RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Zaanstad Zaaknr./rolnr.: 10925687 \ CV EXPL 24-324 Uitspraakdatum: 11 juli 2024 Verstekvonnis in de zaak van: de publiekrechtelijke rechtspersoon Gemeente Purmerend gevestigd te Purmerend de eisende partij gemachtigde: gerechtsdeurwaarderskantoor H.J. Jansen B.V. tegen [gedaagde] wonende te [plaats] de gedaagde partij niet verschenen 1De verdere procedure 1.
- Bij tussenvonnis van 21 maart 2024 (hierna: het tussenvonnis) heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel over de oneerlijkheid van bepaalde bedingen in de huurovereenkomst en in de toepasselijke algemene voorwaarden. De eisende partij heeft op 18 april 2024 een akte genomen. 2De verdere beoordeling Buitengerechtelijke incassokosten 2.
- De eisende partij heeft gesteld dat de kosten in dit geval berekend zijn aan de hand van de wettelijke bepalingen en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Er is geen uitvoering gegeven aan het bepaalde in artikel 11.2 van de huurovereenkomst. Zoals ook in het tussenvonnis is overwogen (r.o. 3.3.) is dat echter niet relevant. Het boetebeding wijkt ten nadele van de consument aanzienlijk af van de aanvullend rechtelijke bepalingen in artikel 6:92 BW. Contractuele afwijking van dwingendrechtelijke bepalingen is, op grond van het arrest van de Hoge Raad van 10 februari 2023 onredelijk bezwarend in de zin van artikel 6:233, aanhef en onder a, BW en daarmee oneerlijk in de zin van de Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. 2.
- De kantonrechter blijft daarom bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist. Er bestaat geen aanleiding om daarop terug te komen. 2.
- Gelet op het voorgaande vernietigt de kantonrechter artikel 11.2 van de huurovereenkomst en artikel 25.2 van de algemene voorwaarden voor zover deze zien op de buitengerechtelijke incassokosten. Als gevolg daarvan worden de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten afgewezen. Huurachterstand en rente 2.
- De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 3.294,04 aan achterstallige huurpenningen (€ 3.249,50 huurachterstand + € 482,12 incassokosten + € 39,32 - € 515,50 deelbetaling). Deze deelbetaling strekt, gelet op het bepaalde in artikel 6:44 BW en wat hiervoor is overwogen, eerst in mindering op de wettelijke rente. Dit maakt dat de gedaagde partij de wettelijke rente al heeft voldaan. Het resterende bedrag van de deelbetaling, een bedrag van € 475,58 (€ 515,50 - € 39,92), strekt in mindering op de toewijsbare hoofdsom. Dit maakt dat een bedrag van € 2.811,92 ( €3.287,50 - € 475,58) aan achterstallige huurpenningen zal worden toegewezen. Conclusie en proceskosten 2.
- De vordering van de eisende partij wordt grotendeels toegewezen. 2.
- De gedaagde partij wordt overwegend in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Daarbij wordt de gedaagde partij ook veroordeeld tot betaling van € 119,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt. De kosten voor de te nemen akte blijven voor rekening van de eisende partij, omdat het aan haarzelf te wijten is dat de akte genomen moest worden. 3De beslissing De kantonrechter: 3.
- veroordeelt de gedaagde partij aan de eisende partij te betalen een bedrag van € 2.811,92 aan huurachterstand, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 januari 2024 tot aan de dag van volledige betaling; 3.
- veroordeelt de gedaagde partij in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van de eisende partij begroot op: € 135,97 wegens dagvaardingskosten, € 496,00 wegens griffierecht en € 238,00 wegens salaris gemachtigde; 3.
- veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van € 119,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt; 3.
- verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad; 3.
- wijst de vordering voor het overige af. Dit vonnis is gewezen door mr. M. Woerdman en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Algemene bepalingen huurovereenkomst woonruimte (ROZ 20 maart 2017) ECLI:NL:HR:2023:198, r.o. 3.8.4