RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Zaanstad Zaaknr./rolnr.: 11043309 \ CV EXPL 24-762 Uitspraakdatum: 25 juli 2024 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: [eiser] gevestigd te [plaats 1] (Duitsland) eiseres verder te noemen: [eiser] gemachtigde: Jongejan Wisseborn gerechtsdeurwaarders tegen [gedaagde] wonende te [plaats 2] gedaagde verder te noemen: [gedaagde] 1Het procesverloop 1.
- Verwezen wordt naar het tussenvonnis van 30 mei
- 1.
- Ingevolge voormeld tussenvonnis heeft [eiser] op 10 juni 2024 een akte ingediend. 2De vordering 2.
- [eiser] vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 1.380,
- Dit bedrag bestaat uit een hoofdsom van € 1.197,91, buitengerechtelijke incassokosten van € 179,69 en rente tot 27 maart 2024 van € 2,
- Aan de vordering heeft [eiser] ten grondslag gelegd dat sprake is van onrechtmatige daad aan de zijde van [gedaagde] . [gedaagde] heeft namelijk tijdens zijn verblijf in het hotel van [eiser] met geweld een hotelkamerdeur geforceerd. Hierdoor is de elektronische deurklink kapotgegaan. De schade aan de deur is rechtstreeks het gevolg van de handelingen van [gedaagde] . De reparatiekosten bedragen € 1.197,91 en komen voor rekening van [gedaagde] . [gedaagde] heeft, ondanks de sommaties, de factuur niet betaald. Daarom is hij ook de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente verschuldigd. 3De beoordeling Internationaal privaatrecht 3.
- Omdat de zaak een internationaal karkater draagt, wordt eerst beoordeeld of de kantonrechter bevoegd is om van het geschil kennis te nemen en welk recht van toepassing is. De kantonrechter heeft [eiser] in de gelegenheid gesteld bij akte zich daarover uit te laten, wat zij heeft gedaan. 3.
- De kantonrechter volgt [eiser] in het standpunt dat uit artikel 4, eerste lid, van de Europese Verordening nr. 1215/2012 volgt dat de rechter van de woonplaats van de gedaagde partij bevoegd is om van de zaak kennis te nemen. Dat betekent dat in deze zaak de Nederlandse rechter bevoegd is. Gelet op artikel 99, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in dit geval de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland, locatie Zaanstad, bevoegd om van het geschil kennis te nemen, omdat [gedaagde] woonachtig is in [plaats 2] . 3.
- De kantonrechter overweegt vervolgens dat zij op grond van de regels van internationaal privaatrecht Duits recht dient toe te passen. De gestelde onrechtmatige daad en de schade hebben zich immers in Duitsland voorgedaan. Echter, artikel 4, derde lid, van de Rome II-verordening bepaalt dat indien de onrechtmatige daad een kennelijk nauwere band heeft met een ander land dan het in de leden 1 en 2 aangewezen land, het recht van dat andere land van toepassing is. Met [eiser] is de kantonrechter eens dat de onrechtmatige daad is gepleegd door een Nederlandse staatsburger en daardoor is het Nederlandse recht van toepassing. De vordering 3.
- [gedaagde] heeft, ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, de vordering niet weersproken. De niet betwiste vordering zal daarom worden toegewezen, zoals hierna omschreven. 3.
- [eiser] stelt dat de reparatiekosten voor de elektronische deurklink € 1.197,91 waren. Echter, uit de stukken blijkt dat de reparatiekosten € 1.176,91 waren. De kantonrechter is daarom van oordeel dat dit bedrag (€ 1.176,91) toewijsbaar is. 3.
- De gevorderde rente zal worden afgewezen, omdat [eiser] die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom) over een te hoog bedrag heeft berekend. De wettelijke rente zal worden toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding. 3.
- De vordering ten aanzien van de buitengerechtelijke incassokosten wordt toegewezen, omdat is voldaan aan de vereisten van artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek. Het toewijsbare bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten wordt vastgesteld volgens het wettelijke tarief dat hoort bij de hoofdsom waartoe [gedaagde] zal worden veroordeeld. Er wordt een bedrag van € 176,54 toegewezen. 3.
- [gedaagde] is overwegend in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief de nakosten) betalen. De kosten voor de genomen akte blijven voor rekening van [eiser] , aangezien het aan haarzelf te wijten is dat het nodig was deze extra akte op te stellen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 113,54 - griffierecht € 328,00 - salaris gemachtigde - nakosten Totaal € € € 204,00 102,00 747,54 (1,00 punten × € 204,00) (plus nakosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) 4De beslissing De kantonrechter: 4.
- veroordeelt [gedaagde] tot betaling van [eiser] van € 1.353,45, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 1.176,91 vanaf 8 april 2024 tot de dag van volledige betaling; 4.
- veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 747,54, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend; 4.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 4.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. S. Slijkhuis en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Zie de Rome II-verordening oftewel de Europese Verordening nr. 864/2007.