RECHTBANK NOORD-HOLLAND Team Straf, zittingsplaats Alkmaar Meervoudige strafkamer Parketnummer: 15/008829-22 Uitspraakdatum: 5 september 2024 Tegenspraak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 22 augustus 2024 in de zaak tegen: [verdachte] , geboren op [geboorteplaats- en datum], ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres] . De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.A. Hobbelink en van wat de verdachte en zijn raadsvrouw mr. A.D. Renshof, advocaat te Hoorn, naar voren hebben gebracht. 1Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 22 november 2021 te Alkmaar als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto (bestelauto)), daarmede rijdende over de weg, de Regulierslaan, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, zijn snelheid niet, althans onvoldoende, aan te passen waarover hij de weg kon overzien en waarover deze weg vrij was en/of met zijn voertuig tegen een voor hem rijdende fietser aan te rijden en/of te botsen, waardoor de bestuurster van deze fiets bekneld raakte onder zijn, verdachtes, voertuig, waardoor deze fietser (genaamd [slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken bekkenring en/of een breuk in haar bovenarm, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 22 november 2021 te Alkmaar als bestuurder van een voertuig (bedrijfsauto (bestelauto)), daarmee rijdende op de weg, de Regulierslaan, zijn snelheid niet of onvoldoende heeft aangepast waarover de weg vrij was en waarover hij deze kon overzien en/of tegen een voor hem rijdende fietser aan is gereden en/of gebotst, waardoor de bestuurder van de fiets bekneld raakte onder het voertuig van verdachte, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd. 2Voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 3Beoordeling van het bewijs 3.1 Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit. Op het standpunt van de officier van justitie zal hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan. 3.2 Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte integraal moet worden vrijgesproken. Het standpunt van de raadsvrouw zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken. 3.3 Oordeel van de rechtbank 3.3.1 Vrijspraak van het primair ten laste gelegde De rechtbank is van oordeel dat de verdachte van het primair ten laste gelegde feit moet worden vrijgesproken en overweegt daarover het volgende. Om tot een bewezenverklaring van overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW) te kunnen komen, is vereist dat de verdachte zich zodanig in het verkeer heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden. Of sprake is van schuld hangt af van het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Dit betekent dat niet in het algemeen valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende kan zijn voor de bewezenverklaring van schuld. Van schuld in de zin van artikel 6 WVW is sprake bij ten minste een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid en/of onoplettendheid. Een tijdelijk, kort moment van onoplettendheid in het verkeer hoeft geen schuld op te leveren. Daar komt bij dat niet al uit de ernst van de gevolgen van gedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke verkeersregels kan worden afgeleid dat sprake is van schuld zoals hiervoor genoemd. De rechtbank stelt op grond van het dossier het volgende vast. De verdachte reed op 22 november 2021 in een bestelbus over de Regulierslaan. Het slachtoffer reed op haar fiets in dezelfde rijrichting over de Regulierslaan. De getuige [naam 1] reed achter de verdachte en heeft verklaard dat zowel zij als de verdachte ongeveer 30 kilometer per uur reden. Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat op grond van het dossier niet exact kan worden vastgesteld vanaf welk moment het slachtoffer voor de verdachte op de Regulierslaan reed. Uit de verklaring van het slachtoffer volgt dat de verdachte in ieder geval achter haar reed vlak voordat het slachtoffer de wegversmalling passeerde. Vervolgens is de verdachte de wegversmalling gepasseerd en heeft het slachtoffer aangereden, waardoor zij volledig onder de auto terecht is gekomen. Het slachtoffer heeft een gebroken bekken en een breuk in haar arm en hersenletsel opgelopen. De verdachte heeft verklaard dat hij het slachtoffer op geen enkel moment heeft gezien. Het door de verdachte en zijn raadsvrouw geschetste scenario dat de verdachte het slachtoffer niet heeft gezien omdat hij een andere auto passeerde en zijn aandacht daarop was gevestigd, acht de rechtbank niet aannemelijk. Geen van de getuigen ([naam 2] en [naam 1]) heeft verklaard dat er voorafgaand aan het ongeval een auto vanuit tegengestelde richting kwam en ook het slachtoffer heeft hier niets over verklaard. Nu de verdachte het slachtoffer niet heeft gezien en heeft aangereden terwijl zij in dezelfde richting reden, staat vast dat de verdachte op enig moment onoplettend is geweest. Voor de beoordeling van de vraag of sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW is het van belang hoe lang deze onoplettendheid heeft geduurd. De afstand tussen het begin van de wegversmalling en de plaats van het ongeval bedraagt volgens de openbare bron Google Maps enkele tientallen meters. Nu de verdachte met een snelheid van ongeveer 30 kilometer per uur heeft gereden, is het naar het oordeel van de rechtbank een kwestie van enkele seconden geweest dat de verdachte onoplettend is geweest. De verdachte heeft het slachtoffer zonder een aanwijsbare verklaring niet opgemerkt en is tegen haar aan gereden. Dit enkele moment van afwezigheid is onvoldoende voor de conclusie dat de verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig of onoplettend in de zin van artikel 6 WVW heeft gehandeld. Daarom spreekt de rechtbank de verdachte vrij van het hem primair ten laste gelegde feit. 3.3.2 Bewijsoverweging ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde feit op grond van de bewijsmiddelen die in de bijlage bij dit vonnis zijn opgenomen. Naar het oordeel van de rechtbank kan het handelen van de verdachte wel als gevaarzettend gedrag worden gekwalificeerd. De verdachte heeft door het moment van onoplettendheid zijn snelheid onvoldoende aangepast, dan wel heeft hij niet tijdig geremd, waardoor hij het slachtoffer heeft aangereden. Hierdoor heeft hij gevaar op de weg veroorzaakt. De rechtbank acht het subsidiair ten laste gelegde feit dan ook wettig en overtuigend bewezen. 3.4 Bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat subsidiair: hij op 22 november 2021 te Alkmaar als bestuurder van een voertuig (bedrijfsauto), daarmee rijdende op de weg, de Regulierslaan, zijn snelheid niet heeft aangepast en tegen een voor hem rijdende fietser aan is gereden, waardoor de bestuurder van de fiets bekneld raakte onder het voertuig van verdachte, door welke gedraging van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt. Wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. 4Kwalificatie en strafbaarheid van het feit Het bewezenverklaarde levert op: overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.