← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:10076

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 10819891 \ CV EXPL 23-7719 Uitspraakdatum: 30 juli 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: [eiser] wonende te [plaats] eiser hierna te noemen: de passagier gemachtigde: mr. L.H. Blommers tegen Transavia Airlines C.V. gevestigd te Schiphol gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. G.I. Niesert De zaak in het kort De kantonrechter kan het besluit van een gezagvoerder om als ordemaatregel een passagier te weigeren slechts marginaal toetsen. De kantonrechter acht het in het dit geval aannemelijk dat de passagier redelijke instructies niet heeft nageleefd, ongemak heeft veroorzaakt en beledigende uitlatingen heeft gedaan. Het gedrag van de passagier was zodanig dat de vervoerder hem op de vlucht mocht weigeren en hem op zijn ‘no fly list’ mocht plaatsen.De gevorderde compensatie is niet toewijsbaar, omdat de vervoerder de passagier op redelijke gronden heeft geweigerd op de vlucht. De kosten voor alternatief vervoer en de parkeerkosten zijn evenmin toewijsbaar. Deze kosten kunnen op grond van de Verordening niet worden toegewezen, nu de Verordening daarvoor geen grondslag biedt. Hoewel deze kosten in beginsel wél toewijsbaar zijn op grond van het Verdrag van Montreal, doet de vervoerder een geslaagd beroep op ontheffing van de aansprakelijkheid. De conclusie is dat de vorderingen van de passagier worden afgewezen en de passagier wordt veroordeelt in de proceskosten. 1Het procesverloop 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek;- de akte eiser. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. De passagier heeft bij Trainingskampen.nl B.V. een pakketreis geboekt op grond waarvan de vervoerder hem op 14 januari 2022 moest vervoeren van Rotterdam naar Malaga, met vlucht HV5023 (hierna: de vlucht). 2.2. In de ‘Algemene Vervoersvoorwaarden van de vervoerder van juni 2021’ (hierna: de algemene vervoersvoorwaarden) staat:“Artikel VII. Weigering en beperking van Vervoer 1. Recht om Vervoer te weigerenVervoerder kan het Vervoer van Passagier en zijn of haar Bagage of de voorzetting van het Vervoer weigeren om redenen van orde en veiligheid, of indien, naar het redelijk oordeel van de Vervoerder, deze maatregel noodzakelijk is:a. omdat het gedrag, de leeftijd, de geestelijke of lichamelijke toestand van de Passagier zodanig is, of redelijkerwijs lijkt te zijn, dat: (…)(

  1. ii)deze ongemak veroorzaakt of aanstootgevend is tegenover andere Passagiers;(…)b. omdat de Passagier niet de redelijke instructies heeft nageleefd, die Vervoerder gegeven heeft om een veilig, efficiënt en comfortabel Vervoer voor alle Passagiers te verzekeren of om in staat te zijn aan zijn verplichtingen tegenover andere Passagiers te voldoen;c. omdat de Passagier uitlatingen heeft gedaan of zulk gedrag heeft getoond, die twijfel doen ontstaan met betrekking tot het veilig Vervoer van deze persoon, overige Passagiers en bemanning alsmede de veiligheid van het luchtvaartuig. Dergelijke uitlatingen en/of gedrag omvat tevens dreigende, grove of beledigende taal en/of gedrag richting het grondpersoneel en/of de bemanning:(…)k. omdat de Passagier de veiligheid, goede orde en/of discipline in gevaar gebracht heeft voorafgaand aan de vlucht;(…)Artikel XI. Gedrag aan boord van het vliegtuig 1. a. Indien de toestand en/of het gedrag van een Passagier aan boord van het luchtvaartuig één of meerdere personen of eigendommen of het luchtvaartuig zelf in gevaar brengt of dreigt te brengen, indien een Passagier de bemanning hindert bij de uitoefening van haar taak, niet voldoet aan de instructies van de bemanning ter verzekering van de veiligheid van het luchtvaartuig of het veilige, efficiënte en comfortabele Vervoer van Passagiers of zich op zodanige wijze gedraagt dat de andere Passagiers daar redelijkerwijs bezwaar tegen kunnen maken, kan Vervoerder die maatregelen treffen die hij noodzakelijk acht om voortzetting van dit gedrag te voorkomen, met inbegrip van lijfsdwang. b. De gezagvoerder is bevoegd de nodige maatregelen te nemen ter waarborging van de veiligheid van de vlucht. De gezagvoerder is tevens bevoegd tot het nemen van redelijke maatregelen, vrijheidsbeperking daaronder begrepen, ter verzekering van de orde en discipline aan boord en om hem in staat te stellen personen die de orde aan boord verstoren of de veiligheid van de vlucht in gevaar brengen aan de bevoegde autoriteiten over te dragen. De Passagier is verplicht de door of namens de gezagvoerder gegeven aanwijzingen op te volgen. De gezagvoerder kan aangifte doen van strafbare feiten waaronder begrepen het niet opvolgen van door of namens de gezagvoerder gegeven aanwijzingen. (…)7. Vervoerder heeft het recht Vervoer te weigeren van elke passagier die niet voldoet aan de uit dit artikel voortvloeiende verplichtingen. De Passagier is jegens de Vervoerder aansprakelijk voor de door de Vervoerder geleden Schade, met inbegrip van eventuele vorderingen van derden jegens de Vervoerder, als gevolg van het niet voldoen aan de uit dit artikel voortvloeiende verplichtingen. Vervoerder en de bemanning zijn niet aansprakelijk voor door de Passagier geleden Schade als gevolg van het uitoefenen van de in dit artikel gegeven bevoegdheden.(…)”. 2.3. In het Cabin Safety Report (hierna: CSR) van de stewardess staat: “During boarding we had a group of soccer players on board. These men were already very intimidating when boarding. I was alone in the back of a -700 and during boarding I already received several remarks (…) When the doors where closed I told my purser that I did not have a good feeling about this group. (…) As I was putting down my gear to do the demo I heard a passenger on 11D make the comment “if I watch this all the way I’ll have a hard-on the whole flight”. I immediately turned around an made eye contact with this passenger. At that moment he tried to raise his seat back and turned around to face me and said “I’m going to sit here and enjoy the show” the group around him laughed along. Then he made the comment “those buttocks pfff” at that moment I had enough. I walked to the front to inform the purser that I did not want to leave. She immediately informed the cockpit and they decided to have the man disembarked by the kmar. (…)” 2.4. In het CSR van de purser van de vlucht staat: “I was purser and stood with my colleague at the front of the pantry during boarding. Passenger X came in without a mask. We pointed this out to him and he put the mask on. He was very present and busy towards us and his soccer team members. (…) Passenger X had an elated demeanor and was seated just one row above 11D. (…) I look into the cabin and passenger X has taken off his mask again. I decide to go over to him. I remind him that the mask really needs to be on and worn properly. I also told him that he is also exhibiting a striking behavior. I ask him if it could be a little less. I also told him to take this seriously because constantly warning a full plane just for the sake of the mouth mask really makes us short-tempered. (…) I then walked to my colleague in the back to ask how it went. She immediately told me that she was very uncomfortable about the various comments that were made during boarding and in the cabin. (…) Upon hearing this, she came to forward and explained what just happened. She was quite upset and told me that she did not feel safe because of this group to which the passenger belonged. I was in shock and decided to share this immediately with the captain. (…)”. In de aanvullende verklaring van de purser verklaart zij dat ‘Passenger X’ de passagier betreft. 2.5. In de verklaring van [betrokkene 1], trainer SV Charlois, staat: “(…) Het vollopen van het vliegtuig werd door [de passagier] (spontaan) gefilmd, en hierbij is zijn mondkapje afgezakt. Uit het niets verscheen een stewardess die [de passagier] op een onvriendelijke toon (ik heb een kort lontje) aansprak op zijn handelen/gedrag “het moest nu maar eens over zijn, de maat is vol”. (…) Tot uitleg van de veiligheidsinstructies is het nooit gekomen. De stewardess die het dichtst bij rij 11 stond, rende plotseling, tot onze grote verbazing, terug naar de cockpit. (…) Korte tijd later kwam een tweetal marechaussees aan boord en vroegen [de passagier] het vliegtuig te verlaten. (…)”. 2.6. In de verklaring van de heer [betrokkene 2] staat: “Hierbij verklaar ik, vanaf het moment (14 januari 2022 vlucht naar Spanje HV5023) dat ik op mijn stoel(rij 12) ben gaan zitten tot op het moment dat [de passagier] uit het vliegtuig werd verwijderd, geen ontoelaatbaar gedrag of grensoverschrijdend gedrag heb gezien of gehoord van uw cliënt.” 2.7. De passagier zat op in het toestel die de vlucht zou uitvoeren op stoel 11D. 2.8. De passagier is voorafgaand aan het vertrek van de vlucht door de Koninklijke Marechaussee van de vlucht verwijderd. 2.9. De stewardess heeft op 14 januari 2022 omstreeks 09:11 uur aangifte gedaan van opzettelijke belediging. 2.10. Het openbaar ministerie van het arrondissementsparket Noord-Holland heeft per brief van 14 januari 2022 aan de passagier geschreven niet tot vervolging te zullen overgaan omdat “er onvoldoende bewijs is”. 2.11. De passagier heeft een alternatieve vlucht naar Malaga geboekt bij Easyjet voor € 157,33. Ook heeft de passagier bij Vueling een alternatieve vlucht naar Malaga geboekt voor € 218,98. 2.12. Transavia heeft de passagier voor de duur van 5 jaar op een ‘no fly list’ geplaatst. De passagier mag op grond daarvan van 15 januari 2022 tot en met 14 januari 2027 niet vliegen met vluchten van de vervoerder. 2.13. De passagier heeft de vervoerder verzocht hem van de ‘no fly list’ te halen. De vervoerder heeft hier geen gehoor aan gegeven. 2.14. Ook heeft de passagier onder meer compensatie, een vergoeding voor de door hem gemaakte kosten voor alternatieve vluchten en parkeerkosten van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.1. De passagier vordert primair dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot:- directe verwijdering van de passagier van de ‘no fly list’ op straffe van een dwangsom van € 150,00 per dag dat de vervoerder hiertoe in gebreke blijft, gemaximeerd tot een bedrag van € 15.000,00, dan wel op straffe van een dwangsom in goede justitie te bepalen; - betaling van € 709,81, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 augustus 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;- betaling van € 128,83 aan buitengerechtelijke incassokosten;- betaling van de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente over de nakosten. 3.2. De passagier vordert subsidiair dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot:- matiging van de duur van het vliegverbod tot een in goede justitie te bepalen duur alsmede verwerking van de matiging in de daartoe bestemde systemen van de vervoerder op straffe van een dwangsom van € 150,00 per dag dat de vervoerder hiertoe in gebreke blijft, gemaximeerd tot een bedrag van € 15.000,00, dan wel op straffe van een dwangsom in goede justitie te bepalen; - betaling van € 709,81, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 augustus 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;- betaling van € 128,83 aan buitengerechtelijke incassokosten;- betaling van de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente over de nakosten. 3.3. De passagier stelt dat hij zonder enkel bewijs op een ‘no fly list’ is geplaatst, wat onrechtmatig is. Omdat iedere rechtsgrond voor het handelen van de vervoerder ontbreekt, vordert de passagier verwijdering van zijn naam van die ‘no fly list’. Verder vordert de passagier compensatie op grond van de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de tegen zijn wil geweigerde toegang tot de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 (artikel 4 lid 3 jo. artikel 7 van de Verordening). Ook doet de passagier een beroep op artikel 8 van de Verordening en vordert hij vergoeding van de kosten voor de alternatieve vluchten van in totaal € 376,31, alsmede de parkeerkosten van € 83,50. Voor zover de Verordening geen grondslag biedt, baseert de passagier de vergoeding van de kosten voor de alternatieve vluchten en de parkeerkosten op artikel 19 jo. artikel 22 lid 1 van het Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internationale luchtvervoer van 28 mei 1999, Trb. 2001/91, (hierna: Verdrag van Montreal). 3.4. De vervoerder voert verweer. Hij voert allereerst aan dat de beslissing om de passagier van de vlucht te verwijderen is gebaseerd op artikel XI lid 1 sub a in combinatie met lid 7 en in combinatie met artikel VII van de algemene vervoersvoorwaarden. Het gedrag van de passagier aan boord heeft ertoe geleid dat de medewerkers van de vervoerder zijn gehinderd in hun taakuitvoering en daarmee is de veiligheid in gevaar gebracht. Daarbij stelt de vervoerder voorop dat hij een ‘zero tolerance’-beleid voert en het gedrag van de passagier aan boord niet accepteert, zodat hij de passagier van de vlucht heeft laten verwijderen en de passagier voor de duur van vijf jaar op zijn ‘no fly list’ heeft geplaatst. De vervoerder handelt daarmee niet in strijd met een wettelijke plicht, noch heeft hij gehandeld in strijd met de betamelijkheid, zodat de gevorderde beëindiging van het vliegverbod moet worden afgewezen. In het verlengde hiervan is de noodzaak voor het opleggen van een dwangsom door de passagier niet onderbouwd, zodat de vervoerder dit betwist. Ook betwist de vervoerder dat in het onderhavige geval sprake is van een instapweigering in de zin van de Verordening, op grond waarvan de passagier een vordering tot compensatie toekomt. De vervoerder had een redelijke grond om de passagier op de vlucht te weigeren. Verder bestaat voor de passagier geen recht op bijstand als bedoeld in artikel 8 (en 9) van de Verordening, daargelaten dat de gevorderde kosten voor alternatief vervoer en de parkeerkosten überhaupt niet op grond van artikel 8 (en 9) van de Verordening kunnen worden gevorderd. De vervoerder meent tot slot dat hij op grond van artikel 20 van het Verdrag van Montreal evenmin aansprakelijk is voor de gevorderde kosten voor alternatief vervoer en de gemaakte parkeerkosten, omdat de passagier deze schade zelf heeft veroorzaakt.De vervoerder concludeert tot afwijzing van de vorderingen. 4De beoordeling 4.1. De kantonrechter acht het in dit geval in het procesbelang om vonnis te wijzen in plaats van het verzoek van de passagier voor een mondelinge behandeling te honoreren. 4.2. Verder zullen de door de passagier bij akte van 20 november 2024 overgelegde producties niet worden meegenomen bij de beoordeling van dit geschil, omdat de passagier deze producties pas bij akte heeft overgelegd, gesteld noch gebleken is waarom deze producties niet bij eerdere processtukken hadden kunnen worden overgelegd en de vervoerder niet meer heeft kunnen reageren op deze producties. De vervoerder mocht de passagier weigeren op de vlucht 4.3. De passagier stelt dat elke grondslag voor het plaatsen van hem op de ‘no fly list’ van de vervoerder ontbreekt, zodat dit onrechtmatig is. De onrechtmatigheid volgt eveneens uit het feit dat de ‘no fly list’ van de vervoerder vanaf 29 september 2022 wordt gedeeld met luchtvaartmaatschappij KLM, aldus de passagier. De vervoerder moet de passagier daarom van deze ‘no fly list’ afhalen, op straffe van een dwangsom. 4.4. De kantonrechter stelt bij de beoordeling voorop dat de gezagvoerder van een vlucht bevoegd is die maatregelen te treffen die hij nodig acht om de vliegveiligheid te waarborgen of ter verzekering van de orde en discipline aan boord van het vliegtuig. Het besluit van een gezagvoerder om als ordemaatregel een passagier te weigeren kan hij daarom slechts marginaal toetsen, aldus de kantonrechter. 4.5. Niet in geschil is dat de algemene vervoersvoorwaarden op dit geschil van toepassing zijn. Uit die vervoersvoorwaarden volgt – kort gezegd – dat de vervoerder een passagier op een vlucht mag weigeren om redenen van orde en veiligheid, waaronder valt het (lijken
  2. te)veroorzaken van ongemak of aanstootgevend gedrag. Ook het niet naleven van redelijke instructies en het doen van uitlatingen waaruit twijfel ontstaat met betrekking tot de veiligheid van de uit te voeren vlucht, zijn omstandigheden op basis waarvan een passagier mag worden geweigerd. Uitlatingen en/of gedrag zoals hiervoor bedoeld omvatten onder meer dreigende, grove of beledigende taal en/of gedrag richting de bemanning. 4.6. Beide partijen hebben meerdere verklaringen overgelegd. Verklaringen hebben alleen waarde voor zover zij uit eigen waarneming zijn gedaan. Hoewel de passagier terecht heeft gesteld dat de verklaringen van de purser en de captain niet alleen zien op verklaringen uit eigen waarnemingen, volgt uit de door de vervoerder overgelegde verklaringen van de stewardess en de purser dat zij ook gedragingen van de passagier uit eigen waarneming hebben uiteengezet. 4.7. Uit de verklaringen van de purser volgt dat de passagier zich bij binnenkomst van het toestel “very present and busy” gedroeg en dat hij zijn mondkapje niet op had. Ook volgt uit die verklaring dat de purser de passagier heeft gewezen op zijn gedrag en aan hem kenbaar heeft gemaakt dat hij “striking behavior” vertoonde, waarna de purser hem heeft verzocht “if it could be a little less”. Ook uit de verklaring van de heer Werner volgt dat het mondkapje van de passagier op enig moment is afgezakt, dat de passagier hierop is aangesproken en dat er “baldadig gedrag” werd vertoond. 4.8. Uit de verklaring van de stewardess volgt dat de passagier tijdens het starten van de veiligheidsinstructies heeft gezegd: “if I watch this all the way i’ll have a hard-on the whole flight”. De vervoerder betwist dat hij deze uitlating heeft gedaan, en voert aan dat de stewardess niet kon weten wat hij wel of niet heeft gezegd omdat zij achter hem stond en beiden met de ruggen naar elkaar gedraaid waren. De kantonrechter gaat aan dit betoog voorbij. De vervoerder heeft dit betoog gemotiveerd weersproken. Ook volgt uit de verklaring van de stewardess het handelen van haarzelf en de passagier direct na die uitlating: “and turned around to face me and said: “I’m going to sit here and enjoy the show. Then he made the comment “those buttocks pfff” (…)”. 4.9. De passagier heeft – met het oog op het voorgaande – niet gemotiveerd betwist dat hij

(1)op zijn gedrag is aangesproken door de purser,
(2)tot twee keer toe zijn mondkapje niet op de juiste wijze op had en
(3)zich tegenover de stewardess heeft uitgelaten zoals uiteengezet in haar verklaring zoals uiteengezet in het door haar opgestelde CSR. De algemene betwisting dat de passagier geen ontoelaatbaar gedrag heeft vertoond en het Openbaar Ministerie deze zaak wegens gebrek aan bewijs heeft geseponeerd is daartoe in ieder geval onvoldoende. Ook het standpunt dat het verweer van de vervoerder is gebaseerd op de bevindingen van één persoon gaat, gelet op het voorgaande, niet op. 4.10. Alle omstandigheden te samen acht de kantonrechter het aannemelijk dat de passagier
(1)de instructie tot het dragen van een mondkapje niet heeft nageleefd,
(2)ongemak heeft veroorzaakt door verschillende uitlatingen te doen richting (een van) de bemanning(sleden) en
(3)verschillende uitlatingen heeft gedaan richting de stewardess die als grof en beledigend moeten worden aangemerkt. 4.
  1. Door het niet naleven van redelijke instructies, het veroorzaken van ongemak en het doen van grove en beledigende uitlatingen, kon bij de vervoerder gerede twijfel ontstaan omtrent het veilig vervoer van de passagier, overige passagiers, de bemanning en het vliegtuig als bedoeld in artikel VII lid 1 onder a (ii), artikel VII lid 1 onder b en artikel VII lid 1 onder c van de algemene vervoersvoorwaarden. Aldus rechtvaardigt het gedrag van de passagier de door de vervoerder daarop volgende weigering om hem te vervoeren. Het beroep van de vervoerder op voornoemde artikelen van haar algemene vervoersvoorwaarden slaagt daarom. Dat de bemanning bij binnenkomst van het toestel reeds gespannen en prikkelbaar was, leidt daarbij niet tot een ander oordeel. De vervoerder mocht de passagier op zijn ‘no fly list’ plaatsen 4.
  2. Niet in geschil is dat de vervoerder een ‘zero tolerance’ beleid voert en in de algemene vervoersvoorwaarden bepalingen zijn opgenomen die daarop zien. Veiligheid in de luchtvaartsector is een groot goed en het is begrijpelijk dat het voor luchtvaartmaatschappijen noodzakelijk is om een streng veiligheidsbeleid te voeren. De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder de passagier in het onderhavige geval op zijn ‘no fly list’ mocht plaatsen. De stelling dat het vliegverbod van de passagier is gedeeld met KLM heeft de vervoerder daarbij gemotiveerd betwist, zodat de kantonrechter aan dit betoog voorbij gaat. De vordering van de passagier wordt tot zover afgewezen. De vervoerder heeft de passagier op redelijke gronden geweigerd op de vlucht 4.
  3. Tussen partijen is in geschil of sprake is van een instapweigering op grond van de Verordening. Artikel 2 sub j van de Verordening definieert een instapweigering als volgt:“weigering om passagiers op een vlucht te vervoeren, hoewel zij zich voor instappen hebben gemeld volgens de voorwaarden van artikel 3, lid 2, zonder dat de instapweigering is gebaseerd op redelijke gronden zoals redenen die te maken hebben met gezondheid, veiligheid of beveiliging, of ontoereikende reisdocumenten.” 4.
  4. Vast staat dat de passagier is geweigerd op de vlucht. De vervoerder heeft gemotiveerd aangevoerd dat hij de passagier op redelijke gronden heeft geweigerd. De gevorderde compensatie op grond van artikel 4 lid 3 jo. artikel 7 van de Verordening is daarom niet toewijsbaar, waarbij de kantonrechter verwijst naar zijn oordeel zoals opgenomen in overweging 4.
  5. De gevorderde kosten voor alternatief vervoer en de parkeerkosten zijn niet toewijsbaar 4.
  6. In het arrest van 7 november 2019 (Guaitoli e.a., C-213/18) heeft het Hof overwogen dat in de Verordening ‘vastgelegde forfaitaire en gestandaardiseerde rechten’ zijn geregeld en in het Verdrag van Montreal de ‘verdere compensatie’ (overweging 44). Naar het oordeel van de kantonrechter volgt hieruit dat de artikelen 8 (en 9) van de Verordening in elk geval niet zo ver kunnen worden opgerekt dat onder het ‘recht op verzorging’ ook vergoeding van een door de passagier geboekte vervangende vlucht en gemaakte parkeerkosten moet worden verstaan. Deze gevorderde kosten zijn evenmin toewijsbaar op grond van een ander artikel van de Verordening. 4.
  7. De gevorderde vergoeding van de kosten is in beginsel wel toewijsbaar op grond van artikel 19 van het Verdrag van Montreal. Uit dit artikel volgt dat de vervoerder gehouden is tot vergoeding van “schade voortvloeiend uit vertraging in het luchtvervoer van passagiers, bagage of goederen”. De kantonrechter is van oordeel dat de passagier de schade (de kosten voor alternatief vervoer en de parkeerkosten) zelf heeft veroorzaakt, althans hiertoe heeft bijgedragen, waarbij hij nogmaals verwijst naar overweging 4.
  8. De vervoerder kan daarom een geslaagd beroep doen op de ontheffing van de aansprakelijkheid op grond van artikel 20 van het Verdrag van Montreal, zodat de vordering niet toewijsbaar is. De passagier wordt veroordeeld in de proceskosten 4.
  9. De passagier zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
  10. wijst de vordering af; 5.
  11. veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagier tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, 5.
  12. verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Overweging 2.
  13. Overweging 2.
  14. Overweging 2.
  15. Overweging 2.3.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.