vonnis RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie Zittingsplaats Haarlem zaaknummer / rolnummer: C/15/345485 / HA ZA 23-606 Vonnis in incident van 24 juli 2024 in de zaak van de publiekrechtelijke rechtspersoon SKATTEFORVALTNINGEN, de douane- en belastingdienst van het Koninkrijk Denemarken, eiseres in conventie in de hoofdzaak, eiseres in conventie in het incident, verweerster in reconventie in de incidenten, advocaten mr. G.A. Smit, mr. T.L. Schasfoort en mr. B.C. Elion te Amsterdam, tegen 1 [gedaagde 1] , wonende in [woonplaats 1] 2. de stichting STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR [gedaagde 1], 3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MF FINANCE HOLDING B.V., 4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ALL-IN GROUP HOLDING B.V., 5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ALL-IN STRUCTURED FINANCE B.V., 6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid WATERLINE CAPITAL B.V., 7. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ALL-IN FINANCE HOLDING B.V., 8. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid GSFS ASSET MANAGEMENT B.V., alle gevestigd te Amsterdam en kantoorhoudend te Haarlem, 9. de rechtspersoon naar het recht van het emiraat Dubai, MOA TRADING (DUBAI) LTD, gevestigd te Dubai, gedaagden in conventie in de hoofdzaak, verweerders in conventie in het incident, eisers in reconventie in de incidenten, advocaten mr. J. Hagers en L.A.H. Lie Sam Foek te Amsterdam. Partijen zullen hierna SKAT en [gedaagden] genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding tevens houdende de incidentele vordering ex artikel 843a Rv de conclusie van antwoord in de hoofdzaak en in het incident, tevens inhoudende incidentele vordering aanhouding en incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring, tevens inhoudende een verzoek tot toepassing art. 22 Rv, althans voorwaardelijk incident ex art. 843a Rv de conclusie van antwoord in de door [gedaagden] opgeworpen incidenten de producties 8 en 9 van [gedaagden] de mondelinge behandeling in de incidenten op 4 juli 2024, waarbij de advocaten gebruik hebben gemaakt van spreekaantekeningen en waarvan door de griffier voor het overige aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in de incidenten. 2De zaak in het kort 2.1. SKAT, de douane- en belastingdienst van Denemarken, stelt dat zij voor miljoenen is benadeeld als gevolg van grootschalige dividendfraude door Canadese pensioenfondsen en dat [gedaagden] bij die fraude betrokken zijn. SKAT is in Canada een civiele procedure tegen de pensioenfondsen gestart waarin zij op grond van onrechtmatige daad naar Deens recht betaling van de (volgens haar ten onrechte) terugbetaalde dividendbelasting vordert. In Denemarken loopt een bestuursrechtelijke procedure tussen SKAT en de pensioenfondsen over de vraag of het besluit van SKAT tot intrekking van de belastingteruggaven terecht is. In de onderhavige procedure vordert SKAT een verklaring voor recht dat [gedaagden] naar Deens recht onrechtmatig hebben gehandeld vanwege hun betrokkenheid bij de dividendfraude en vordert zij schadevergoeding. Om haar stellingen nader te kunnen onderbouwen heeft SKAT een incidentele vordering ex artikel 843a Rv ingesteld waarin zij een groot aantal bescheiden van [gedaagden] vordert. In de hoofdzaak betwisten [gedaagden] dat sprake is van dividendfraude. Op hun beurt hebben zij ook een incidentele vordering ex artikel 843a Rv ingesteld waarin zij de processtukken uit de Canadese en Deens procedure vorderen. Ook hebben zij een incidentele vordering ingesteld tot oproeping in vrijwaring van de Canadese pensioenfondsen. [gedaagden] willen echter dat zowel de hoofdzaak als alle incidentele vorderingen worden aangehouden in afwachting van de uitkomst van de procedures in Canada en Denemarken, omdat de beslissingen in die zaken volgens hen van belang zijn voor de onderhavige procedure en het risico bestaat op tegenstrijdige uitspraken. SKAT betwist dat sprake is van samenhang tussen de verschillende procedures en verzet zich tegen aanhouding. De rechtbank komt tot het oordeel dat gelet op de eigen stellingen van SKAT over het onrechtmatig handelen van [gedaagden] een goede rechtsbedeling meebrengt dat de hoofdzaak en de incidenten moeten worden aangehouden in afwachting van de uitkomst van de procedures in Canada en Denemarken. De rechtbank houdt de zaak daarom aan totdat in de Canadese procedure en de Deense procedure is beslist. 3De feiten voor zover van belang in de incidenten 3.1. SKAT is de douane- en belastingdienst van het Koninkrijk Denemarken. 3.2. [gedaagde 1] is direct of indirect bestuurder van gedaagden 2 tot en met 9. 3.3. In Denemarken kunnen buitenlandse aandeelhouders recht hebben op gehele of gedeeltelijke teruggaaf van ingehouden dividendbelasting indien dit voortvloeit uit een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting tussen Denemarken en het land van vestiging van de buitenlandse aandeelhouder. Tussen Canada en Denemarken geldt een bilateriaal belastingverdrag dat de belastingheffing tussen de twee landen regelt en beoogt dubbele belastingheffing op dividenden te voorkomen (hierna: “het Belastingverdrag tussen Canada en Denemarken”). 3.4. In de periode tussen 18 juni 2013 en 8 april 2015 hebben de in Canada gevestigde pensioenfondsen [K] & Co. Corporate Pension Plan (hierna: KCCPP), GSA Trading (Canada) Corporate Pension Plan (hierna: GSAPP) en Oranje Canada Corporate Pension Plan (hierna: OCCPP) (hierna samen: de Canadese Pensioenfondsen) verschillende verzoeken tot teruggave van dividendbelasting bij SKAT ingediend. 3.5. De verzoeken tot teruggaaf werden vergezeld van bewijsstukken die waren verstrekt door de financiële instellingen ED&F Man Capital Markets (hierna: ED&F), Investec Bank PLC (hierna: Investec) en BNP Parisbas Securities Services SA (hierna: BNP Parisbas) die fungeerden als custodian van de betreffende aandelen van de Canadese Pensioenfondsen. De teruggaafverzoeken bepaalden dat de terugbetaling kon worden gedaan aan de betalingsagenten Goal Taxback Limited (hierna: GOAL) of Globe Tax Services inc. (hierna: Globe). 3.6. SKAT heeft op de teruggaafverzoeken positief beslist en in totaal een bedrag van DKK 94.870.037,43 (ongeveer 12,7 miljoen euro) aan de Canadese Pensioenfondsen uitgekeerd. 3.7. Bij besluiten van 3 april 2020 en 14 augustus 2020 heeft SKAT haar eerdere besluiten tot teruggaaf formeel ingetrokken. De Canadese Pensioenfondsen hebben hiertegen bij het Deense belastinggerecht beroep aangetekend (hierna: de Deense Procedure). Deze bestuursrechtelijke procedure loopt op dit moment nog en onduidelijk is wanneer in deze procedure uitspraak zal worden gedaan. 3.8. Op 14 september 2020 is SKAT bij de Superior Court of Justice in Ontario een civiele procedure begonnen tegen onder meer de Canadese Pensioenfondsen (hierna: de Canadese Procedure). In deze procedure stelt SKAT zich op het standpunt dat de verzoeken tot teruggaaf van dividendbelasting frauduleus waren en de Canadese Pensioenfondsen naar Deens recht onrechtmatig jegens haar hebben gehandeld. SKAT vordert terugbetaling van het aan de Canadese Pensioenfondsen uitgekeerde bedrag van DKK 94.870.037,43. Ook deze procedure loopt nog. 3.9. Na daartoe op 4 mei 2023 verlof te hebben verkregen van de voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft SKAT op 23 mei 2023 conservatoir bewijsbeslag laten leggen onder [gedaagden] waarbij forensische (volledige) kopieën zijn gemaakt van diverse gegevensdragers. De in beslag genomen (digitale) bescheiden bevinden zich in gerechtelijke bewaring bij DigiJuris. 4Bevoegdheid en toepasselijk recht 4.1. Omdat SKAT en gedaagde sub 9 in het buitenland gevestigd zijn en de vorderingen uit dien hoofde een internationaal karakter hebben, dient allereerst de vraag te worden beantwoord of de Nederlandse rechter bevoegd is van de vorderingen jegens alle gedaagden kennis te nemen. 4.2. De rechtbank beantwoordt die vraag wat betreft gedaagden sub 1 tot en met 8 bevestigend en wel op grond van artikel 4 van de in deze zaak toepasselijke Verordening (EU) nr. 1215/2012 (Vo Brussel I bis), nu deze gedaagden woonplaats hebben dan wel gevestigd zijn in Nederland. Op grond van artikel 7 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is de rechtbank tevens bevoegd om van de vorderingen jegens gedaagde sub 9 kennis te nemen. 4.3. Ten aanzien van het op de vorderingen toepasselijke recht overweegt de rechtbank als volgt. Het toepasselijke recht dient te worden vastgesteld aan de hand van de Verordening (EG) nr. 864/2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (Vo Rome II). Ingevolge artikel 4 van deze verordening is het recht van toepassing van het land waar de schade zich voordoet. De gestelde schade heeft zich in het onderhavige geval voorgedaan in Denemarken, zodat op de vorderingen Deens recht van toepassing is. 4.4. Op de wijze van procederen is ingevolge artikel 10:3 van het Burgerlijk Wetboek (BW) Nederlands burgerlijk procesrecht van toepassing. Dat geldt ook voor het formele bewijsrecht. Het materiele bewijsrecht, waaronder de verdeling van de bewijslast, wordt ingevolge artikel 10:13 BW beheerst door het recht dat op de materiële rechtsverhouding van partijen van toepassing is, in dit geval dus door Deens recht. 5De vordering in de hoofdzaak 5.1. SKAT vordert een verklaring voor recht dat [gedaagden] aansprakelijk zijn voor het geheel van de door SKAT geleden schade als gevolg van het onrechtmatige handelen van [gedaagden] en [gedaagden] te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding, nader op te maken bij staat en inclusief wettelijke rente. 6De vorderingen in de incidenten In conventie 6.1. SKAT vordert in het incident, verkort weergegeven: A. [gedaagden] te gebieden inzage in dan wel afgifte te verstrekken aan SKAT van de volgende gegevens: I. alle correspondentie (waaronder e-mail, brieven en instant messaging, doch niet beperkt tot berichtenverkeer via WhatsApp) tussen: a. [gedaagden] onderling; b. [gedaagden] enerzijds en de Buitenlandse [gedaagde 1] Entiteiten anderzijds; c. [gedaagden] enerzijds en de heer [A] , de heer [B] , de heer [C] , de heer [K] , de heer [D] en de heer [E] anderzijds; d. [gedaagden] enerzijds en de Canadese Pensioenfondsen, ED&F, Investec, BNP Parisbas, GOAL en/of Globe anderzijds; II. alle documenten die zien op de relatie tussen [gedaagden] en de Canadese Pensioenfondsen; III. bankafschriften en andere financiële bescheiden van [gedaagden] waaruit geldstromen van en/of met de Canadese Pensioenfondsen, de Custodians, GOAL en/of Globe blijken als onderdeel van het namens de Canadese Pensioenfondsen bij SKAT terugvragen van ingehouden dividendbelasting; in de periode tussen 1 maart 2009 (één jaar voor de oprichting van de Canadese Pensioenfondsen) en 8 april 2016 (één jaar na afloop van de laatste teruggaafverzoeken van de Canadese Pensioenfondsen), voor zover deze correspondentie betrekking heeft op het namens de Canadese Pensioenfondsen bij SKAT terugvragen van ingehouden dividendbelasting. [gedaagden] te gebieden toe te staan en te gedogen dat een deurwaarder al dan niet met behulp van IT-specialisten (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.