RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rep.nr.: 11624241 \ CV FORM 25-2163 Uitspraakdatum: 13 augustus 2025 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: 1 [verzoeker 1]
- [verzoeker 2]
- [verzoeker 3] allen wonende te [plaats] verzoekende partij verder te noemen: de passagiers gemachtigde: [gemachtigde] (Yource B.V.) tegen de vennootschap naar buitenlands recht Azores Airlines gevestigd te Ponta Delgada (Portugal) verwerende partij verder te noemen: de vervoerder 1Het procesverloop Dit verloop blijkt uit: het vorderingsformulier (formulier A); het antwoordformulier (formulier C). 2De feiten 2.
- De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 26 juli 2023 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport via Lissabon Airport (Portugal) naar Ponta Delgada Airport (Portugal), met de vluchtcombinatie TP669 en TP
- 2.
- De vervoerder heeft vlucht TP6619 (hierna: de vlucht) geannuleerd. 2.
- De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht. 3Het geschil 3.
- De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van: - € 1334,50, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 juli 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 242,20 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.
- De passagiers baseren hun verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof) en/of het Verdrag van Montreal dan wel Verordening (EG) nr. 889/
- De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00 per passagier. Daarnaast verzoeken zij de vervoerder te veroordelen tot betaling van de door hen extra gemaakte kosten, ter waarde van, in totaal, € 134,50, bestaande uit de kosten voor maaltijden en verfrissingen en een hotelovernachting. 3.
- De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling. 4De beoordeling 4.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. 4.
- De vervoerder heeft op het antwoordformulier aangegeven het verzochte te aanvaarden en heeft een bewijs van betaling bijgevoegd, waaruit volgt dat hij de verzochte hoofdsom reeds op 21 mei 2025 heeft voldaan. Daarom zal dit gedeelte van het verzoek worden afgewezen. 4.
- De over de hoofdsom verzochte wettelijke rente is als onvoldoende gemotiveerd weersproken toewijsbaar. 4.
- De verzochte buitengerechtelijke incassokosten zullen als onvoldoende gemotiveerd weersproken eveneens worden toegewezen. 4.
- Gesteld noch gebleken is op welk moment de passagiers voor het eerst hebben verzocht om vergoeding van de door hen extra gemaakte kosten en op welke datum de buitengerechtelijke kosten daadwerkelijk zijn betaald. Daarom zal de verzochte wettelijke rente over dit gedeelte van de hoofdsom worden toegewezen vanaf de dag van het formulier A, te weten 31 maart
- 4.
- De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover de passagiers daadwerkelijk nakosten zullen maken. De verzochte rente is toewijsbaar vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking. 4.
- Op verzoek van de passagiers zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 242,20, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.200,00 vanaf 29 juli 2023 en over € 376,70 vanaf 31 maart 2025 tot aan de dag van voldoening van deze bedragen; 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op € 90,00 aan griffierecht en € 204,00 aan salaris gemachtigde; en veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 102,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking tot aan de dag van de algehele voldoening; 5.
- wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open Artikel 7 van de Verordening. Artikel 9 van de Verordening en/of artikel 19 Verdrag van Montreal dan wel Verordening (EG) nr. 889/
- Zoals bedoeld in artikel 20 lid 2 van de Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen.