← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2024:7156

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Haarlem Zaaknummer: 10844014 \ VV EXPL 23-182 Vonnis in kort geding van 18 januari 2024 in de zaak van de maatschap [eiser] , te [plaats 2], eisende partij, gemachtigde: mr. M.M.H. Sangers, tegen [gedaagde] , te [plaats 1], gedaagde partij, niet verschenen. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 18 december 2023 met producties 1 tot en met 9; - de mondelinge behandeling van 16 januari 2024, waarbij uitsluitend mr. Sangers is verschenen. 2De beoordeling 2.
  2. Hoewel gedaagde deugdelijk is opgeroepen, is zij niet ter zitting verschenen. Tegen gedaagde zal daarom verstek worden verleend. 2.
  3. Het gevorderde komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor. Ook het spoedeisend belang is voldoende toegelicht. Daarom zullen de vorderingen worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing is vermeld. 2.
  4. Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente. De proceskosten worden aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 1.160,84, waarvan € 107,84 aan dagvaardingskosten, € 524,- aan griffierecht en € 529,- aan salaris gemachtigde 2.
  5. Een kostenveroordeling levert ook voor de nakosten een executoriale titel op (zie HR 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:853). De kantonrechter zal daarom de nakosten niet afzonderlijk in de proceskostenveroordeling vermelden. 3De beslissing De kantonrechter 3.
  6. verleent verstek tegen gedaagde; 3.
  7. veroordeelt gedaagde tot betaling aan eiseres van € 6.677,39, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de respectievelijke vervaldata van de declaraties (21 juni 2023 voor declaratie 20231712, 20 juli 2023 voor declaratie 20232139, 5 september 2023 voor declaratie 20232674, 20 september 2023 voor declaratie 20232891) tot de dag van volledige betaling; 3.
  8. veroordeelt gedaagde tot betaling aan eiseres van de buitengerechtelijke incassokosten van € 708,87, binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis, en te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling; 3.
  9. veroordeelt gedaagde in de kosten van de procedure, tot op heden aan de zijde van eiseres begroot op € 1.160,84, te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling; 3.
  10. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 3.
  11. wijst af het anders of meer gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Pott Hofstede en in het openbaar uitgesproken op 18 januari
  12. 1538

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.