← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:10448

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rep.nr.: 11605233 \ CV FORM 25-1836 Uitspraakdatum: 13 augustus 2025 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: [verzoeker] wonende te [plaats] verzoekende partij verder te noemen: de passagier gemachtigde: [gemachtigde] (Yource B.V.) tegen de vennootschap naar buitenlands recht Azores Airlines gevestigd te Ponta Delgada (Portugal) verwerende partij verder te noemen: de vervoerder 1Het procesverloop Dit verloop blijkt uit: het vorderingsformulier (formulier A); het antwoordformulier (formulier C). 2De feiten 2.

  1. De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder haar op 29 juni 2023 moest vervoeren van Horta Airport (Portugal) via Lissabon Airport (Portugal) naar Amsterdam-Schiphol Airport, met de vluchtcombinatie S4150 en TP
  2. 2.
  3. De vervoerder heeft vlucht S4150 van Horta naar Lissabon (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagier is met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming. 2.
  4. De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder verzocht. 3Het geschil 3.
  5. De passagier verzoekt de vervoerder te veroordelen tot betaling van: - € 400,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 juni 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 72,60 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.
  6. De passagier baseert haar verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,
  7. 3.
  8. De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling. 4De beoordeling 4.
  9. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. 4.
  10. De vervoerder heeft op het formulier C aangegeven het verzochte te aanvaarden en heeft een bewijs van betaling bijgevoegd, waaruit volgt dat hij de verzochte compensatie reeds op 30 april 2025 heeft voldaan. Daarom zal dit gedeelte van het verzoek worden afgewezen. 4.
  11. De over de hoofdsom verzochte wettelijke rente is als onvoldoende gemotiveerd weersproken toewijsbaar. 4.
  12. De verzochte buitengerechtelijke incassokosten zullen als onvoldoende gemotiveerd weersproken eveneens worden toegewezen. 4.
  13. De verzochte rente over de buitengerechtelijke kosten is ook toewijsbaar, behalve dat deze wordt toegewezen vanaf de datum van het formulier A. De passagier heeft daar in ieder geval vanaf die datum recht op. Het is niet gesteld of gebleken dat zij dit ook al vanaf een eerdere datum had. 4.
  14. De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover de passagier daadwerkelijk nakosten zal maken. De verzochte rente is toewijsbaar vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking. 4.
  15. Op verzoek van de passagier zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
  16. veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 72,60, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 400,00 vanaf 29 juni 2023 en over € 72,60 vanaf 20 maart 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening; 5.
  17. veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op € 90,00 aan griffierecht en € 82,00 aan salaris gemachtigde; en veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 41,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking tot aan de dag van de algehele voldoening; 5.
  18. wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open Artikel 7 van de Verordening. Zoals bedoeld in artikel 20 lid 2 van de Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.