← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2024:7097

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknr./rolnr.: 10798112 \ CV EXPL 23-4930 Uitspraakdatum: 19 juni 2024 Verstekvonnis in de zaak van: Stichting Woonwaard Noord-Kennemerland te Alkmaar de eisende partij gemachtigde: Huting & Van der Mije Gerechtsdeurwaarders tegen [gedaagde] te [plaats] de gedaagde partij niet verschenen 1De verdere procedure 1.

  1. Bij tussenvonnis van 14 februari 2024 (hierna: het tussenvonnis) heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel over de oneerlijkheid van bepaalde bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Ter uitvoering van dat tussenvonnis heeft de eisende partij een akte ingediend. 2De verdere beoordeling 2.
  2. In de akte heeft de eisende partij gesteld dat artikel 13.1 van de algemene voorwaarden niet oneerlijk is, omdat het artikel voor beide partijen geldt en daaruit niet de conclusie kan worden getrokken dat een partij ongelimiteerd kosten in rekening kan brengen bij de ander. De kosten van de deurwaarder en rechter die worden aangehaald zijn bij wet of besluit vastgesteld en deze staan niet ter vrije keuze van een partij, aldus de eisende partij. Ten aanzien van artikel 13.2 stelt de eisende partij dat het feit dat de rente en incassokosten niet gespecifieerd zijn, niet betekent dat het beding oneerlijk is. Uit de tekst van artikel 16.2 van de algemene voorwaarden volgt dat de eisende partij bij het opstellen van de algemene voorwaarden is uitgegaan van de wettelijke bepalingen. Dit artikel luidt als volgt: “Is een deel van deze voorwaarden niet geldig? Dan blijft de rest wel geldig Stel: de wet verandert . Dan kan het zijn dat een artikel in deze voorwaarden vanaf dan tegen de wet in gaat. Dat artikel is dan niet (meer) geldig.(…)” Tot slot stelt de eisende partij dat het boetebeding in artikel 16.1 niet van toepassing is op betalingsverzuim, maar op andere verplichtingen van de huurder. In artikel 6.2 van de algemene voorwaarden, waarin staat dat de huurder bij te late betaling rente en incassokosten betaalt, wordt voor meer informatie verwezen naar artikel 13.2 en niet naar artikel 16.
  3. 2.
  4. De kantonrechter volgt de eisende partij niet. Zoals ook al in het tussenvonnis is overwogen heeft de eisende partij voor zichzelf de mogelijkheid gecreëerd om in geval van betalingsverzuim op grond van de artikelen 13.1 en 13.2 hogere rente en kosten bij de huurder in rekening te brengen dan waar zij op grond van de wet recht op zou hebben gehad. Als de eisende partij bij het opstellen van de algemene voorwaarden de bedoeling heeft gehad om aan te sluiten bij de wet, dan had zij dat duidelijk in de algemene voorwaarden moeten opnemen. Dat het boetebeding in artikel 16.1 niet ziet op betalingsverzuim, volgt de kantonrechter ook niet. In dat beding worden alleen de overtredingen van de artikel 6.7 (onderverhuur) en/of 6.10 (drugs) uitgezonderd, niet de verplichting om tijdig de huur te betalen (artikel 6.1). 2.
  5. Uit het voorgaande vloeit voort dat de kantonrechter blijft bij het oordeel dat de artikelen 13.1 en 13.2 van de algemene voorwaarden oneerlijk zijn voor zover deze betrekking hebben op rente en incassokosten en daarom worden deze vernietigd. Als gevolg daarvan zullen de gevorderde rente en buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen. 3De verdere beslissing De kantonrechter: 3.
  6. wijst de vordering af. Dit vonnis is gewezen door mr. M. Woerdman en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Algemene Huurvoorwaarden maart 2021.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.