RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 10666769 \ CV EXPL 23-5465 Uitspraakdatum: 28 augustus 2024 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiser 1],
- [eiser 2],beiden wonende te [plaats] eisers hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers gemachtigde: [gemachtigde] (Aviclaim)rolgemachtigde: mr. A.Y. Lai tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht Deutsche Lufthansa Aktiengesellschaft gevestigd te Keulen (Duitsland) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. E.C.C.M. Bootsman en mr. F.B. Mahabali De zaak in het kort De passagiers hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat deze procedure voorkomen had kunnen worden als de vervoerder in een eerder stadium meer informatie zou hebben gegeven over de oorzaak van de vertraging van de vlucht. 1Het procesverloop 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 28 juli 2023 met 4 producties: - de conclusie van antwoord van 27 september 2023 met 2 producties; - de conclusie van repliek tevens akte vermindering eis van 22 november 2023 met 8 producties; - de conclusie van dupliek; 1.
- Vervolgens is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 22 december 2021 vervoeren van Amsterdam Schiphol Airport via Frankfurt (Duitsland) naar Toronto (Canada). 2.
- De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming. 2.
- De passagiers hebben bij brieven van 13 april 2022, 17 mei 2022, 20 juni 2022 en 18 augustus 2022 om compensatie van de vervoerder verzocht. De vervoerder heeft niet inhoudelijk gereageerd op deze verzoeken. 3Het geschil 3.
- De passagiers vorderen – na vermindering van eis – dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 180,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de nakosten. 3.
- De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt – voor zover relevant – bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4De beoordeling 4.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
- De passagiers hebben bij conclusie van repliek erkend dat zij geen recht hebben op compensatie zoals bedoeld in artikel 7 van de Verordening omdat de vertraging van de vlucht is veroorzaakt door buitengewone omstandigheden. De passagiers vorderen nog wel de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten. 4.
- In deze zaak staat vast dat de vervoerder niet op de vele verzoeken van de gemachtigde van de passagiers (hierna: Aviclaim) heeft gereageerd. In tegenstelling tot hetgeen door de vervoerder wordt betoogd, merkt de kantonrechter op dat Aviclaim wel degelijk het ‘FB ID’ kenmerk in haar brieven heeft genoemd (namelijk onder het kopje ‘your reference’). Het had op de weg van de vervoerder gelegen om inhoudelijk op het verzoek van de passagiers in te gaan. Dit heeft hij nagelaten. De kantonrechter volgt de passagiers dan ook in hun stelling dat zij geen andere keuze hadden dan tot dagvaarding over te gaan. Er bestond voor de passagiers geen reden om aan te nemen dat de vervoerder zich in de gerechtelijke procedure zou verweren met een beroep op buitengewone omstandigheden. De passagiers hebben bovendien voldoende aannemelijk gemaakt dat zij buitengerechtelijke werkzaamheden hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II; de tarieven neergelegd in het Besluit worden geacht redelijk te zijn. Omdat het gevorderde bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief (inclusief btw), zullen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten is toewijsbaar, met dien verstande dat deze wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding, omdat de passagiers in elk geval vanaf die datum daarop aanspraak kunnen maken en gesteld noch gebleken is dat dit ook al vanaf een eerdere datum kon. 4.
- Nu de passagiers voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat deze procedure voorkomen had kunnen worden als de vervoerder in een eerder stadium meer informatie zou hebben gegeven, ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 180,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 juli 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; 5.
- bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt; 5.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.
- wijst de vordering voor het overige af. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter