← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:10032

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Zaandam Zaaknr./rolnr.: 11689251 \ VV EXPL 25-34 (rvk) Uitspraakdatum: 12 juni 2025 Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak (vonnis) van de kantonrechter in kort geding in de zaak van: [verzoekster] wonende te [woonplaats] eiseres verder te noemen: [verzoekster] gemachtigde: mr. I. Atay tegen de besloten vennootschap Tasfin B.V. gevestigd te Zaandam gedaagde verder te noemen: Tasfin procederend bij F.S. Groeneveld en A. Akdogan [verzoekster] heeft Tasfin op 2 juni 2025 gedagvaard in kort geding. Tasfin heeft een schriftelijk verweer ingediend. [verzoekster] heeft op 11 juni 2025 nog een document overgelegd. Op 12 juni 2025 heeft een zitting plaatsgevonden waar zijn verschenen voor mr. S.Slijkhuis, kantonrechter, bijgestaan door mr. R.P. van Kroonenburg, griffier: - [verzoekster] en haar gemachtigde; - namens Tasfin, mevrouw F. Groeneveld en de heer A. Akdogan. De kantonrechter gaat over tot de mondelinge behandeling. Partijen hebben hun standpunten toegelicht en over en weer gereageerd op de standpunten van de wederpartij. [verzoekster] heeft daarbij gebruik gemaakt van pleitaantekeningen. De griffier heeft aantekening gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Na afloop van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter ter zitting mondeling vonnis gewezen. 1De gronden van de beslissing 1.

  1. De kantonrechter zal de vordering van [verzoekster] toewijzen, op de volgende gronden. 1.
  2. Vaststaat dat er tussen partijen met ingang van 1 februari 2025 een arbeidsovereenkomst bestaat. Dat betekent dat [verzoekster] recht heeft op betaling van het overeengekomen loon, ook tijdens ziekte, los van de vraag of de ziekmelding op de voorgeschreven wijze is gebeurd. In dit geval staat vast dat de ziekmelding Tasfin op 14 maart 2025 heeft bereikt. Het loon is echter vanaf april 2025 niet betaald en er is ook geen bedrijfsarts ingeschakeld. 1.
  3. De reden die Tasfin daarvoor geeft is dat [verzoekster] zou hebben gezegd dat zij ontslag zou nemen na een discussie over het opnemen van verlof. Van een rechtsgeldige opzegging is echter niet gebleken. Op grond van vaste rechtspraak gelden strenge eisen wil aangenomen worden dat sprake is van een opzegging door een werknemer. Er moet sprake zijn van een duidelijke en ondubbelzinnige uiting gericht op het definitief beëindigen van de arbeidsovereenkomst. Daarvan blijkt in deze zaak niet en er is ook niets op papier gezet. Omdat de arbeidsovereenkomst voortduurt moet Tasfin het loon doorbetalen. 1.
  4. De stelling van Tasfin dat [verzoekster] ongeoorloofd verlof heeft opgenomen, wat daar ook van zij, maakt dat niet anders omdat Tasfin daaraan geen arbeidsrechtelijke gevolgen heeft verbonden. 1.
  5. Ook de omstandigheid dat [verzoekster] haar ziekmelding niet op de voorgeschreven wijze heeft gedaan, staat niet in de weg aan de verplichting tot loondoorbetaling tijdens ziekte. De ziekmelding heeft Tasfin immers bereikt. 1.
  6. Tasfin dient ook de bedrijfsarts in te schakelen om [verzoekster] te begeleiden bij haar arbeidsongeschiktheid. 1.
  7. De conclusie is dat de kantonrechter de vordering tot betaling van het resterende netto-salaris over de maand maart 2025, het salaris over de maanden april en mei 2025 en het salaris over de daaropvolgende maanden zolang de arbeidsovereenkomst voortduurt, zal toewijzen. Voor de periode dat [verzoekster] wegens ziekte arbeidsongeschikt is, gaat het dan om 70% van het overeengekomen loon. Ook zal de kantonrechter de vordering tot betaling van het vakantiegeld toewijzen. 1.
  8. Gelet op de te late betaling zal ook de wettelijke verhoging over het loon worden toegewezen. Tegen de gevorderde wettelijke rente is geen verweer gevoerd en deze zal eveneens worden toegewezen. 1.
  9. Tegen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten is evenmin verweer gevoerd en deze zullen eveneens worden toegewezen. 1.
  10. Tasfin zal ook veroordeeld worden om de bedrijfsarts in te schakelen en deugdelijke loonspecificaties te verstrekken. De kantonrechter ziet aanleiding om daaraan, zoals gevorderd, dwangsommen te verbinden, maar deze zullen gematigd worden tot € 100,- per dag, met een maximum van € 10.000,-. Tasfin zal een termijn krijgen van twee weken na deze uitspaak om hieraan te voldoen, voordat de dwangsommen verbeurd worden. 1.
  11. Tasfin is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [verzoekster] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 148,04 - griffierecht € 732,00 - salaris gemachtigde € 814,00 - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.829,04 2De beslissing De kantonrechter: 2.
  12. veroordeelt Tasfin tot betaling aan [verzoekster] van het resterende salaris over de maand maart 2025 van € 2.900,26 netto, 2.
  13. veroordeelt Tasfin tot betaling aan [verzoekster] van het salaris over de maanden april en mei 2025 van € 4.397,40 bruto per maand; 2.
  14. veroordeelt Tasfin tot betaling van het vakantiegeld, berekend vanaf de datum van indiensttreding; 2.
  15. veroordeelt Tasfin tot betaling van de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW van 50% over de som van de voornoemde bedragen; 2.
  16. veroordeelt Tasfin tot betaling aan [verzoekster] van het loon van € 4.397,40 bruto per maand, voor iedere maand waarin eiseres wegens ziekte arbeidsongeschikt is, vanaf juni 2025 tot het moment dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd; 2.
  17. veroordeelt Tasfin tot betaling van de wettelijke rente over de som van de voornoemde bedragen, wat betreft de bedragen die reeds opeisbaar waren op het tijdstip van dagvaarding, met ingang van de dag van dagvaarding, en wat betref de bedragen die nadien opeisbaar zijn geworden, vanaf het tijdstip van opeisbaarheid van die bedragen, tot aan de dag van volledige betaling; 2.
  18. veroordeelt Tasfin om binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis een bedrijfsarts in te schakelen met als doel re-integratie mogelijk te maken, op straffe van een dwangsom van € 100,- per dag of dagdeel dat Tasfin dit nalaat, met een maximum van € 10.000,-; 2.
  19. veroordeelt Tasfin om binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis aan [verzoekster] deugdelijke salarisspecificaties van de maanden maart 2025 tot heden te verstrekken, dan wel gewijzigde salarisspecificatie(s), op straffe van een dwangsom van € 100,- per dag of dagdeel dat Tasfin die niet verstrekt, met een maximum van € 10.000,-; 2.
  20. veroordeelt Tasfin tot betaling van de buitengerechtelijke kosten van € 673,28, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding; 2.
  21. veroordeelt Tasfin tot betaling van de proceskosten van € 1.829,04, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Tasfin niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend; 2.
  22. veroordeelt Tasing in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan; 2.
  23. verklaart deze uitspraak uitvoerbaar bij voorraad; 2.
  24. wijst de vordering voor het overige af. Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Slijkhuis en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.