← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:10460

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11675171 \ CV FORM 25-2810 Uitspraakdatum: 3 september 2025 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: 1 [verzoeker 1]

  1. [verzoeker 2] beiden wonende te [plaats] verzoekende partij verder te noemen: de passagiers gemachtigde: mr. C.E. Dupain (ProBe-ASP B.V., handelend onder de naam Aviclaim) tegen de vennootschap naar buitenlands recht easyJet Europe Airline GmbH gevestigd te Wenen (Oostenrijk) verwerende partij verder te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal) 1Het procesverloop Dit verloop blijkt uit: het vorderingsformulier (formulier A), het antwoordformulier (formulier C). 2De feiten 2.
  2. De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 22 juli 2024 moest vervoeren van Malpensa Airport (Italië) naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht EJU3857 (hierna: de vlucht). 2.
  3. De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. 2.
  4. De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht. 2.
  5. De vervoerder heeft niet uitbetaald 3Het geschil 3.
  6. De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van: - € 500,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 juli 2024 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 75,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten. 3.
  7. De passagiers baseren hun verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 per passagier. 3.
  8. De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling. 4De beoordeling 4.
  9. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. 4.
  10. Niet in geschil is dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. 4.
  11. De vervoerder stelt dat de vlucht (Milaan – Amsterdam) vanwege buitengewone omstandigheden dusdanig was vertraagd, dat het niet langer mogelijk was om de opvolgende vlucht (Amsterdam – Milaan) uit te voeren zonder daarbij de nachtsluiting van de luchthaven Schiphol te schenden. De kantonrechter overweegt dat wat daar ook van zij, niet is gebleken dat de vlucht geen (vertraagde) doorgang kon vinden. Slechts de terugvlucht naar Milaan werd onderworpen aan het nachtregime te Schiphol. Wellicht heeft de vervoerder keuzes gemaakt die vanuit het oogpunt van de onderneming het meest gunstig waren, maar dit ontslaat hem niet van zijn verplichting om gedupeerde passagiers te compenseren. De vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen kan gelet op het voorgaande onbeantwoord blijven. Het verzoek tot betaling van de hoofdsom zal daarom worden toegewezen. De over de hoofdsom verzochte wettelijke rente is als onvoldoende gemotiveerd weersproken toewijsbaar. 4.
  12. Het verzoek tot vergoeding van buitengerechtelijke (incasso-)kosten zal - mede gelet op de door deze rechtbank gevolgde aanbevelingen van het Rapport BGK-integraal - worden afgewezen. De passagiers hebben immers niet gesteld dat kosten zijn gemaakt die betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een (niet aanvaard) schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De kosten waarvan de passagiers vergoeding verzoeken, moeten dan ook worden aangemerkt als betrekking hebbend op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten. 4.
  13. De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder omdat deze (grotendeels) ongelijk krijgt. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover de passagiers daadwerkelijk nakosten zullen maken. 4.
  14. Op verzoek van de passagiers zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
  15. veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 juli 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening; 5.
  16. veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op € 226,00 aan griffierecht en € 135,00 aan salaris gemachtigde; en veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt; 5.
  17. wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. S. Kleij, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open Artikel 7 van de Verordening. Artikel 5 lid 3 van de Verordening. Zoals bedoeld in artikel 20 lid 2 van de Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.