden dan wel haar een beroep op opheffing van het geleden nadeel bij dwaling toekomt, IV. [gedaagden sub 1+2] veroordeelt tot betaling van de kosten van stalling en onderhoud op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, vermeerderd met de wettelijke rente, V. [gedaagden sub 1+2] veroordeelt tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten, VI. [gedaagden sub 1+2] veroordeelt in de proceskosten. ten aanzien van Paardenkliniek Hollands Kroon I. voor recht verklaart dat Paardenkliniek Hollands Kroon toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst van opdracht, II. Paardenkliniek Hollands Kroon veroordeelt tot betaling van de schade op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, vermeerderd met de wettelijke rente, III. Paardenkliniek Hollands Kroon veroordeelt tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten, IV. Paardenkliniek Hollands Kroon veroordeelt in de proceskosten. 3.2. [eiseres] legt het volgende aan haar vorderingen ten grondslag. ten aanzien van de vordering jegens [gedaagden sub 1+2] De pony beantwoordt niet aan de koopovereenkomst. [eiseres] heeft de pony aangeschaft met als doel om het als sportpony in te zetten maar gebleken is dat de pony een gebrek heeft, namelijk een botcyste. De pony is ongeschikt en op grond van artikel 6:270 van het Burgerlijk Wetboek (BW) moet de overeenkomst (gedeeltelijk) ontbonden worden. Daarnaast is er sprake van dwaling omdat bij een juiste voorstelling van zaken de koopovereenkomst niet zou zijn gesloten. Als [eiseres] had geweten dat de pony een botcyste had, dan had zij de pony niet gekocht. Zij beroept zich op het opheffen van het nadeel bij dwaling op grond van artikel 6:230 BW. Tot slot heeft [eiseres] aangevoerd dat er sprake is van wanprestatie omdat [gedaagden sub 1+2] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst doordat zij geen gezonde pony vrij van verhoogde risico’s heeft geleverd. Er is daarbij sprake van ongerechtvaardigde verrijking omdat [eiseres] alle lasten van onderhoud op zich dient te nemen die feitelijk voor rekening van [gedaagden sub 1+2] had moeten komen. ten aanzien van de vordering jegens Paardenkliniek Hollands Kroon Paardenkliniek Hollands Kroon is toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst van opdracht. De schade zou niet zijn ontstaan als Paardenkliniek Hollands Kroon wel een deugdelijke keuring zou hebben uitgevoerd. Indien Paardenkliniek Hollands Kroon een juiste beoordeling zou hebben verstrekt, te weten een verhoogd risico dan zou [eiseres] de pony niet hebben gekocht. 3.3. [gedaagden sub 1+2] en Paardenkliniek Hollands Kroon voeren verweer. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling ten aanzien van de vordering jegens [gedaagden sub 1+2] Contractspartij 4.1. De rechtbank is van oordeel dat niet [minderjarige] maar haar ouders ( [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] ) de verkopende partij zijn. De verkoopadvertentie voor de pony is weliswaar op de social media accounts van [minderjarige] geplaatst maar de correspondentie over de koop van de pony is met [gedaagde sub 1] gevoerd. Daarnaast is de koopsom overgemaakt naar de rekening van [gedaagde sub 1] en/of [gedaagde sub 2] . Nergens uit blijkt dat de onderhandelingen over de koop van de pony zijn gevoerd met [minderjarige] . Consumentenkoop 4.2. De stelling van [eiseres] dat in casu sprake is van consumentenkoop is onjuist. Gesteld noch gebleken is dat [gedaagde sub 1] en/of [gedaagde sub 2] bij de verkoop hebben gehandeld in de uitoefening van hun beroep of bedrijf. Los daarvan, is [minderjarige] ook niet beroeps- of bedrijfsmatig bezig met de handel in paarden of pony’s. Uit het handelsregister blijkt dat [minderjarige] zich bezighoudt met online paardentrainingen, meer specifiek is zij influencer in de paardensport en maakt zij content voor YouTube en social media. De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is van een consumentenkoop. Non-conformiteit 4.3. Beoordeeld dient te worden of [eiseres] de overeenkomst tussen partijen terecht buitengerechtelijk (gedeeltelijk) heeft ontbonden omdat de pony niet aan de koopovereenkomst beantwoord, zoals door [eiseres] is gesteld en door [gedaagden sub 1+2] is betwist. 4.4. Op grond van artikel 7:17 lid 2 BW beantwoordt de pony niet aan de koopovereenkomst indien de pony mede gelet op de aard daarvan en de mededelingen die [gedaagden sub 1+2] heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die [eiseres] op grond van de overeenkomst mocht verwachten. [eiseres] mocht verwachten dat de pony de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan zij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen, alsmede de eigenschappen die nodig zijn voor een bijzonder gebruik dat bij de overeenkomst is voorzien. 4.5. [eiseres] heeft gesteld dat de pony non-conform is omdat hij een botcyste heeft. Het was van groot belang dat de pony volledig gezond en geschikt zou zijn, aldus [eiseres] . Volgens [gedaagden sub 1+2] levert de botcyste geen gebrek op die maakt dat de pony hierdoor niet gezond of geschikt zou zijn voor het beoogde gebruiksdoel. 4.6. De rechtbank overweegt als volgt. Uit de tekst van de advertentie blijkt dat [gedaagden sub 1+2] de pony heeft aangeprezen als “een echte schoolmaster om jou ook naar dit niveau (Z2 pony’s en ZZZ paarden, toevoeging
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.