← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2024:892

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknr./rolnr.: 10752316 \ CV EXPL 23-4508 Uitspraakdatum: 7 februari 2024 Verstekvonnis in de zaak van: de besloten vennootschap [bedrijf] B.V. gevestigd te [plaats 1] de eisende partij gemachtigde: Gerechtsdeurwaarder [betrokkene] tegen [gedaagde] wonende te [plaats 2] de gedaagde partij niet verschenen 1Het verdere procesverloop De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend. Bij tussenvonnis van 20 december 2023 heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld haar vordering nader toe te lichten, hetgeen zij bij akte van 9 januari 2024 heeft gedaan. 2De verdere beoordeling Hoofdsom 2.

  1. De kantonrechter heeft in het tussenvonnis geoordeeld er sprake is van een overeenkomst betreffende gezondheidszorg, zoals bedoeld in artikel 3 lid 3 onder b van Richtlijn 2011/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 (Pb L 88/45). Dit heeft tot gevolg dat de bepalingen van Boek 6, Titel 5, Afdeling 2B van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) niet van toepassing zijn. De kantonrechter zal dan ook niet ambtshalve toetsen of aan de informatieplichten van Boek 6, Titel 5, Afdeling 2B van het BW is voldaan. 2.
  2. De hoofdsom zal worden toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. Dit geldt ook voor de gevorderde wettelijke rente. Artikel 3.7 van de Algemene apotheek verkoop- en betalingsvoorwaarden KNMP 2018 (hierna: Algemene Voorwaarden) 2.
  3. De eisende partij stelt dat artikel 3.7 van de Algemene Voorwaarden geen oneerlijk beding is en dat de gedaagde partij meerdere malen tot betaling is aangemaand. De eisende partij geeft geen nadere toelichting bij haar stelling dat het beding in de Algemene Voorwaarden geen oneerlijk beding zou zijn. 2.
  4. De kantonrechter blijft van oordeel dat artikel 3.7 van de Algemene Voorwaarden niet voldoet aan de wettelijke regeling van artikel 6:96 lid 6 BW. Artikel 3.7 van de Algemene Voorwaarden bepaalt dat de apotheek gerechtigd is incassokosten in rekening te brengen, kort gezegd na vruchteloze aanmaning tot betaling binnen een termijn van 14 dagen. Dit wijkt af van artikel 6:96 lid 6 BW, op grond waarvan de consument pas incassokosten verschuldigd is als deze na het intreden van verzuim vruchteloos is aangemaand tot betaling binnen een termijn van 14 dagen. 2.
  5. Op grond van het voorgaande stelt de kantonrechter vast dat het vermoeden niet is weerlegd dat artikel 3.7 van de Algemene Voorwaarden onredelijk bezwarend is. Het beding zal daarom worden vernietigd. Dit heeft tot gevolg dat de vordering tot vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten zal worden afgewezen. 2.
  6. De gedaagde partij wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor de te nemen akte blijven echter voor rekening van de eisende partij, aangezien het aan haarzelf te wijten is dat het nodig was deze extra akte op te stellen. 3De beslissing De kantonrechter: 3.
  7. veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 175,37, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 166,45 vanaf 6 oktober 2023 tot aan de dag van de gehele betaling; 3.
  8. veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op: € 107,84 wegens dagvaardingskosten, € 128,00 wegens griffierecht en € 40,00 wegens salaris gemachtigde; 3.
  9. verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 3.
  10. wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.