RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Alkmaar Bestuursrecht zaaknummers: HAA 24/4304 en HAA 24/5788 uitspraak van de voorzieningenrechter van 27 september 2024 in de zaken tussen [verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker (gemachtigde: mr. P.E. Stam), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer, verweerder (gemachtigde: M. Bay). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter de vraag of aan verzoeker een voorschot op de bijstand moet worden verleend zolang nog niet op zijn bezwaar, gericht tegen de besluiten om zijn uitkering op grond van de Participatiewet (PW) per 1 juli 2024 op te schorten en nadien per die datum in te trekken, is beslist. 1.1. Met het besluit van 3 juli 2024 (het primaire besluit 1) heeft verweerder de bijstandsuitkering van verzoeker per 1 juli 2024 opgeschort wegens het niet (volledig) verstrekken van door verweerder gevraagde informatie. Bij besluit van 30 juli 2024 (het primaire besluit 2) heeft verweerder de bijstandsuitkering van verzoeker vervolgens per 1 juli 2024 ingetrokken, omdat verzoeker niet binnen de daartoe gestelde termijn alsnog de gevraagde gegevens heeft overgelegd. 1.2. Verzoeker heeft tegen beide besluiten bezwaar en gemaakt en de voorzieningenrechter op respectievelijk 28 juli 2024 en 6 september 2024 verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Verzocht is om verweerder op te dragen per 1 juli 2024 voorschotten te verstrekken op de bijstandsuitkering tot zes weken na verzending van de beslissing op bezwaar. 1.3. De voorzieningenrechter heeft de verzoeken op 19 september 2024, gelijktijdig, op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, samen met mw. [naam] (hierna: [naam] ), de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van verweerder. Totstandkoming van de besluiten 2. 2.1. Verzoeker is op 24 augustus 2017 onder huwelijkse voorwaarden getrouwd met [naam] . Met een door [naam] ontvangen erfenis is op 15 november 2017 voor een bedrag van € 154.950,- een woning in Spanje aangeschaft. In de jaren 2018 en 2019 heeft er noodzakelijk onderhoud aan de woning plaatsgevonden. Op 30 april 2021 is naar aanleiding van de aanschaf van de woning en de nadien daarmee gepaard gaande kosten bij de notaris een akte houdende vaststellingsovereenkomst vergoedingsrecht opgesteld. 2.2. Verzoeker en [naam] hebben besloten om te gaan scheiden. Op 2 augustus 2023 heeft [naam] een verzoekschrift tot echtscheiding ingediend. Per 29 februari 2024 is verzoeker officieel gescheiden. 2.3. Op 25 juli 2023 heeft verzoeker verweerder verzocht om een bijstandsuitkering. Hij heeft daarbij het verzoekschrift tot echtscheiding, loonstroken en bankafschriften overgelegd. Op 4 oktober 2023 heeft verzoeker het aanvraagformulier ingediend. Hij heeft daarop – onder meer – aangegeven geen vermogen te hebben. 2.4. Bij besluit van 2 november 2023 is aan verzoeker per 4 oktober 2023 een bijstandsuitkering toegekend naar de norm van een alleenstaande. 2.5. Bij brief van 4 maart 2024 is verzoeker in het kader van een heronderzoek – onder meer – verzocht om voor 18 maart 2024 bankafschriften van hem zijn partner en kinderen van alle rekeningen over de periode vanaf 1 december 2023 tot en met 1 maart 2024 te overleggen. Daarnaast is verzoeker gevraagd het inlichtingenformulier in te vullen. 2.6. Nadat deze informatie door verweerder is ontvangen is verzoeker bij brief van 4 april 2024 uitgenodigd voor een gesprek op 15 april 2024. Verzocht is om de uitspraak van de echtscheiding, inclusief boedelverdeling mee te nemen. Het gesprek is op verzoek van verzoeker verplaatst naar 22 april 2024. 2.7. Tijdens het gesprek is door verzoeker het echtscheidingsconvenant overgelegd. Hij heeft verder verklaard dat hij op vakantie gaat met zijn ex-vrouw in Spanje naar een huis dat van haar is. Toegelicht is dat geregeld is dat het huis in Spanje geheel wordt overgedragen naar zijn ex-vrouw. Het staat wel op beider namen. Zijn ex-partner heeft alle kosten betaald. Dit is door de notaris gecontroleerd. Om die reden had zij een vordering op verzoeker. Deze is kwijtgescholden. Voor de Nederlandse wet is dit volgens verzoeker geregeld. In Spanje moet wel nog een en ander geregeld worden. De gezamenlijke rekening in Spanje moet nog worden opgeheven. Verzoeker geeft aan dat hij juridisch niets bezit en daarmee dus geen zaken heeft verzwegen. 2.8. Op 23 april 2024 heeft verweerder verzoeker verzocht om voor 7 mei 2024 de volgende gegevens te overleggen:- de notariële akte van de huwelijkse voorwaarden;- de koopakte, hypotheekakten stukken met betrekking tot het passeren van de akte bij de notaris;- de waarde van de woning tijdens de scheiding: taxatierapport en;- overige relevante documenten met betrekking tot de woning en ander inkomen en vermogen zoals de woning in Spanje. 2.9. Op 26 april 2024 heeft verweerder het IBF verzocht om onderzoek te doen naar de woning in Spanje. 2.10. Op 3 mei 2024 heeft verzoeker aangegeven dat er een akte vaststellingsovereenkomst vergoedingsrecht is opgesteld, waarin de koopakte wordt genoemd. Deze informatie is door een notaris geverifieerd en op 30 april 2021 verleden. Hierin is ook vastgelegd wie alle kosten voor de verkrijging en onderhoud van de woning heeft voldaan en hoe het vergoedingsrecht is vastgesteld als sprake is van echtscheiding. Gewezen wordt op de echtscheidingsbeschikking en het daarvan deel uitmakende convenant. Hierin is de waarde vergoeding/taxatie vastgesteld onder finale kwijting van de uiteindelijke verrekening/toebedeling. Er is nooit sprake geweest van een hypotheekakte. Verzoeker heeft de uitspraak van de rechtbank, de huwelijkse voorwaarden, de vaststellingsovereenkomst en het echtscheidingsconvenant overgelegd. Volgens eiser is alle informatie met betrekking tot zijn bezittingen en vermogen bekend bij verweerder. Hij bezit geen vermogen elders. 2.11. Op 17 mei 2024 heeft verweerder verzoeker verzocht om voor 30 mei 2024 de volgende stukken te overleggen:- koopakte, stukken met betrekking tot passeren van de akte bij de notaris;- waarde van de woning tijdens de scheiding: taxatierapport;- overige relevante documenten met betrekking tot de woning en ander in komen en vermogen, zoals de woning;- alle bladen van de vaststellingsovereenkomst (er ontbreken bladen);- bewijsstukken waaruit blijkt dat alle kosten voor aankoop, investering, vaste lasten en onderhoud met betrekking tot de woning door mw. [naam] zijn betaald;- taxatierapport uit 2021 en 2023;- schriftelijke verklaring over de waardevermindering van de woning in Spanje tussen de vaststellingsovereenkomst en het convenant. En een verklaring over wat er met de vermeerdering is gebeurd;- bewijsstuk dat woning naar Spaans recht is overgedragen aan mw. [naam] ;- schriftelijke verklaring met bewijsstuk of er schenkbelasting door mw. [naam] is betaald; - afschriften van de gezamenlijke bankrekening in de periode van 4 oktober 2022 tot en met 1 juni 2023 en juli 2023 tot en met 3 oktober 2023. 2.12. Verzoeker heeft vervolgens de eerder verstrekte informatie opnieuw opgestuurd. Hij heeft op 18 mei 2024 geschreven dat het voor hem onmogelijk is om binnen de gestelde termijn de extra gevraagde gegevens te overleggen. Hij geeft verder aan het niet te kunnen volgen dat er extra informatie nodig is, van iets dat al definitief is afgerond. Hij verzoekt om uitstel van de termijn tot 1 juli 2024. 2.13. Bij brief van 4 juni 2024 heeft verweerder verzoeker uitstel verleend tot 1 juli 2024. Toegelicht is dat het onderzoek plaatsvindt om te kunnen beoordelen of verzoeker redelijkerwijs kon beschikken over middelen. Het is aan verweerder om te bepalen welke informatie relevant is. De rechtbank heeft geen inhoudelijke beoordeling gegeven over de vraag of er wel of geen overbedeling aan mw. [naam] heeft plaatsgevonden en ook niet over de vraag of verzoeker heeft afgezien van zijn overbedelingsvordering door de vordering prijs te geven. Er kan dan ook volgens verweerder niet zomaar uitgegaan worden van de overgelegde stukken. Er dient een eigen individueel onderzoek te worden gedaan. 2.14. Op 12 juni 2024 heeft het IBF verweerder bericht dat verzoeker en mw. [naam] sinds 2018 het gezamenlijk eigendom hebben van het geheel in Spanje en de nieuwbouw. 2.15. Op 28 juni 2024 heeft verzoeker informatie verstrekt. Hij licht toe dat hij van het huis in Spanje geen melding heeft gedaan omdat alles notarieel en via advocaten was geregeld en hij dus niets bezit in Spanje. - door de Spaanse advocaat is aanbevolen om het huis op twee namen te zetten. Dit, omdat bij overlijden de erfgenamen recht zouden hebben op het huis van mw. [naam] , terwijl het helemaal van haar is. - de vaststellingsovereenkomst is notarieel vastgelegd om recht te doen aan de huwelijkse voorwaarden. Er zijn originele stukken gebruikt om te akte op te maken. Het zou niet eerlijk zijn als hij in geval van echtscheiding aanspraak zou kunnen maken op de helft van het huis. Vandaar dat dit is vastgelegd;- er is geen reden om over de koopakte te beschikken, omdat de notaris deze al heeft geverifieerd. Hij beschikt niet over de koopakte en wil deze ook niet aan zijn ex-vrouw vragen;- zijn ex-vrouw heeft een vergoedingsrecht ter hoogte van zijn deel van het eigendom. De waarde ten tijde van de echtscheiding is vastgesteld op de aankoopwaarde. Er is geen taxatierapport opgemaakt; - overige documenten met betrekking tot de woning en andere inkomsten en vermogen zijn er niet;- hij heeft de volledige vaststellingsovereenkomst overgelegd;- de bewijsstukken van aankoop en investering etc. heeft hij niet. Die zijn van zijn ex-vrouw. Hij kan daar niet bij;- taxatierapporten zijn er niet;- de waarde in 2021 is in overleg met de notaris vastgesteld. Bewijsstukken zijn er niet;- een bewijsstuk dat de woning naar Spaans recht is overgedragen is er niet;- zijn ex is niets aan hem verschuldigd. Dit volgt uit de vaststellingsovereenkomst;- de Spaanse rekening is opgezegd per 11 juni 2024. Hij heeft hiervan rekeningafschriften overgelegd over 1 juli 2023 tot en met 4 oktober 2023. De andere overzichten van 4 oktober 2022 tot en met 1 juni 2023 heeft verzoeker niet overgelegd, omdat hij daarvan de reden niet kan volgen. Verzoeker geeft aan dat er niet meer informatie is. Hij heeft geen bezit, krijgt geen geld en heeft dit ook niet gekregen. 2.16. Verzoeker heeft daarnaast een ‘expense’ rapport van een makelaar/notaris uit Spanje overgelegd uit 2017 waaruit volgt dat er € 155.500,- voor de aankoop is betaald. Opschorting 3. Verweerder heeft vervolgens het recht op bijstand van verzoeker bij het primaire besluit 1 per 1 juli 2024 opgeschort, omdat hij niet alle gegevens waarom is verzocht heeft overgelegd. Verzoeker krijgt tot 15 juli 2024 de tijd om de volgende gegevens te overleggen:- koopakte, stukken met betrekking tot passeren van de akte bij de notaris; - waarde van de woning tijdens de scheiding: taxatierapport; - overige relevante documenten met betrekking tot de woning en ander inkomen en vermogen, zoals de woning; - bewijsstukken waaruit blijkt dat alle kosten voor aankoop, investering, vaste lasten en onderhoud met betrekking tot de woning door mw. [naam] zijn betaald; - taxatierapport uit 2021 en 2023; - schriftelijke verklaring over de waardevermindering van de woning in Spanje tussen de vaststellingsovereenkomst en het convenant. En een verklaring over wat er met de vermeerdering is gebeurd; - bewijsstuk dat de woning naar Spaans recht is overgedragen aan mw. [naam] ; - schriftelijke verklaring met bewijsstuk of er schenkbelasting door mw. [naam] is betaald; - afschriften van de gezamenlijke bankrekening in de periode van 4 oktober 2022 tot en met 1 juni 2023. Intrekking Verweerder heeft vervolgens bij het primaire besluit 2 het recht op bijstand van verzoeker per 1 juli 2024 ingetrokken, omdat verzoeker niet binnen de daartoe geboden hersteltermijn de volgens verweerder noodzakelijke informatie heeft overgelegd. Nieuwe aanvraag Verzoeker heeft op 11 september 2024 per 1 juli 2024 een nieuwe aanvraag voor bijstand gedaan. Ter zitting is toegelicht dat verweerder in dat kader (opnieuw) om dezelfde aanvullende informatie heeft verzocht.Standpunt verzoeker 6.1. Volgens verzoeker heeft hij een spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening. Zonder (aanvullende) bijstand is hij niet in staat om in zijn levensonderhoud te voorzien. Maandelijks mist hij ongeveer € 240,- aan inkomsten. 6.2. Volgens verzoeker hebben zijn bezwaren een redelijke kans van slagen. Verzoeker stelt zich – samengevat – op het standpunt dat verweerder niet bevoegd was om zijn recht op bijstand op te schorten en in te trekken per 1 juli 2024. Het recht op bijstand kan volgens hem worden vastgesteld op basis van de akte van huwelijkse voorwaarden, de akte van de vaststellingsovereenkomst en de beschikking van echtscheiding met het daarbij behorende convenant. Uit deze (door de notaris geverifieerde) stukken volgt dat [naam] de woning en de daarbij behorende (onderhouds)kosten uit eigen middelen heeft voldaan. Verder volgt hieruit dat verzoeker geen vermogen heeft omdat [naam] als gevolg hiervan een vergoedingsrecht op hem heeft, die mee fluctueert met de waardestijging of daling van de woning (de beleggingsleer). Er kan gelet hierop nooit sprake zijn van overbedeling. De waarde van de woning is hierbij niet van belang. 6.3. De door verweerder opgevraagde informatie voegt aan het voorgaande volgens verzoeker niets toe. Bovendien verzoekt verweerder (ook) om gegevens die er gewoonweg niet zijn. Hij heeft inkomensgegevens overgelegd, informatie van de belastingdienst en een bewijs dat hij in de schuldsanering heeft gezeten. Hieruit volgt volgens hem dat hij niet heeft kunnen bijdragen aan de woning in Spanje. Verder heeft hij bankafschriften overgelegd en toegelicht dat hieruit volgt dat [naam] de woning heeft bekostigd. Van een schenking van [naam] aan verzoeker is, gelet op het huwelijksvermogensrecht, geen sprake. Verzoeker heeft daarnaast een verklaring van een Spaanse advocaat overgelegd met betrekking tot de (wijziging van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.