beslissing RECHTBANK NOORD-HOLLAND [jw.sys.1.zaaknr] / [jw.sys.1.rolnummer_rekestnr][datum_beslissing] Wrakingskamer zaaknummer / rekestnummer: C/15/353222 / KG RK 24/375 Beslissing van 14 juni 2024 Op het verzoek tot wraking ingediend door: [verzoekster] , wonende te [woonplaats] , verzoekster. Het verzoek is gericht tegen: mr. J.S. Reid, hierna te noemen: de kantonrechter. 1Procesverloop 1.1 Verzoekster heeft op 7 juni 2024 schriftelijk de wraking verzocht van de kantonrechter in de bij deze rechtbank, team Handel, Kanton & Bewind locatie Alkmaar aanhangige zaak met als zaaknummer C/15/353222 / KG RK 24/375, hierna te noemen: de hoofdzaak. 1.2 De wrakingskamer heeft op grond van de hierna opgenomen overwegingen besloten geen datum te bepalen voor een mondelinge behandeling van dit verzoek en bepaald dat vandaag uitspraak zal worden gedaan. 2De uitgangspunten 2.1 Verzoekster heeft met (een rechtsvoorganger van) [bedrijfsnaam] B.V. (hierna: [bedrijfsnaam] ) een huurovereenkomst gesloten die ziet op de huur van bedrijfsruimte door verzoekster. 2.2 [bedrijfsnaam] heeft de huurovereenkomst opgezegd en de ontruiming aan verzoekster aangezegd. 2.3 Op 28 maart 2024 heeft verzoekster een verzoekschrift ingediend bij de kantonrechter, dat ertoe strekt dat de kantonrechter de ontruimingstermijn verlengt. Deze verzoekschriftprocedure is de hoofdzaak. 2.4 [bedrijfsnaam] heeft in de hoofdzaak op 15 mei 2024 een verweerschrift ingediend tegen het door verzoekster gedane verzoek. 2.5 Bij brief van 27 mei 2024 heeft de griffier in verband met een in de hoofdzaak te houden mondelinge behandeling verzoekster en [bedrijfsnaam] in de gelegenheid gesteld om verhinderdata op te geven. 2.6 Op 5 juni 2024 heeft de griffier aan verzoekster de volgende brief gestuurd:“Voor de goede orde doe ik u hierbij toekomen een afschrift van het verweerschrift alsmede een afschrift van de e-mail d.d. 28 mei jl. van de gemachtigde van de wederpartij.Gezien de mededeling van verweerster dat zij niet ter zitting zal verschijnen heeft de kantonrechter besloten dat in deze procedure geen mondelinge behandeling zal plaatsvinden. U wordt in de gelegenheid gesteld om uw reactie op het verweerschrift schriftelijk kenbaar te maken, en wel uiterlijk 2 juli 2024.” 2.7 Op 7 juni 2024 heeft verzoekster het wrakingsverzoek ingediend. Zij heeft daaraan ten grondslag gelegd dat de motivering van de procesbeslissing om de zitting te annuleren in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten niet anders kan worden begrepen dan als blijk van vooringenomenheid. De beslissing kan niet anders worden gezien dan dat de rechter er alles aan doet te voorkomen dat verzoekster in de tussentijd (want het plannen en houden van een zitting kost veel meer tijd) nog andere procedures kan voeren/ uitspraken uitlokken c.q. gronden nader kan toelichten en mogelijkerwijs aanvullen en/of wijzigen. De indruk van verzoekster is dat de rechter maar één doel nastreeft: het beschermen van de (illegale) belangen van [bedrijfsnaam] . 3De beoordeling 3.1 De wrakingskamer is van oordeel dat het verzoek tot wraking moet worden afgewezen, omdat het kennelijk ongegrond is. Hierbij neemt de wrakingskamer tot uitgangspunt dat wraking van een rechter alleen aan de orde is indien, kort samengevat, de rechter (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.