← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:10061

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 10782609 \ CV EXPL 23-7225 Uitspraakdatum: 2 april 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de vennootschap naar het recht harer vestiging AirHelp Germany GmbH gevestigd te Berlijn (Duitsland) eiseres hierna te noemen: AirHelp gemachtigde: mr. D.E. Lof tegen de buitenlandse vennootschap British Airways Plc. gevestigd te Harmondsworth (Verenigd Koninkrijk) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. J.J.O. Zandt De zaak in het kort AirHelp heeft van de vervoerder compensatie gevraagd voor de vertraagd uitgevoerde vlucht, waarmee de passagier met een vertraging van meer dan drie uur is aangekomen op de eindbestemming. De vervoerder heeft op 20 maart 2023 de compensatie betaald aan de passagier. De vervoerder voert terecht aan dat hij reeds bevrijdend heeft betaald aan de passagier, omdat hij op 9 oktober 2023 pas bekend is geworden met de cessie. De vordering tot compensatie wordt daarom afgewezen. 1Het procesverloop 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  3. [betrokkene] (hierna: de passagier) heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder haar op 31 januari 2023 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar OR Tambo International Airport, Johannesburg (Zuid-Afrika), via London Heathrow Airport, Londen (Verenigd Koninkrijk), met vluchtcombinatie: BA449 en BA
  4. 2.
  5. Vlucht BA57 van Londen naar Johannesburg is vertraagd uitgevoerd, waardoor de passagier met een vertraging van meer dan drie uur is aangekomen op de eindbestemming. 2.
  6. De passagier heeft haar vermeende vorderingsrecht overgedragen aan AirHelp. AirHelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd. 3Het geschil 3.
  7. AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening; - de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.
  8. AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 (artikel 7 van de Verordening). 3.
  9. De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat hij de passagier op 20 maart 2023 heeft gecompenseerd. Voor zover de passagier haar vermeende vorderingsrecht op die datum al zou hebben overgedragen aan AirHelp stelt de vervoerder zich op het standpunt dat de vereiste mededeling aan hem, zijnde de schuldenaar, niet, althans bij betekening van de dagvaarding op 9 oktober 2023, is gedaan. Verder is de vervoerder door AirHelp rauwelijks gedagvaard, zodat AirHelp moet worden veroordeeld in de proceskosten. 4De beoordeling 4.
  10. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
  11. Vast staat dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur is aangekomen op de eindbestemming. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. De vervoerder voert aan dat hij op 20 maart 2023 de compensatie heeft betaald aan de passagier. De vervoerder voert verder aan dat hij niet op de hoogte was van de cessie, hetgeen wel is vereist voor de rechtsgeldigheid daarvan. Daarom is op 20 maart 2023 bevrijdend betaald aan de passagier. 4.
  12. AirHelp stelt dat zij op 9 maart 2023 de onderhavige claim heeft ingediend bij de vervoerder en dat zij toen ook mededeling heeft gedaan van de cessie, zodat de vervoerder niet bevrijdend heeft kunnen betalen aan de passagier. De vervoerder betwist dit en voert aan dat nergens uit blijkt dat AirHelp op 9 maart 2023 mededeling heeft gedaan van de cessie. AirHelp heeft dit niet gemotiveerd weersproken, zodat niet is komen vast te staan dat AirHelp op 9 maart 2023 de cessie aan de vervoerder heeft medegedeeld. Ook het standpunt dat de vervoerder met de betekening van de dagvaarding bekend is geworden met de cessie kan haar niet baten. De datum van betekening van de dagvaarding is namelijk van een latere datum dan 20 maart
  13. Daarmee was op 20 maart 2023 niet voldaan aan de twee constitutieve vereisten voor een rechtsgeldige cessie. 4.
  14. In tegenstelling tot het betoog van AirHelp werkt de mededeling van de cessie gedaan in de dagvaarding in dit geval niet terug tot de dag van het opmaken van de akte. In het onderhavige geval is immers geen sprake van een “bepaalde, doch op de dag waarop de akte wordt opgemaakt onbekende persoon” tegen wie het recht (op compensatie) kan worden uitgeoefend, omdat AirHelp vanaf de dag van het verkrijgen van dit recht bekend was met de identiteit van de vervoerder. 4.
  15. Dit brengt met zich dat AirHelp op 20 maart 2023 niet over het vorderingsrecht beschikte, zodat de vervoerder de compensatie bevrijdend heeft betaald aan de passagier. De vordering van AirHelp is niet toewijsbaar. 4.
  16. De vraag of de vervoerder rauwelijks is gedagvaard hoeft, gelet op het voorgaande, geen beantwoording. 4.
  17. AirHelp zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten en de nakosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
  18. wijst de vordering af; 5.
  19. veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening; 5.
  20. verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Artikel 3:94 lid 1 BW. Als bedoeld in artikel 3:94 lid 2 BW.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.