RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11181903 \ CV EXPL 24-4462 Uitspraakdatum: 2 juli 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de vennootschap naar het recht harer vestiging AirHelp Germany GmbH gevestigd te Berlijn (Duitsland) eiseres hierna te noemen: AirHelp gemachtigde: mr. D.E. Lof tegen de buitenlandse vennootschap Royal Air Maroc gevestigd te Casablanca (Marokko) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. T. Teke De zaak in het kort AirHelp heeft van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd in verband met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming te Nador, (Marokko). De kantonrechter gaat voorbij aan het verweer van de vervoerder dat de Verordening in onderhavig geval niet van toepassing is omdat sprake was van een ‘no-show’. De vordering van AirHelp wordt toegewezen. Ook het verweer dat de vervoerder rauwelijks is gedagvaard slaagt niet. De vervoerder wordt daarom eveneens veroordeelt in de rente en kosten. 1Het procesverloop 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- [betrokkene] (hierna: de passagier) heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder haar op 8 augustus 2022 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Nador Airport, Nador (Marokko), met vlucht AT1681 (hierna: de vlucht). 2.
- De passagier heeft haar vermeende vorderingsrecht middels cessie overgedragen op AirHelp. AirHelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
- AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening; - de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.
- AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00 (artikel 7 van de Verordening). 3.
- De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat hij geen compensatie is verschuldigd, omdat de passagier zich op de datum van de vlucht niet bij de incheckbalie heeft gemeld en dus niet heeft deelgenomen aan de vlucht in kwestie. De nevenvorderingen zijn evenmin toewijsbaar, omdat AirHelp het verzoek tot compensatie niet op de juiste wijze bij de vervoerder heeft ingediend en rauwelijks tot dagvaarding is overgegaan. 4De beoordeling 4.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. Compensatie 4.
- De vervoerder betwist dat de Verordening in onderhavig geval van toepassing is. Hij voert in dit verband aan dat de passagier is aangemerkt als ‘no-show’, omdat de passagier zich niet tijdig bij de incheckbalie heeft gemeld. 4.
- Voor toepassing van de Verordening is vereist dat passagiers beschikken over een bevestigde boeking voor de vlucht in kwestie en zich behalve in geval van annulering als bedoeld in artikel 5 - (tijdig) bij de incheckbalie hebben gemeld. In het arrest van het Hof van 21 december 2021 is een ruimere definitie aan het begrip boeking toegekend. Als passagiers beschikken over een door de touroperator afgegeven ander bewijs, dan staat dit andere bewijs ook gelijk aan een boeking. De bewijslast ter zake van het voornoemde rust op AirHelp. AirHelp heeft met het overleggen van een afschrift van de “Boarding Pass” van de passagier en haar toelichting daarop gemotiveerd gesteld dat de passagier beschikte over een bevestigde boeking. 4.
- De kantonrechter oordeelt dat aan passagiers die over een bevestigde boeking voor die vlucht beschikken, de compensatie uit hoofde van de Verordening niet mag worden geweigerd louter op grond dat zij in het kader van hun vordering tot compensatie niet hebben aangetoond, met name door middel van de instapkaart, dat zij voor de betrokken vlucht aanwezig waren bij de incheckbalie, tenzij wordt aangetoond dat deze passagiers niet met de vertraagde vlucht in kwestie zijn vervoerd. Gelet op het voorgaande houdt het verweer van de vervoerder geen stand. De vervoerder heeft immers niet onderbouwd dat de passagier niet is meegevlogen met de vlucht. Dit heeft tot gevolg dat de vordering tot compensatie toewijsbaar is. Rente en kosten 4.
- De vervoerder voert aan dat de gevorderde wettelijke rente en kosten moeten worden afgewezen, nu hij voor de dagvaarding van 3 juni 2024 niet bekend zou zijn met een aanspraak van de passagier of AirHelp op compensatie (en dus rauwelijks is gedagvaard). Vast staat dat de vervoerder verweer heeft gevoerd tegen de hoofdvordering van AirHelp. De kantonrechter acht het aannemelijk dat de vervoerder, indien zou komen vast te staan dat de vervoerder ook buiten rechte bekend had kunnen zijn met de vordering van AirHelp, het verweer ten aanzien van de hoofdvordering ook buiten rechte zou hebben aangevoerd. Hieruit volgt dat de vervoerder zowel binnen als buiten de gerechtelijke procedure niet voornemens was de compensatie en de wettelijke rente te voldoen. Het verweer van de vervoerder ten aanzien van de wettelijke rente houdt dan ook geen stand. Hetzelfde geldt voor het verweer dat de vervoerder ten aanzien van de verschuldigdheid van de proceskosten heeft gevoerd. 4.
- Voor zover de vervoerder verder aanvoert dat hij geen wettelijke rente is verschuldigd, omdat hij niet in verzuim verkeert, houdt dit verweer evenmin stand. AirHelp heeft de wettelijke rente gevorderd vanaf de datum van de vlucht. Het betreft hier een vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade, zodat deze schade terstond opeisbaar is. Het verzuim treedt dus zonder ingebrekestelling in op het moment dat de schade geacht wordt te zijn geleden. De werkwijze en proceshouding van AirHelp doen hier niet aan af. 4.
- De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf 8 augustus 2022, zijnde de datum waarop de vlucht op de eindbestemming had moeten aankomen. 4.
- De proceskosten komen eveneens voor rekening van de vervoerder, omdat hij ongelijk krijgt. De gevorderde rente over de proceskosten is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling aan AirHelp van € 400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 augustus 2022 tot aan de dag van voldoening; 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van AirHelp tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd: dagvaarding € 135,97;griffierecht € 130,00;salaris gemachtigde € 164,00; vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis; 5.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Artikel 3 lid 2 van de Verordening. C-146/20, C-188/20, C-196/20 en C-270.
- in de zin van artikel 2 onder g van de Verordening. gelet op het arrest van het Hof van 24 oktober 2019 (C-756/18). gelet op artikel 6:83 sub b BW.