vonnis RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie Zittingsplaats Haarlem zaaknummer / rolnummer: C/15/356589 / KG ZA 24-523 Aanvulling van het vonnis in kort geding van 10 september 2024, datum aanvulling 20 september 2024 in de zaak van de naamloze vennootschap ROYAL SCHIPHOL GROUP N.V., gevestigd te Schiphol, eiseres, advocaat: mrs. S.F. Sagel en mr. M.B. Kerkhof, de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE HAARLEMMERMEER, gevestigd te Hoofddorp, eiseres in incidentele conclusie tot voeging aan de zijde van Schiphol, advocaat: mr. M.F.A. Dankbaar, tegen de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid FEDERATIE NEDERLANDSE VAKBEWEGING,gevestigd te Utrecht gedaagde advocaat: mrs. H.C.S. van Deijk-Amzand en M.N.M. van der Zande Partijen zullen hierna Schiphol, de gemeente en FNV genoemd worden. De zaak in het kort In deze zaak vordert Schiphol in kort geding dat de rechter een door FNV aangekondigde staking bij NS beperkt. Met deze staking wil FNV het kabinet bewegen om tot een nieuwe en verbeterde zwaarwerkregeling te komen. Volgens Schiphol leidt de staking echter tot grote drukte op Schiphol en op het wegennetwerk rondom Schiphol, met onaanvaardbare risico’s voor de openbare orde en veiligheid tot gevolg. Schiphol wil daarom dat er vier treinen per uur blijven rijden tussen Amsterdam, Schiphol en Hoofddorp (de minimumdienstregeling). De gemeente Haarlemmermeer steunt dit. De rechter vindt dat voldoende aannemelijk is gemaakt dat de voorgenomen staking, door het volstromen van de luchthaven en het wegennetwerk rondom Schiphol, zal leiden tot een risico voor de openbare orde en veiligheid. De door Schiphol genomen beheersmaatregelen en de door FNV aangedragen maatregelen om de drukte te voorkomen zijn onvoldoende om deze risico’s te ondervangen. Ook met een minimumdienstregeling kan FNV nog steeds actie voeren, met hinder voor Schiphol, luchtvaartmaatschappijen en reizigers tot gevolg. De geringe beperking van deze staking doet volgens de rechter, ook gelet op de veelheid van landelijke collectieve acties in verschillende sectoren gedurende een langere periode, geen noemenswaardige afbreuk aan het doel en de effectiviteit van de acties. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding met producties 1 tot en met 8 van Schiphol; producties 1 tot en met 8 van FNV; de incidentele conclusie tot voeging in kort geding van de gemeente; de mondelinge behandeling op 10 september 2024; de pleitnota van Schiphol; de pleitnota van FNV. 1.2. Op 10 september 2024 heeft de voorzieningenrechter mondeling uitspraak gedaan en is een verkort vonnis in de zin van artikel 29 lid 5 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) gewezen. 1.3. De datum voor het aanvullende vonnis is bepaald op vandaag. Dit vonnis bevat een uitwerking van het op 10 september 2024 in deze zaak gewezen mondeling en verkort vonnis. 2Feiten 2.1. Schiphol exploiteert de grootste luchthaven van Nederland. 2.2. FNV is een werknemersvereniging, die de belangen van werknemers behartigt die werkzaam zijn bij vele werkgevers, waaronder de Nederlandse Spoorwegen (NS). 2.3. FNV probeert het kabinet te bewegen tot een structurele (verbeterde) zogenoemde zwaarwerkregeling te komen, die het voor werknemers met zware beroepen mogelijk maakt om al voor de AOW-leeftijd te stoppen met werken. 2.4. Op 1 mei 2024 heeft FNV het kabinet hiertoe namens haar leden een ultimatum gesteld, met de mededeling dat vanaf 15 mei 2024 collectieve acties zullen volgen indien er dan geen afspraken over een structurele zwaarwerkregeling tot stand zijn gekomen. 2.4. Vanaf 23 mei 2024 hebben er diverse collectieve acties in verschillende sectoren plaatsgevonden. 2.5. Voor de maand september 2024 heeft FNV verspreid over verschillende dagen landelijke acties aangekondigd in de sectoren Zorg & Welzijn, Bouwen en Wonen, Industrie en Metaal, Stadsvervoer HTM, GVB en RET, Streekvervoer, NS en de politie. 2.6. Op 15 augustus 2024 heeft FNV NS aangezegd dat er woensdag 11 september 2024 tussen 4.00 uur en 8.00 uur landelijke werkonderbrekingen bij NS en het streekvervoer zullen plaatsvinden. 2.7. Bij brief van 4 september 2024 heeft Schiphol FNV gevraagd haar te bevestigen dat er op 11 september 2024 tussen 8.00 uur en 11.00 uur een minimumdienstregeling blijft rijden. Deze minimumregeling houdt in dat er vier keer per uur een trein blijft rijden om passagiers tussen Amsterdam Centraal (en tussengelegen stations), Schiphol en Hoofddorp te vervoeren. 2.8. In voornoemde brief heeft Schiphol een beroep gedaan op een kortgedingvonnis tussen Schiphol en FNV van deze rechtbank van 26 mei 2019. Daarin is geoordeeld dat tijdens een 24-uursstaking van FNV op 28 mei 2019 een minimumdienstregeling (van vier treinen per uur) tussen Amsterdam, Schiphol en Hoofddorp moest blijven rijden. De voorzieningenrechter overwoog daartoe als volgt: “(…) het niet overdreven is te stellen dat bij het volledig lamleggen van het openbaar vervoer een reëel risico bestaat voor ernstige verstoringen van de openbare orde en veiligheid. (…). De voorzieningenrechter acht het verder aannemelijk dat het geheel ontbreken van openbaar vervoer (…) een aanzienlijke impact voor tienduizenden reizigers zal hebben en voor Schiphol en de daarop werkzame luchtvaartmaatschappijen tot aanzienlijke materiele schade zal leiden. Het gaat hier om derden die buiten het conflict staan”. In navolging op dit vonnis heeft FNV bij een staking in 2022 vrijwillig eenzelfde minimumdienstregeling met Schiphol afgesproken. 2.9. Voor de staking op 11 september 2024 zijn met FNV geen afspraken over een minimumdienstregeling tot stand gekomen. 3Het geschil 3.1. Schiphol vordert samengevat - dat de voorzieningenrechter FNV, op straffe van een dwangsom: (A) gebiedt om ervoor zorg te dragen dat NS op 11 september 2024 tussen 4.00 uur en 11.00 uur in staat is uitvoering te geven aan de minimumdienstregeling;(B) verbiedt om enige andere collectieve acties bij NS te organiseren of ondersteunen, die de minimumdienstregeling verstoren, vertragen of belemmeren; (C) gebiedt om haar leden en andere werknemers van NS tijdig en adequaat te informeren over het vonnis en hen op te roepen om mee te werken aan de uitvoering van de minimumdienstregeling. 3.2. FNV voert verweer. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.1. Het gaat in deze zaak om de vraag of de door FNV aangekondigde landelijke staking bij NS moet worden beperkt, in die zin dat er op 11 september 2024 tussen 4.00 uur en 11.00 uur een minimumdienstregeling van vier treinen per uur blijft rijden rondom Schiphol. Het voegingsverzoek van de gemeente wordt toegewezen 4.2. De gemeente heeft gevorderd dat zij als gevoegde partij aan de zijde van Schiphol tot dit geding wordt toegelaten. Deze vordering wordt toegewezen, omdat voldoende aannemelijk is dat de gemeente nadelige gevolgen kan ondervinden van een voor Schiphol ongunstige uitkomst van dit kort geding. Net als Schiphol, voorziet de gemeente immers grote gevolgen voor de openbare orde en veiligheid als de aangekondigde staking ongeclausuleerd doorgaat. Daarmee staat vast (zoals door FNV ook niet is betwist) dat de gemeente belang heeft bij de voeging. Spoedeisend belang 4.3. De vordering in kort geding kan alleen worden toegewezen als Schiphol daarbij een spoedeisend belang heeft. Dat is hier het geval, omdat het gaat om een vordering gericht op het beperken van een staking die op 11 september 2024 zal plaatsvinden. 4.4. Verder is voor toewijzing van de vordering in dit kort geding vereist dat de aan die vordering ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden voldoende aannemelijk zijn en dat het ook in voldoende mate waarschijnlijk is dat die vordering in een nog te voeren gewone procedure (bodemprocedure) zal worden toegewezen. Voor nader onderzoek naar bepaalde feiten en omstandigheden of voor bewijslevering door bijvoorbeeld getuigen is in dit kort geding in beginsel geen plaats. Dat moet gebeuren in een eventuele bodemprocedure. Juridisch kader 4.5. Het recht van werknemers en vakbonden op collectief optreden (waaronder staken) in geval van belangengeschillen, is neergelegd in artikel 6 lid 4 van het Europees Sociaal Handvest (ESH). Het doel van deze bepaling is het waarborgen van de doeltreffende uitoefening van het recht op collectief onderhandelen. Het is in beginsel aan de vakbond om te bepalen welk actiemiddel hij inzet om zijn doel te bereiken. 4.6. Een collectieve actie die valt onder de bescherming van artikel 6 lid 4 ESH, kan alleen worden beperkt langs de weg van artikel G ESH. Daarin is bepaald dat het recht op collectieve actie alleen kan worden beperkt als dit in een democratische samenleving noodzakelijk is voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen en voor de bescherming van de openbare orde, de nationale veiligheid, de volksgezondheid of de goede zeden. Het ligt op de weg van de werkgever of de derde, die beperking of uitsluiting van een collectieve actie vordert, om aannemelijk te maken dat deze beperking of uitsluiting maatschappelijk gezien dringend noodzakelijk is. Bij de beoordeling van die dringende noodzakelijkheid moet de rechter alle omstandigheden meewegen. Daarbij kunnen onder meer van belang zijn: de aard en duur van de actie, de verhouding tussen de actie en het daarmee nagestreefde doel, de daardoor veroorzaakte schade aan de belangen van de werkgever of derden en de aard van die belangen en die schade. In dit verband kan ook betekenis toekomen aan het antwoord op de vraag of de spelregels (het aanzeggings- en het ultimum-remediumvereiste) zijn nageleefd. De staking leidt tot grote risico’s voor de openbare orde en veiligheid 4.7. Schiphol heeft in dit geding niet betwist dat de staking onder het bereik van artikel 6 lid 4 ESH valt. Daarmee staat vast dat de staking alleen kan worden beperkt als die beperking maatschappelijk gezien dringend noodzakelijk is. 4.8. Schiphol heeft naar voren gebracht dat de staking, die zich richt op overheidsbeleid en symbolisch en publicitair van aard is, veel schade toebrengt aan de belangen van derden, waaronder Schiphol zelf, haar passagiers en luchtvaartmaatschappijen. Het zwaartepunt van het betoog van Schiphol (en de gemeente) is dat de staking zal leiden tot grote, onaanvaardbare risico’s voor de openbare orde en veiligheid. Meer concreet gaat het om de risico’s als gevolg van het volstromen van het wegennetwerk rondom de luchthaven en de drukte op de luchthaven zelf. Schiphol verwijst hiervoor naar het kortgeding vonnis uit 2019, waarin was overwogen dat het volledig lamleggen van het openbaar vervoer rondom Schiphol een reëel risico voor ernstige verstoringen van de openbare orde en veiligheid oplevert. Schiphol ziet het belang in van de actie in en begrijpt dat dit gepaard gaat met hinder, zoals tijdens de staking van de schoonmakers op 9 september 2024, maar de risico’s van deze actie zijn simpelweg onaanvaardbaar. 4.9. Schiphol heeft aan de hand van data en grafieken laten zien dat er door de staking 11.550 passagiers en 4.400 man operationeel personeel, die normaal gesproken met de trein van en naar Schiphol reizen, worden geraakt. Daardoor worden er circa 8.0000 extra voertuigen op en rond Schiphol verwacht. Dit heeft tot gevolg dat naar verwachting al rond 4.00 uur de maximale capaciteit van het wegennet van Schiphol is bereikt en dat de extreme files die daardoor ontstaan zich tijdens de staking niet zullen (kunnen) oplossen. De gevolgen van de staking ijlen volgens Schiphol nog geruime tijd na, omdat het nog tot circa 11.00 uur duurt voordat de normale dienstregeling weer zal kunnen rijden. Het volgelopen wegennet brengt volgens Schiphol allerlei risico’s voor de openbare orde en de veiligheid met zich mee, waaronder (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.