RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknr./rolnr.: 10651313 \ CV EXPL 23-3527 TB Uitspraakdatum: 29 mei 2024 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: [eiser] wonende te [plaats 1] eiser verder te noemen: [eiser] procederend in persoon tegen 1 [gedaagde 1]
- [gedaagde 2] beiden wonende te [plaats 2] gedaagde verder te noemen: [gedaagden] gemachtigde: mr. M. Heimensem 1Het verdere procesverloop 1.
- Op 20 maart 2024 is een tussenvonnis gewezen waarin [eiser] in de gelegenheid is gesteld bij akte te reageren op het voorshands ingenomen oordeel van de kantonrechter dat als sprake is van testamentair bewind, [eiser] niet zelfstandig bevoegd is rechtsvorderingen in te stellen ten behoeve van het verhuurde. 1.
- [eiser] heeft niet van de gelegenheid gebruik gemaakt bij akte te reageren op het tussenvonnis. 2De verdere beoordeling de vordering 2.
- De kantonrechter blijft bij hetgeen in het tussenvonnis van 20 maart 2024 is overwogen en beslist. 2.
- Omdat [eiser] niet heeft gereageerd en dus niet bij akte een verklaring in het geding heeft gebracht waaruit blijkt dat de bewindvoerder de procedure als formele procespartij overneemt of, met een verklaring van de bewindvoerder heeft onderbouwd dat dit niet nodig zou zijn, leidt dit ertoe dat [eiser] niet-ontvankelijk zal worden verklaard in zijn vorderingen gericht tegen [gedaagden] 2.
- De proceskosten komen voor rekening van [eiser] , omdat hij ongelijk krijgt. 2.
- [eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagden] worden begroot op: - salaris gemachtigde € 542,00 (2 punten x tarief € 271,00) - nakosten € 132,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 674,00 2.
- De gevorderde wettelijke rente over de nakosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. de tegenvordering 2.
- Nu [gedaagden] zich in de zaak van de vordering op het standpunt stelt dat [eiser] ten gevolge van het testamentair bewind niet als formele procespartij mag worden aangemerkt, geldt dit evenzeer in de zaak van de tegenvordering. Uitgangspunt is dan ook dat [gedaagden] zijn tegenvordering slechts kan instellen tegen de bewindvoerder. 2.
- [gedaagden] zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering. 2.
- De proceskosten komen voor rekening van [gedaagden] , omdat hij ongelijk krijgt. Omdat [eiser] in persoon procedeert, worden de proceskosten aan zijn kant ambtshalve vastgesteld op een forfaitair bedrag van € 50,00 voor reis-, verblijf- en verletkosten. 3De beslissing De kantonrechter: de vordering 3.
- verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn vordering; 3.
- veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 674,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe; 3.
- veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de nakosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald; 3.
- veroordeelt [eiser] tot betaling van de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 3.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. de tegenvordering 3.
- verklaart [gedaagden] niet-ontvankelijk in zijn vordering; 3.
- veroordeelt [gedaagden] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [eiser] vaststelt op € 50,
- Dit vonnis is gewezen door mr. J.S. Reid en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter