← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:10784

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknummer : 11252097 \ WM VERZ 24-1150 CJIB-nummer : ['nummer'] Uitspraakdatum : 24 januari 2025 Uitspraak op een beroep tegen een boete op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [betrokkene] woonplaats : [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene). De verkeersboete en het beroep Aan betrokkene is een boete opgelegd voor een verkeersovertreding. Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de boete. Het beroep is behandeld op de zitting van 10 januari

  1. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. Er is na de zitting uitspraak gedaan. De beoordeling De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder de doorgetrokken streep overschrijden (verkeer in beide richtingen). De kantonrechter oordeelt dat betrokkene het beroep te laat heeft ingediend. Het beroep is namelijk pas na afloop van de beroepstermijn van zes weken door de kantonrechter ontvangen. De termijnoverschrijding acht de kantonrechter, gelet op het verweer van betrokkene en de daarbij overgelegde stukken, en met de bedoeling de financiële problematiek van betrokkene beheersbaar te houden, verschoonbaar. De kantonrechter zal daarom ook bepalen dat de opgelegde verhogingen niet verschuldigd zijn. Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat zijn voertuig op de datum en het tijdstip van de overtreding op een festivalterrein geparkeerd stond. Betrokkene geeft verder aan dat hij schulden heeft door onder andere een huurachterstand en opgelegde boetes. De kantonrechter oordeelt dat de boete terecht is opgelegd. De enkele ontkenning dat betrokkene ter plaatse was, is ontoereikend. Het ligt op de weg van betrokkene om ter onderbouwing van het verweer concrete feiten of omstandigheden aan te voeren of bewijzen over te leggen, die de stelling dat betrokkene en het bekeurde voertuig niet ter plaatse zijn geweest, aannemelijk maken. De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting gesteld dat betrokkene had moeten worden gehoord en dat dit niet is gebeurd. Dat betekent dat het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond is, dat die beslissing moet worden vernietigd en de boete moet worden verlaagd met 25%. Daarbij is verwezen naar een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Daarnaast stelt de vertegenwoordiger van de officier van justitie dat de redelijke termijn van berechting is overschreden, zodat de boete nogmaals dient te worden gematigd met 25%. Daarbij is wederom verwezen naar een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De kantonrechter volgt het standpunt van de officier van justitie dat de hoorplicht is geschonden en dat de redelijke termijn van berechting is overschreden en ziet, met verwijzing naar de genoemde uitspraken van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, aanleiding om de boete tweemaal met 25% te matigen. Het beroep is gelet op de matiging gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd zal worden gewijzigd. De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing; ‒ verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd gedeeltelijk gegrond; ‒ wijzigt de beschikking waarbij de boete is opgelegd, in die zin dat de boete wordt gematigd tot een bedrag van € 140,63 (met handhaving van de administratiekosten); ‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt; ‒ bepaalt dat de opgelegde verhogingen niet verschuldigd zijn. Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 Wahv hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,
  2. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending: Zie de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 november 2022, te vinden op www.rechtspraak.nl met nummer ECLI:NL:GHARL:2022:
  3. Vgl. de uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 juli 2023, te vinden op www.rechtspraak.nl met zoekterm ECLI:NL:GHARL:2023:6369.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.