← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2024:6602

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknr./rolnr.: 10818766 \ CV EXPL 23-5133 Uitspraakdatum: 26 juni 2024 Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van: bol.com B.V. te Amsterdam de eisende partij gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V. tegen [gedaagde] te [plaats] de gedaagde partij niet verschenen 1De verdere procedure 1.1. Bij tussenvonnis van 10 januari 2024 (hierna: het tussenvonnis) heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld om de toepasselijke algemene voorwaarden over te leggen en om zich uit te laten over de eventuele (on)eerlijkheid van de daarin opgenomen bedingen die verband houden met de vordering. Ter uitvoering van het tussenvonnis heeft de eisende partij op 31 januari 2024 een akte genomen. 2De verdere beoordeling Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden 2.1. De vordering ziet op verkopen door een of meerdere externe verkoper(s). 2.2. Op de overeenkomst(

  1. en)zijn de volgende algemene voorwaarden van de eisende partij van toepassing verklaard: Algemene verkoopvoorwaarden zakelijke verkopen via bol.com; Algemene voorwaarden kopen bij andere verkopers (22 januari 2020). Incasso- en rentebeding(
  2. en)2.3. In de ‘Algemene verkoopvoorwaarden zakelijke verkopen via bol.com’ staat onder meer het volgende beding: ‘Artikel 15 – Betaling (…) 4. Indien de Koper niet tijdig aan zijn betalingsverplichting(
  3. en)voldoet, is deze, nadat hij door bol.com is gewezen op de te late betaling en bol.com de Koper een termijn van 14 dagen heeft gegund om alsnog aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen, na het uitblijven van betaling binnen deze 14-dagen-termijn, over het nog verschuldigde bedrag de wettelijke rente verschuldigd en is bol.com gerechtigd de door hem gemaakte buitengerechtelijke incassokosten in rekening te brengen. Deze incassokosten bedragen maximaal: 15% over openstaande bedragen tot € 2.500,=; 10% over de daaropvolgende € 2.500,= en 5% over de volgende € 5.000,= met een minimum van € 40,=. Bol.com kan ten voordele van de Koper afwijken van genoemde bedragen en percentages.’ 2.4. In de ‘Algemene voorwaarden kopen bij andere verkopers’ staat onder meer het volgende beding: ‘Artikel 6 – Vergoeding en betaling (…) 3. Indien de Klant niet tijdig aan zijn betalingsverplichting(
  4. en)voldoet, is deze, nadat hij door bol.com is gewezen op de te late betaling en bol.com de Klant een termijn van 14 dagen heeft gegund om alsnog aan zijn betalingsverplichting te voldoen, na het uitblijven van betaling binnen deze 14-dagen-termijn, over het nog verschuldigde bedrag een vertragingsrente en/of administratiekosten verschuldigd, alsmede de incassokosten, onverminderd de bevoegdheid van bol.com om de daadwerkelijk gemaakte buitengerechtelijke incassokosten te vorderen.’ 2.5. De rente- en incassobedingen in artikel 15.4 van de ‘Algemene verkoopvoorwaarden zakelijke verkopen via bol.com’ zijn op zichzelf niet oneerlijk, omdat deze bedingen aansluiten bij de wettelijke regels omtrent de wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten. Daarbij speelt mee dat partijen een betalingstermijn zijn overeengekomen en dat het verzuim intreedt als er binnen deze termijn niet is betaald. In combinatie met de rente- en incassobedingen in artikel 6.3 van de ‘Algemene voorwaarden kopen bij andere verkopers’ zijn deze bedingen wel oneerlijk. Daartoe wordt als volgt overwogen. 2.6. De bedongen ‘vertragingsrente’ in artikel 6.3 is niet gespecificeerd. De eisende partij kan op grond van dit beding in feite een door haarzelf te bepalen bedrag aan rente op de consument verhalen. Daarnaast kan de eisende partij op grond van dit beding bij niet tijdige betaling ook administratiekosten bij de consument in rekening brengen. Het beding zou daarom tot gevolg kunnen hebben dat de consument wordt belast met kosten die normaal gesproken niet ten laste van de consument behoren te komen. De consument is op grond van de wettelijke regeling immers uitsluitend wettelijke rente verschuldigd. Hiermee is sprake van een verstoring van het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van partijen ten nadele van de consument. Dit maakt dat het beding onredelijk bezwarend is. 2.7. Verder zou de consument op grond van artikel 6.3 bij niet tijdige betaling ‘incassokosten’ en/of ‘de daadwerkelijk gemaakte buitengerechtelijke incassokosten’ verschuldigd zijn. Dit sluit niet aan bij artikel 6:96 lid 5 en lid 6 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. In het algemeen spraakgebruik wordt de term ‘incassokosten’ niet alleen gebruikt in de zin van de wettelijke regeling voor incassokosten (artikel 6:96 lid 2 sub c BW en de leden 5 en 6 van datzelfde artikel). De term ‘incassokosten’ komt in dat wetsartikel ook niet voor. Het gebruik van deze term in het beding sluit voor een normaal geïnformeerde en redelijk omzichtige en oplettende gemiddelde consument dus niet uit dat daarmee ook andere kosten kunnen worden bedoeld. Het gebrek aan verwijzing naar artikel 6:96 lid 5 en 6 BW en de mogelijkheid die het beding biedt voor de eisende partij om (ook) de daadwerkelijk gemaakte buitengerechtelijke incassokosten te verhalen op de consument leidt er bovendien toe dat kan worden afgeweken van de wet en dat incassokosten ongelimiteerd in rekening kunnen worden gebracht. Het beding wijkt daardoor aanzienlijk ten nadele van consumenten af van de wettelijke regeling over de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Contractuele afwijking van dwingendrechtelijke bepalingen is, op grond van het arrest van de Hoge Raad van 10 februari 2023 onredelijk bezwarend in de zin van artikel 6:233, aanhef en onder a, BW, en daarmee oneerlijk in de zin van de Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. Wat is hiervan het gevolg? 2.8. Het voorgaande heeft tot gevolg dat artikel 6.3 van de ‘Algemene voorwaarden kopen bij andere verkopers’ vernietigbaar is voor zover dat betrekking heeft op rente en incassokosten. De oneerlijkheid van voornoemd beding maakt dat ook de combinatie met de (op zichzelf niet oneerlijke) rente- en incassobedingen in de overige van toepassing zijnde algemene voorwaarden oneerlijk is. Of de eisende partij de consument ook daadwerkelijk aan de afspraken houdt van het oneerlijke beding, of in de praktijk alleen naleving van de (niet oneerlijk) rente- en incassobedingen in de overige van toepassing zijne algemene voorwaarden en/of de wettelijke bepalingen verlangt, is niet relevant. De kantonrechter verwijst naar hetgeen in rechtsoverwegingen 2.6 en 2.7 van het tussenvonnis al is overwogen. Het standpunt van de eisende partij dat geen sprake is van onredelijk bezwarende bedingen volgt de kantonrechter dus niet. 2.9. Omdat de bedingen in combinatie met elkaar en/of ook afzonderlijk oneerlijk zijn vernietigt de kantonrechter artikel 15.4 van de Algemene verkoopvoorwaarden zakelijke verkopen via bol.com’ én artikel 6.3 van de ‘Algemene voorwaarden kopen bij andere verkopers’ voor zover deze bedingen zien op rente en incassokosten. De gevorderde rente en buitengerechtelijke incassokosten zullen daarom worden afgewezen. 2.10. Voor het overige blijft de kantonrechter bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist. De gevorderde hoofdsom (€ 109,18) is toewijsbaar. Conclusie en proceskosten 2.11. De conclusie is dat de vordering van de eisende partij gedeeltelijk wordt toegewezen. 2.12. De gedaagde partij wordt overwegend in het ongelijk gesteld en zal daarom worden veroordeeld in de proceskosten. De kosten voor het nemen van de akte blijven voor de eisende partij omdat het aan haar te wijten was dat het nodig was om deze te nemen. 3De beslissing De kantonrechter: 3.1. veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 109,18; 3.2. veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op: dagvaarding € 107,84 griffierecht € 128,00 salaris gemachtigde € 40,00; 3.3. verklaart de veroordeling(
  5. en)in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 3.4. wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. W.SJ. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. ECLI:NL:HR:2023:198, r.o. 3.8.4.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.