← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2024:6034

RECHTBANK Noord-Holland Civiel recht Zittingsplaats Haarlem Zaaknummer: C/15/352140 / KG ZA 24-234 Vonnis in kort geding van 14 juni 2024 in de zaak van 1 [eiser 1] wonende te [plaats]

  1. [eiser 2] wonende te [plaats] eisende partijen hierna samen te noemen: [eisers] advocaat: mr. J.B. de Jong tegen 1 [gedaagde 1] wonende te [plaats]
  2. [gedaagde 2] wonende te [plaats] gedaagde partijen hierna samen te noemen: [gedaagden] advocaat: mr. R.W. de Pater 1De procedure 1.
  3. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de wijziging van eis - de mondelinge behandeling van 13 juni 2024 waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. De zaak in het kort 1.
  4. Deze zaak betreft een executiegeschil tussen [eisers] en [gedaagden] naar aanleiding van het vonnis van deze rechtbank van 22 november
  5. Tijdens de zitting in kort geding zijn partijen een betalingsregeling overeengekomen zoals onder 4.1 van dit vonnis vermeld. Partijen hebben verzocht deze betalingsregeling vast te leggen in een vonnis en daarin ook een verbod tot executie op te nemen zolang [eisers] zich aan de betalingsregeling houden, wat leidt tot de beslissing onder 5.1 van dit vonnis. 2De feiten 2.
  6. Partijen hebben op 7 april 2022, onder voorbehoud van financiering, een koopovereenkomst gesloten met [gedaagden] als verkoper en [eisers] als koper met betrekking tot de woning aan de [adres 1] te [plaats]. 2.
  7. Bij vonnis van deze rechtbank van 22 november 2023 (hierna: het vonnis) zijn [eisers] veroordeeld tot: - betaling van € 65.075,64, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het bedrag van € 63.664,-, met ingang van 25 augustus 2022, tot de dag van volledige betaling (schadevergoeding van de door [gedaagden] geleden schade met verrekening van de al door [eisers] betaalde € 10.000). - proceskosten van € 4.392,
  8. 2.
  9. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. 2.
  10. [gedaagden] zijn overgegaan tot tenuitvoerlegging van het vonnis van 22 november
  11. Zij hebben executoriaal beslag gelegd op panden van [eisers], te weten: [adres 2], [adres 3], [adres 4] en [adres 5] en [adres 6], alle te [plaats] (hierna: de panden). 2.
  12. [eisers] hebben tijdig hoger beroep ingesteld tegen het vonnis. 2.
  13. [eisers] maken bezwaar tegen de executiemaatregelen van [gedaagden] 3Het geschil 3.
  14. [eisers] vorderen – na eiswijziging – bij vonnis, zo veel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. [gedaagden] te bevelen de executie van het sub 2.
  15. vermelde vonnis te staken en gestaakt houden, op straffe van een dwangsom van € 10.000,00 per dag of gedeelte daarvan dat [gedaagden] in gebreke blijven aan het te wijzen vonnis te voldoen; II. [gedaagden] te bevelen de gelegde executoriale beslagen op de panden aan de [adres 6] en de [adres 4] in [plaats] op te heffen en opgeheven te houden, binnen 3 dagen na dagtekening van het te wijzen vonnis, bij gebreke waarvan [gedaagden] een dwangsom verbeuren van eenmalig € 10.000 en van € 1.000 per dag dat [gedaagden] in gebreke blijven aan genoemd vonnis te voldoen; III. [gedaagden] te veroordelen in de proceskosten. 3.
  16. [gedaagden] voeren verweer en concluderen tot afwijzing van de vorderingen van [eisers] 4Vastlegging van schikking 4.
  17. De voorzieningenrechter heeft ter zitting vastgesteld dat partijen ten aanzien van hun geschil overeenstemming hebben bereikt door de volgende betalingsregeling overeen te komen:
  18. [eisers] zullen aan [gedaagden] in drie termijnen een bedrag betalen van EUR 42.500,00 (zegge: tweeënveertig duizend vijfhonderd euro).
  19. Betaling van de termijnen zal plaats vinden door overmaking op de derdengeldenrekening Stichting Beheer Derdengelden GIMBRERE Advocaten nummer [rekeningnummer] o.v.v. dossiernummer [nummer].
  20. De eerste termijn van EUR 15.000,00 zal uiterlijk op 1 juli 2024 bijgeschreven moeten zijn, de tweede termijn van EUR 15.000,00 uiterlijk op 1 augustus 2024 en de laatste termijn van EUR 12.500,00 uiterlijk op 1 september
  21. Zodra één of meer betalingstermijnen niet stipt worden betaald, komt de betalingsregeling te vervallen. De reeds betaalde termijn(en) wordt/worden in dat geval geacht in mindering te komen op hetgeen [gedaagden] van [eisers] te vorderen hebben op grond van het sub 2.2 vermelde vonnis.
  22. Zolang [eisers] zich aan de betalingsregeling houden, geldt voor [gedaagden] een verbod om verdere executiemaatregelen te nemen uit hoofde van het sub 2.2 vermelde vonnis.
  23. Onder de voorwaarde dat de drie betalingstermijnen tijdig zijn voldaan: a. verlenen partijen elkaar finale kwijting; b. zullen [gedaagden] het hoger beroep tegen het sub 2.
  24. vermelde vonnis zo spoedig mogelijk intrekken, en c. zullen [gedaagden] de executoriale beslagen op de panden van [eisers] zo spoedig mogelijk doorhalen. 4.
  25. Omdat partijen tot een schikking zijn gekomen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 5De beslissing De voorzieningenrechter 5.
  26. verbiedt [gedaagden] om verdere executiemaatregelen te nemen uit hoofde van het hiervoor sub 2.2 vermelde vonnis zolang [eisers] zich aan de hiervoor sub 4.1 vermelde betalingsregeling houden, 5.
  27. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 5.
  28. wijst het meer of anders gevorderde af, 5.
  29. compenseert de proceskosten als voormeld. Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken op 14 juni 2024.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.