← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:10070

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11293749 \ CV EXPL 24-6145 Uitspraakdatum: 13 augustus 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiser 1], wonende te [plaats 1]

  1. [eiser 2], wonende te Suriname eisers hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers gemachtigde: [gemachtigde] tegen de naamloze vennootschap naar Surinaams recht Suriname Luchtvaart Maatschappij N.V. tevens handelend onder de naam Surinam Airways gevestigd te Paramaribo (Suriname) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. drs. A.J.F. Gonesh De zaak in het kort De passagiers hebben van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan hij passagier sub 1 reeds heeft gecompenseerd en dat passagier sub 2 tegen een gereduceerd tarief heeft gereisd, waardoor de Vordering niet op deze passagier van toepassing is en zij dus geen recht heeft op compensatie. Beide verweren slagen. De gevorderde compensatie wordt afgewezen. 1Het procesverloop 1.
  2. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.
  3. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  4. De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 14 oktober 2023 moest vervoeren van Amsterdam naar Paramaribo (Suriname), met vlucht PY993 (hierna: de vlucht). 2.
  5. De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 3Het geschil 3.
  6. De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag der incident tot aan de dag der algehele voldoening;- € 217,80 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten. 3.
  7. Ook verzoeken de passagiers de kantonrechter om een certificaat af te geven zoals bedoeld in artikel 53 van de herziene EEX-Verordening 1215/2012 (hierna: de Brussel I bis-Verordening). 3.
  8. De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening). 3.
  9. De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt – voor zover van belang – bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4De beoordeling 4.
  10. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
  11. Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. 4.
  12. Ten aanzien van passagier sub 1 voert de vervoerder aan dat hij een bedrag van € 641,95 – bestaande uit compensatie en wettelijke rente – heeft voldaan aan deze passagier. De passagiers hebben dit niet betwist, zodat vast is komen te staan dat passagier sub 1 gecompenseerd is conform de Verordening. In zoverre is de vordering daarom niet toewijsbaar. 4.
  13. Ten aanzien van passagier sub 2 beroept de vervoerder zicht op artikel 3 lid 3 van de Verordening. Hij voert aan dat deze passagier met een gereduceerd ticket is afgereisd welke middels een groepsaanvraag was aangeboden. Ter onderbouwing heeft de vervoerder onder meer een uitdraai van zijn reserveringssysteem overgelegd waaruit volgt dat het ticket voor passagier sub 2 is aangeschaft onder de groepsnaam ‘Rani Ladi Toneel Groep’. De passagiers hebben niet betwist dat passagier sub 2 heeft gereisd tegen een gereduceerd tarief als bedoeld in artikel 3 lid 3 van de Verordening, zodat dit is komen vast te staan. Gevolg hiervan is dat de Verordening niet van toepassing is op passagier sub 2, zodat de gevorderde compensatie niet toewijsbaar is. 4.
  14. De passagiers zullen in het ongelijk worden gesteld. Daarom zullen zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis. 4.
  15. De vraag of de vervoerder rauwelijks is gedagvaard, behoeft gelet op het voorgaande geen beantwoording. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
  16. wijst de vordering af; 5.
  17. veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening. Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.