RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 10953298 \ CV EXPL 24-1441 Uitspraakdatum: 5 maart 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: [eiser] wonende te [plaats] eiser hierna te noemen: de passagier gemachtigde: [gemachtigde] tegen de vennootschap naar buitenlands recht Deutsche Lufthansa Aktiengesellschaft gevestigd te Keulen (Duitsland) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. E.C.C.M. Bootsman en mr. J. Nooij 1Het procesverloop 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 3 maart 2023 vervoeren van Amsterdam, via München (Duitsland), naar Rome (Italië), met vluchtcombinatie: LH2307 en LH
- 2.
- Vlucht LH2307 van Amsterdam naar München (hierna: de vlucht) is vertraagd uitgevoerd, waardoor de passagier zijn aansluitende vlucht heeft gemist en met een vertraging van meer dan drie uur is aangekomen op de eindbestemming. 2.
- De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
- De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag der incident tot aan de dag der algehele voldoening;- € 48,40 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten. 3.
- Voorts verzoeken de passagiers de kantonrechter om een certificaat af te geven zoals bedoeld in artikel 53 herziene EEX-Verordening 1215/2012 (Brussel I bis-Verordening). 3.
- De passagier baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 (artikel 7 van de Verordening). 3.
- De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging van de vlucht gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet worden voorkomen (artikel 5 lid 3 van de Verordening). 4De beoordeling 4.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij/zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
- Vast staat dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming is aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden. 4.
- De vervoerder voert aan dat de vlucht met een vertraging van 32 minuten is aangekomen op de luchthaven van München. De vertraging is voor de duur van 23 minuten veroorzaakt door een te late tankwagen en tanktoezichthouder. Ter onderbouwing heeft de vervoerder het vluchtrapport van de vlucht en de ‘Standard IATA Delay Codes’ overgelegd. Daaruit volgt dat de vertraging voor de duur van 23 minuten is veroorzaakt door vertragingscode 36, welke code staat voor “Fueling / Defueling, Fuel Supplier”. Meer specifiek is de vertraging veroorzaakt door vertragingscodes 36A, welke code staat voor “Late / lack / breakdown of fuel truck” en 36B, welke code staat voor “fueling supervision”. De vervoerder heeft geen invloed op de beschikbaarheid van de tankwagen, de snelheid waarmee deze zich richting het vliegtuig mag begeven dan wel de snelheid van het tanken, zodat dit niet behoort tot de normale uitoefening van de activiteit van de vervoerder. 4.
- In het onderhavige geval is gemotiveerd weersproken dat het tankpersoneel van de luchthaven van Schiphol moet worden aangemerkt als ‘hulppersonen’ van de vervoerder. Niet is gebleken dat tussen het tankpersoneel van de luchthaven en de vervoerder een overeenkomst bestaat. Evenmin is gebleken dat de luchthaven van Schiphol doet aan ‘self handling’. Dat de vervoerder mogelijk invloed heeft op de prijs van de benzine, leidt niet tot een ander oordeel. De vertrekvertraging van 41 minuten is voor 23 minuten te wijten aan buitengewone omstandigheden. Tijdens de vlucht is een deel van de vertraging ingelopen, zodat de vlucht met 32 minuten vertraging is aangekomen op de luchthaven van München. Bij deze stand van zaken wordt de vertraging voor de duur van 23 van de 32 minuten naar het oordeel van de kantonrechter aangemerkt als het gevolg van buitengewone omstandigheden. 4.
- De volgende vraag die voorligt is of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te beperken dan wel voorkomen. De vervoerder voert aan dat hij de passagier heeft omgeboekt op de eerstvolgende vlucht met beschikbare plaats naar de eindbestemming. Verder heeft de vervoerder een buffer van 10 minuten aangehouden, wat in dit geval als voldoende moet worden geacht. De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te beperken. Dit leidt tot de conclusie dat de vordering tot compensatie niet toewijsbaar is. 4.
- De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagier heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen. 4.
- De passagier zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
- wijst de vordering af; 5.
- veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 164,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagier tot betaling van € 41,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening. 5.
- verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter