beslissing RECHTBANK NOORD-HOLLAND Wrakingskamer, locatie Alkmaar zaaknummer / rekestnummer: C/15/356554 / KG RK 24/597 Beslissing van 9 september 2024 op het verzoek tot wraking ingediend door: 1. de vennootschap onder firma [verzoekster 1], gevestigd te Wieringerwerf 2. [verzoeker 1], wonende te Wieringerwerf, vennoot van gedaagde sub 1 3. [verzoeker 2], wonende te Wieringerwerf, vennoot van gedaagde sub 1 verder gezamenlijk te noemen: [verzoekster 1]. Het verzoek is gericht tegen: mr. F.J. Lourens, kantonrechter. 1De procedure 1.1. [verzoeker 1] heeft op 5 september 2024 namens [verzoekster 1]. ter zitting de wraking verzocht van de kantonrechter in de bij deze rechtbank, team Handel, Kanton & Bewind, locatie Alkmaar aanhangige zaak met als zaaknummer 11076138 CV EXPL 24-1193, hierna te noemen: de hoofdzaak. 1.2. De wrakingskamer heeft op grond van de hierna opgenomen overwegingen besloten geen datum te bepalen voor een mondelinge behandeling van dit verzoek en bepaald dat vandaag uitspraak zal worden gedaan. 2De beoordeling 2.1. In de hoofdzaak vordert [eiseres] als eisende partij (onder meer) betaling van een factuur door [verzoekster 1]. als gedaagde partij. 2.2. Het proces-verbaal van de op 5 september 2024 gehouden mondelinge behandeling in de hoofdzaak luidt, voor zover van belang, als volgt: “[verzoeker 1] heeft verklaard: De stukken van [naam] zijn niet ondertekend door een bevoegde ambtenaar. Deze rechtbank heeft geen overeenkomst met [naam]. U vraagt mij of ik vind dat de vordering daarom moet worden afgewezen. Dat vind ik niet. Het werk is gedaan en er moet worden betaald. (…) Ik wil de factuur betalen, maar op mijn tempo. Deze week kan ik weer € 500 betalen. (…) [verzoeker 1] heeft vervolgens gevraagd om aanhouding van de zaak, omdat de papieren niet goed zijn ondertekend door [naam] en daarom niet rechtsgeldig zijn. Nadat de kantonrechter niet heeft ingestemd met het verzoek om aanhouding en heeft bepaald dat de zaak voor vonnis kan, heeft [verzoeker 1] de kantonrechter gewraakt. [verzoeker 1] heeft daarbij aangegeven dat als de zaak niet zou worden aangehouden hij opdracht heeft gekregen van [juridisch bureau], die hem bijstaat, om de kantonrechter te wraken. Op de vraag of [verzoeker 1] zelf de kantonrechter wil wraken antwoordt [verzoeker 1] bevestigend.” 2.3. De wrakingskamer is van oordeel dat het verzoek tot wraking moet worden afgewezen, omdat het kennelijk ongegrond is. Hierbij neemt de wrakingskamer tot uitgangspunt dat wraking van een rechter alleen aan de orde is indien, kort samengevat, de rechter (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.