RECHTBANK NOORD-HOLLAND Familie en Jeugd locatie Alkmaar Afwijzing machtiging tot het verlenen van verplichte zorg zaak-/rekestnr.: C/15/355928 / FA RK 24-4231 beschikking van de enkelvoudige kamer van 5 september 2024, naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van: [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , hierna: betrokkene, advocaat mr. L.M. Wagemaker, gevestigd te Westwoud. 1Procedure 1.
- Bij het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 16 augustus 2024, heeft de officier van justitie verzocht om afgifte van een zorgmachtiging ten aanzien van betrokkene. 1.
- Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: de medische verklaring van 2 augustus 2024; het zorgplan van 6 augustus 2024; de bevindingen van de geneesheer-directeur van 15 augustus 2024; een afschrift van de politiemutaties van 25 juli 2024; 1.
- De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 5 september 2024, op de voornoemde locatie. 1.
- Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord: betrokkene, bijgestaan door haar advocaat; de coördinerend behandelaar, [coördinerend behandelaar] . 1.
- De officier van justitie heeft aangegeven niet ter zitting te zullen verschijnen. 2Beoordeling 2.
- Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten: een floride psychotisch beeld met sterke waanideeën in remissie. 2.
- Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er door voornoemde stoornis ernstig nadeel voor of van betrokkene of een ander is. Op de zitting is echter gebleken dat er voldoende mogelijkheden bestaan om het ernstig nadeel voor of van betrokkene of een ander middels vrijwillige hulpverlening af te wenden. Hiertoe overweegt de rechtbank als volgt. Betrokkene heeft ter zitting naar voren gebracht dat zij hulpverlening vanuit de WMO heeft gezocht en dat zij bereid is deze hulpverlening te accepteren. Tevens heeft betrokkene op de zitting uitdrukkelijk en gemotiveerd naar voren gebracht dat zij bereid is de noodzakelijke medicatie in te nemen. Betrokkene heeft hierover gezegd dat zij absoluut niet meer wil worden opgenomen, niet alleen voor haarzelf maar ook zodat haar omgeving daarmee niet wordt belast. Betrokkene ziet in dat de inname van de medicatie hiervoor helpend is. De rechtbank heeft er daarom vertrouwen in dat betrokkene de noodzakelijke zorg binnen het vrijwillige kader zal accepteren en dat betrokkene of haar naasten uit eigen beweging om hulp zullen vragen indien het minder goed met haar gaat. 2.
- Gelet op het voorgaande is niet voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Het verzoek zal daarom worden afgewezen. 3Beslissing De rechtbank: - wijst het verzoek af. Deze beschikking is gegeven door mr. W.P. van der Haak, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J.E. Bos als griffier en in het openbaar uitgesproken op 5 september
- De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 10 september
- Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.