← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:10078

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11238226 \ CV EXPL 24-5420 Uitspraakdatum: 6 augustus 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiser 1], wonende te [plaats 1]

  1. [eiser 2], wonende te [plaats 2] eisers hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers gemachtigde: mr. R. Bos tegen de vennootschap naar buitenlands recht Royal Air Maroc gevestigd te Casablanca (Marokko) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. T. Teke. De zaak in het kort De vervoerder heeft zijn verweer dat ziet op de hoofdvordering ingetrokken, zodat de gevorderde compensatie toewijsbaar is. De vervoerder voert wél aan dat hij rauwelijks is gedagvaard. Dit verweer slaagt niet, omdat de vervoerder heeft erkend dat hij verschillende aanmaningen van (de gemachtigde van) de passagier heeft ontvangen. 1Het procesverloop 1.
  2. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.
  3. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  4. De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 10 juli 2022 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Agadir Almassira Airport, Agadir (Marokko), via Casablanca (Marokko), met vluchtcombinatie AT851 en AT
  5. 2.
  6. De vlucht van Amsterdam naar Casablanca, met vluchtnummer AT851 (hierna: de vlucht), is geannuleerd, waarna de passagiers zijn omgeboekt naar alternatieve vluchten en met een vertraging van meer dan drie uur zijn aangekomen op de eindbestemming. 2.
  7. De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
  8. De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 800,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van annulering van de vlucht, althans vanaf de datum van de ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;- € 120,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente en de nakosten. 3.
  9. De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening). 3.
  10. De vervoerder voert verweer tegen de nevenvorderingen. Op zijn verweer wordt – voor zover van belang – bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4De beoordeling 4.
  11. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
  12. De vervoer heeft bij conclusie van dupliek zijn verweer tegen de hoofdvordering ingetrokken, zodat de gevorderde compensatie toewijsbaar is. 4.
  13. De volgende vraag die voorligt is of de vervoerder rauwelijks is gedagvaard. De vervoerder voert aan dat de onderhavige procedure onnodig aanhangig is gemaakt omdat de passagiers een procedure hadden kunnen voorkomen door de vordering op de juiste wijze in te dienen (via zijn website). De gemachtigde van de passagiers heeft meermaals aanmaningen namens de passagiers verstuurd naar een e-mailadres van de vervoerder. Hierop is een automatisch antwoord verstuurd dat verwijst naar het webformulier op de website van de vervoerder. De passagiers hebben hun vordering volgens de vervoerder niet via dit webformulier ingediend. De aanmaningen waren ook niet voorzien van de bijbehorende stukken, zodat hij niet in staat was om de vordering te beoordelen, aldus de vervoerder. 4.
  14. De kantonrechter overweegt dat de vervoerder heeft erkend dat meerdere aanmaningen hem hebben bereikt. De omstandigheid dat de passagiers de vordering niet (ook) via de website van de vervoerder hebben ingediend, maakt dit niet anders. Met betrekking tot het ontbreken van de bijbehorende stukken geldt dat de vervoerder niet heeft aangevoerd dat hij daarom voorafgaand aan de procedure heeft gevraagd, zodat de kantonrechter hieraan voorbij gaat. Van rauwelijks dagvaarden is dan ook geen sprake. 4.
  15. De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat zij buitengerechtelijke werkzaamheden hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven uit het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II. De tarieven uit het Besluit worden redelijk geacht. Omdat het gevorderde bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. 4.
  16. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten is ook toewijsbaar, behalve dat deze wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding. De passagiers hebben daar in ieder geval vanaf die datum recht op. Het is niet gesteld of gebleken dat zij dit ook al vanaf een eerdere datum hadden. 4.
  17. De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
  18. veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 920,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 800,00 vanaf 10 juli 2022, en over € 120,00 vanaf 2 juli 2024, tot aan de dag van voldoening van deze bedragen; 5.
  19. veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd: dagvaarding € 135,97;griffierecht € 218,00;salaris gemachtigde € 270,00; vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis; 5.
  20. veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 67,50 aan nakosten, voor zover de passagiers daadwerkelijk nakosten zullen maken; 5.
  21. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.