← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:10079

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11179189 \ CV EXPL 24-4399 Uitspraakdatum: 6 augustus 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: [eiseres] wonende te [plaats] eiseres hierna te noemen: de passagier gemachtigde: mr. R. Bos tegen de vennootschap naar buitenlands recht Royal Air Maroc gevestigd te Casablanca (Marokko) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. T. Teke. De zaak in het kort Het ontvankelijkheidsverweer van de vervoerder slaagt niet. De kantonrechter is van oordeel dat de passagier voldoende heeft onderbouwd dat hij Aviclaim heeft gemachtigd om namens hem te procederen. Het verweer dat de vervoerder rauwelijks is gedagvaard slaagt evenmin, omdat de vervoerder heeft erkend dat hij verschillende aanmaningen van (de gemachtigde van) de passagier heeft ontvangen. De vorderingen worden toegewezen. 1Het procesverloop 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  3. De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hem op 27 juni 2022 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Nador Airport, Nador (Marokko), met vlucht AT1681 (hierna: de vlucht). 2.
  4. De passagier is met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming. 2.
  5. De passagier heeft compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
  6. De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van vertraging van de vlucht, althans vanaf de datum van de ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;- € 60,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente en de nakosten. 3.
  7. De passagier baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00 (artikel 7 van de Verordening). 3.
  8. De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de passagier niet ontvankelijk moet worden verklaard in zijn vordering, omdat een rechtsgeldige volmacht ontbreekt. Verder is de vervoerder rauwelijks gedagvaard, zodat de nevenvorderingen moeten worden afgewezen. 4De beoordeling 4.
  9. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
  10. De vervoerder voert aan dat de passagier niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Hij betwist in dit verband dat de passagier Aviclaim heeft gemachtigd om hem in deze procedure te vertegenwoordigen. Hij voert aan dat de handtekening van de passagier op de overgelegde volmacht aan Aviclaim afwijkt van de handtekening op zijn paspoort. 4.
  11. Het verweer van de vervoerder slaagt niet. De kantonrechter stelt vast dat de handtekening van de passagier op de volmacht gedeeltelijk afwijkt van de handtekening op het identiteitsbewijs van de passagier. De kantonrechter is echter van oordeel dat de passagier met het overleggen van de boekingsdocumenten, de kopie van zijn paspoort en de volmacht voldoende heeft onderbouwd dat hij Aviclaim heeft gemachtigd om namens hem te procederen. 4.
  12. De vervoerder heeft verder geen verweer gevoerd tegen de compensatie, zodat de vordering in zoverre toewijsbaar is. 4.
  13. De vervoerder voert verder aan dat hij rauwelijks is gedagvaard. Hij voert aan dat de onderhavige procedure onnodig aanhangig is gemaakt omdat de passagier een procedure had kunnen voorkomen door de vordering op de juiste wijze in te dienen (via zijn website). De gemachtigde van de passagier heeft op onder meer 25 september 2023 en 22 maart 2024 aanmaningen namens de passagier verstuurd naar een e-mailadres van de vervoerder. Hierop is een automatisch antwoord verstuurd dat verwijst naar de website van de vervoerder. De passagier heeft zijn vordering volgens de vervoerder niet via deze website ingediend. De aanmaningen waren ook niet voorzien van de bijbehorende stukken, zodat hij niet in staat was om de vordering te beoordelen, aldus de vervoerder. 4.
  14. De kantonrechter overweegt dat de vervoerder heeft erkend dat de aanmaningen van 25 september 2023 en 22 maart 2024 hem per e-mail hebben bereikt. De omstandigheid dat de passagier de vordering niet (ook) via de website van de vervoerder heeft ingediend, maakt dit niet anders. Met betrekking tot het ontbreken van de bijbehorende stukken geldt dat de vervoerder niet heeft gesteld dat hij daarom voorafgaand aan de procedure heeft gevraagd, zodat deze stelling naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende onderbouwd is. Van rauwelijks dagvaarden is dan ook geen sprake. 4.
  15. De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagier heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij buitengerechtelijke werkzaamheden heeft laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven uit het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II. De tarieven uit het Besluit worden redelijk geacht. Omdat het gevorderde bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. 4.
  16. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten is ook toewijsbaar, behalve dat deze wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding. De passagier heeft daar in ieder geval vanaf die datum recht op. Het is niet gesteld of gebleken dat hij dit ook al vanaf een eerdere datum had. 4.
  17. De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
  18. veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 460,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 400,00 vanaf 27 juni 2022, en over € 60,00 vanaf 3 juni 2024, tot aan de dag van voldoening van deze bedragen; 5.
  19. veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd: dagvaarding € 135,97;griffierecht € 87,00;salaris gemachtigde € 164,00; vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis; 5.
  20. veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 41,00 aan nakosten, voor zover de passagier daadwerkelijk nakosten zal maken; 5.
  21. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.