RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11215029 \ CV EXPL 24-5126 Uitspraakdatum: 6 augustus 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: [eiser] wonende te [plaats] eiser hierna te noemen: de passagier gemachtigde: [gemachtigde]. tegen de vennootschap naar buitenlands recht Royal Air Maroc gevestigd te Casablanca (Marokko) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. T. Teke De zaak in het kort De passagier heeft van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat sprake is van een schemawijziging. Wat daar ook van zij, gesteld noch gebleken is dat de passagier daarvan meer dan veertien dagen voor het geplande vertrek op de hoogte is gesteld. Dit verweer slaagt daarom niet. De gevorderde compensatie is toewijsbaar. De vervoerder voert nog aan dat hij rauwelijks is gedagvaard. Dit verweer slaagt evenmin, omdat de vervoerder heeft erkend dat hij verschillende aanmaningen van (de gemachtigde van) de passagier heeft ontvangen. 1Het procesverloop 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hem op 11 juli 2022 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Praia, (Kaapverdië), via Casablanca (Marokko), met vluchtcombinatie AT851 en AT
- 2.
- De passagier is met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming. 2.
- De passagier heeft compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
- De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van annulering van de vlucht, althans vanaf de datum van de ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;- € 90,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente en de nakosten. 3.
- De passagier baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 (artikel 7 van de Verordening). 3.
- De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat sprake is van een schemawijziging, waardoor de passagier geen recht heeft op compensatie. Verder is de vervoerder rauwelijks gedagvaard, zodat de nevenvordering evenmin toewijsbaar zijn. 4De beoordeling 4.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
- De vervoerder voert aan dat hij een schemawijziging heeft doorgevoerd. De vlucht van Amsterdam-Schiphol naar Casablanca op 11 juli 2022 om 17:45 uur (lokale tijd), (hierna: de vlucht), ging niet door en de passagier is omgeboekt naar een vlucht op diezelfde dag om 17:05 uur (lokale tijd) van Rotterdam naar Casablanca. 4.
- De kantonrechter begrijpt het verweer van de vervoerder zo dat hij een beroep doet op artikel 4 lid 3 sub c van de Verordening. Dit artikel bepaalt dat de vervoerder geen compensatie is verschuldigd op het moment dat sprake is van een annulering van een vlucht en hij de passagier daarover twee weken voorafgaand aan de geplande vertrektijd heeft geïnformeerd. 4.
- Hoewel de kantonrechter met de vervoerder van mening is dat de passagier op onduidelijke wijze heeft gesteld welke vlucht volgens hem zou zijn geannuleerd, is niet in geschil dat de vlucht niet is uitgevoerd en de passagier is omgeboekt naar een andere vlucht, die vanuit Rotterdam zou vertrekken. Vast staat dan ook dat sprake is van een schemawijziging, waarbij de vertrektijd en de plaats van vertrek door de vervoerder is aangepast. Naar het oordeel van de kantonrechter is de schemawijziging daarmee aan te merken als een omboeking naar een andere vlucht. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de oorspronkelijke vlucht voor de passagier als geannuleerd moet worden beschouwd. 4.
- De volgende vraag is of de schemawijziging tijdig, dat wil zeggen twee weken voor het vertrek van de vlucht, aan de passagier is medegedeeld. Naar het oordeel van de kantonrechter rust de bewijslast ten aanzien van het moment van mededeling van de schemawijziging aan de passagier, op de vervoerder. Gesteld noch gebleken is wanneer de vervoerder de passagier op de hoogte heeft gebracht van de schemawijziging. Het verweer van de vervoerder slaagt daarom niet. 4.
- De vervoerder heeft verder geen verweer gevoerd tegen de hoofdvordering, zodat deze toewijsbaar is. 4.
- De volgende vraag die voorligt is of de vervoerder rauwelijks is gedagvaard. De vervoerder voert aan dat de onderhavige procedure onnodig aanhangig is gemaakt omdat de passagier een procedure had kunnen voorkomen door de vordering op de juiste wijze in te dienen (via zijn website). De gemachtigde van de passagier heeft meermaals aanmaningen namens de passagiers verstuurd naar een e-mailadres van de vervoerder. Hierop is een automatisch antwoord verstuurd dat verwijst naar het webformulier op de website van de vervoerder. De passagier heeft zijn vordering volgens de vervoerder niet via dit webformulier ingediend. De aanmaningen waren ook niet voorzien van de bijbehorende stukken, zodat hij niet in staat was om de vordering te beoordelen, aldus de vervoerder. 4.
- De kantonrechter overweegt dat de vervoerder heeft erkend dat meerdere aanmaningen hem hebben bereikt. De omstandigheid dat de passagier de vordering niet (ook) via de website van de vervoerder heeft ingediend, maakt dit niet anders. Met betrekking tot het ontbreken van de bijbehorende stukken geldt dat de vervoerder niet heeft aangevoerd dat hij daarom voorafgaand aan de procedure heeft gevraagd, zodat de kantonrechter hieraan voorbij gaat. Van rauwelijks dagvaarden is dan ook geen sprake. 4.
- De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagier heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij buitengerechtelijke werkzaamheden heeft laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven uit het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II. De tarieven uit het Besluit worden redelijk geacht. Omdat het gevorderde bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. 4.
- De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten is ook toewijsbaar, behalve dat deze wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding. De passagier heeft daar in ieder geval vanaf die datum recht op. Het is niet gesteld of gebleken dat hij dit ook al vanaf een eerdere datum had. 4.
- De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 690,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 600,00 vanaf 11 juli 2022, en over € 90,00 vanaf 28 juni 2024, tot aan de dag van voldoening van deze bedragen; 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd: dagvaarding € 135,97;griffierecht € 218,00;salaris gemachtigde € 270,00; vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis; 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 67,50 aan nakosten, voor zover de passagier daadwerkelijk nakosten zal maken; 5.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Hetgeen ook volgt uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 21 december 2021 (C-263/20).