beslissing RECHTBANK NOORD-HOLLAND [jw.sys.1.zaaknr] / [jw.sys.1.rolnummer_rekestnr][datum_beslissing] Wrakingskamer zaaknummer / rekestnummer: 347234 KG RK 23-167 Beslissing van 10 januari 2024 Op het verzoek tot wraking ingediend door: [verzoeker] , wonende te [woonplaats] , verzoeker. Het verzoek is gericht tegen: mr. M.M. Kruithof, hierna te noemen: de rechter. 1Procesverloop 1.1 Verzoeker heeft op 15 december 2023 ter zitting de wraking verzocht van de rechter in de bij deze rechtbank, team Handel, Kanton & Insolventie, locatie Haarlem aanhangige zaak met als zaaknummer 10765396 \ WM VERZ 23-1587, hierna te noemen: de hoofdzaak. 1.2 De rechter heeft niet in de wraking berust en heeft op 18 december 2023 schriftelijk op het verzoek gereageerd. 1.3 De wrakingskamer heeft op grond van de hierna opgenomen overweging besloten dat zonder mondelinge behandeling op het wrakingsverzoek zal worden beslist. 1.4 Op 21 december 2023 is de reactie van de rechter samen met het proces-verbaal van de zitting van 15 december 2023 aan verzoeker toegestuurd. In die e-mail is tevens aan verzoeker meegedeeld dat zonder zitting op zijn wrakingsverzoek zal worden beslist. Verzoeker heeft bij e-mail van 21 december 2023 gereageerd. 1.5 Vervolgens heeft de wrakingskamer bepaald dat vandaag uitspraak zal worden gedaan. 2De feiten 2.1 De hoofdzaak betreft het door verzoeker bij de kantonrechter ingestelde beroep tegen de beslissing van de officier van justitie om verzoeker een boete op te leggen wegens het met de auto niet stoppen voor een rood verkeerslicht. 2.2 Het beroep van verzoeker zou worden behandeld op de zitting van 15 december 2023. 2.3 Om 03.08 uur in de nacht voorafgaand aan de zitting heeft verzoeker zijn pleitaantekeningen naar de griffie in Alkmaar gestuurd. 2.4 Nadat de kantonrechter op 15 december 2023 de zitting had geopend heeft verzoeker zijn pleitaantekeningen voorgelezen. Hij heeft zich – kort samengevat – op het standpunt gesteld dat de verbalisant die achter verzoeker reed en hem staande heeft gehouden het betreffende stoplicht nooit heeft kunnen zien, omdat het stoplicht om de hoek staat en volledig aan het zicht is onttrokken door takken van een vol in het blad staande boom. Dat blijkt volgens verzoeker uit de door hem in de hoofdzaak ingebrachte foto’s. Verzoekers conclusie is dat de verbalisant dus heeft gelogen en daarmee een ambtsmisdrijf heeft begaan. De officier van justitie had daar na kennisname aangifte van moeten doen, maar heeft in plaats daarvan de verbalisant aangezet tot ambtsmeineed en heeft daarmee zelf een ambtsmisdrijf gepleegd, aldus de pleitaantekeningen van verzoeker. 2.5 Direct na het voorlezen van zijn pleitaantekeningen heeft verzoeker de kantonrechter gewraakt. De kantonrechter heeft een proces-verbaal van de wraking opgemaakt en de behandeling van hoofdzaak daarna geschorst. 2.6 Bij e-mail van 21 december 2023 is de schriftelijke reactie van de rechter samen met het proces-verbaal van de zitting van 15 december 2023 aan verzoeker toegestuurd en is hem meegedeeld dat zonder zitting op zijn wrakingsverzoek zal worden beslist. 2.7 Verzoeker heeft bij e-mail van 21 december 2023 gereageerd. In die e-mail schrijft hij onder meer dat het de vraag is of de kantonrechter in de hoofdzaak door het openbaar ministerie wel is voorzien van alle op de zaak betrekkelijke stukken, waaronder de door hem ingebrachte foto’s. Verzoeker eist (onder meer) antwoord op die vraag. 3Het standpunt van verzoeker 3.1 Verzoeker heeft ter onderbouwing van het wrakingsverzoek – samengevat – het volgende aangevoerd. 3.2 De verbalisant en de officier van justitie hebben een ambtsmisdrijf begaan. Verzoeker heeft de rechter daarvan, door het toesturen van zijn pleitaantekeningen voorafgaand aan de zitting, op de hoogte gesteld. De rechter had de zitting daarna niet mogen openen, maar had aangifte van ambtsmeineed moeten doen. 4De reactie van de rechter 4.1 De rechter heeft niet in de wraking berust en heeft op 18 december 2023 schriftelijk op het wrakingsverzoek gereageerd. Zij stelt zich op het standpunt dat het wrakingsverzoek moet worden afgewezen en heeft daartoe – samengevat – het volgende aangevoerd. 4.2 Pas na de wraking is de rechter er door de griffie van op de hoogte gebracht dat verzoeker in de nacht voor de zitting zijn pleitnota met daarin het wrakingsverzoek aan de griffie had toegestuurd. Met die pleitnota was de rechter voorafgaand aan de zitting dus nog niet bekend. Het openen van de zitting is bovendien een procesbeslissing die geen grond kan zijn voor wraking. Daar komt nog bij dat het de taak van de rechter is om op de zitting onderzoek te doen, vragen te stellen en beide partijen in de gelegenheid te stellen hun standpunt toe te lichten en pas een beslissing te nemen na voldoende te zijn voorgelicht door partijen. De (vertegenwoordiger van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.