RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 10682578 \ CV EXPL 23-5709 Uitspraakdatum: 2 april 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiser 1],
- [eiser 2],
- [eiser 3],
- [eiser 4],
- [eiser 5],
- [eiser 6], allen wonende te [plaats] eisers hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers gemachtigde: [gemachtigde] tegen de vennootschap naar buitenlands recht Royal Air Maroc gevestigd te Casablanca (Marokko) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. T. Teke De zaak in het kort De passagiers hebben van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd voor een meer dan drie uur vertraagde vlucht. De kantonrechter verklaart de passagiers ontvankelijk in hun vordering. De vervoerder heeft verder geen verweer gevoerd tegen de door de passagiers gevorderde hoofdsom, zodat deze zal worden toegewezen. Van rauwelijks dagvaarden is geen sprake, omdat de vervoerder heeft erkend dat de aanmaningen hem per e-mail hebben bereikt. 1Het procesverloop 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 21 juli 2022 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Nador International Airport, Nador (Marokko), met vlucht AT1681 (hierna: de vlucht). 2.
- De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming. 2.
- De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.
- De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
- De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 2.400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag der incident tot aan de dag der algehele voldoening;- € 217,80 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.
- Voorts verzoeken de passagiers de kantonrechter om een certificaat af te geven zoals bedoeld in artikel 53 herziene EEX-Verordening 1215/2012 (Brussel I bis-Verordening). 3.
- De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening). 3.
- De vervoerder voert verweer. Allereerst zou Yource B.V. (hierna Yource) niet beschikken over een volmacht en is zij daarom niet gerechtigd om namens de passagiers te handelen. De handtekeningen op de volmacht van passagiers sub 1, sub 4 en sub 5 verschillen van de handtekeningen op de paspoorten van die passagiers. Verder zijn passagiers sub 2, sub 3 en sub 6 minderjarig, waardoor zij niet bevoegd zijn om als procespartij op te treden en vertegenwoordigd moeten worden door hun wettelijk vertegenwoordiger. Daarvan is in dit geval niet gebleken. Daarom moeten de passagiers niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vordering. De vordering tot betaling van compensatie wordt niet betwist. Omdat de passagiers tot rauwelijks dagvaarden zijn overgegaan, worden de nevenvorderingen wel betwist. 4De beoordeling 4.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
- De kantonrechter is van oordeel dat de handtekeningen van passagier sub 1, sub 4 en sub 5 op de aanvullende verklaring van 20 november 2023 dan wel 22 december 2023, productie 7 tot en met 9 bij conclusie van repliek, in voldoende mate overeenkomen met de handtekeningen van die passagiers op hun paspoorten. De kantonrechter vindt het dan ook voldoende aannemelijk dat Yource B.V. gemachtigd is om deze procedure namens passagier sub 1, sub 4 en sub 5 te voeren. Het niet-ontvankelijkheidsverweer van de vervoerder faalt. 4.
- Ten aanzien van passagier sub 2, sub 3 en sub 6 stelt de kantonrechter vast dat deze passagiers niet bekwaam zijn zelfstandig in rechte op te treden, nu uit de stukken blijkt dat zij minderjarig zijn. Voor zover passagier sub 1 en/of passagier sub 4 in deze procedure namens hun minderjarige kinderen, als wettelijk vertegenwoordiger optreden, dienen zij te beschikken over een machtiging van de kantonrechter als bedoeld in artikel 1:235k in verbinding met artikel 1:349 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Een dergelijke machtiging is als productie 1 bij dagvaarding overgelegd. Passagier sub 1 en sub 4 hebben de gemachtigde in hun hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van passagier sub 2, sub 3 en sub 6 gevolmachtigd om deze procedure namens hun minderjarige kinderen te voeren. Passagier sub 2, sub 3 en sub 6 zijn daarom ontvankelijk in hun vordering. 4.
- De vervoerder heeft geen verweer gevoerd tegen de door de passagiers gevorderde hoofdsom, zodat deze zal worden toegewezen. 4.
- De gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen met ingang van de datum van de vlucht. Het betreft een vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade, die gelet op artikel 6:83 sub b BW terstond opeisbaar is. In tegenstelling tot het verweer van de vervoerder, treedt het verzuim dus zonder ingebrekestelling in op het moment dat de schade wordt geacht te zijn geleden. 4.
- Ten slotte stelt de vervoerder dat hij rauwelijks is gedagvaard. De onderhavige procedure is onnodig aanhangig gemaakt omdat de passagiers een procedure hadden kunnen voorkomen door op de juiste wijze een volledig dossier aan te leveren (via het webformulier op de website van de vervoerder). De gemachtigde van de passagiers heeft echter op 17 augustus 2022 en 8 september 2022 aanmaningen namens de passagiers verstuurd naar een e-mailadres van de vervoerder. De vervoerder betwist dat deze aanmaningen zijn verstuurd en hem hebben bereikt. De passagiers hebben hun vordering volgens de vervoerder ook niet via zijn website ingediend. Ten slotte heeft de vervoerder bij conclusie van dupliek aangevoerd dat de aanmaningen niet voorzien waren van de bijbehorende stukken, zodat hij niet in staat was om de claim te beoordelen. 4.
- De kantonrechter overweegt dat de vervoerder heeft erkend dat de aanmaningen hem per e-mail hebben bereikt. De omstandigheid dat de passagiers de vordering niet (ook) via de website van de vervoerder hebben ingediend, maakt dit niet anders. Daarnaast heeft de vervoerder zijn stelling dat de aanmaningen niet voorzien waren van de relevante stukken onvoldoende onderbouwd, nu hij ook niet heeft gesteld dat hij om deze stukken heeft gevraagd. Van rauwelijks dagvaarden is dan ook geen sprake. 4.
- De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen. 4.
- De vervoerder zal grotendeels in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. 4.
- De gevorderde afgifte van het certificaat ex artikel 53 Brussel I bis-Verordening wordt bij gebrek aan belang afgewezen. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 2.400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 21 juli 2022 tot aan de dag van voldoening; 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd: dagvaarding € 129,14;griffierecht € 244,00;salaris gemachtigde € 408,00; 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 102,00 aan nakosten, voor zover de passagiers daadwerkelijk nakosten zullen maken; 5.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter