← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:10822

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Zaanstad Zaaknummer: 11361451 \ CV EXPL 24-2785 Vonnis van 7 augustus 2025 in de zaak van de besloten vennootschap SCHILDERS- EN ONDERHOUDSBEDRIJF AAL B.V., te Zaandam, eisende partij, hierna te noemen: Aal B.V., gemachtigde: Koning en de Raadt B.V. Incassospecialisten, tegen [gedaagde] H.O.D.N. BOUWBEDRIJF BEEMSTER, te Purmerend, gedaagde partij, hierna te noemen: Bouwbedrijf Beemster, gemachtigde: mr. P. Thole. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: dagvaarding van 30 september 2024 conclusie van antwoord van 19 december 2024 akte van 12 juni 2025 met aanvullende producties van de zijde van Aal B.V. akte van 13 juni 2025 met een aanvullende productie van de zijde van Bouwbedrijf Beemster de mondelinge behandeling van 26 juni 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  3. Partijen zijn beide actief als aannemer van bouwprojecten. 2.
  4. Op 22 maart 2023 heeft Aal B.V. aan Bouwbedrijf Beemster een offerte uitgebracht voor het plaatsen van een steiger en het schilderen van het buitenwerk (de gevel en entree) van een orangerie in Overveen. Bouwbedrijf Beemster heeft deze offerte aanvaard. In de offerte werd een vaste aanneemsom van € 22.693,52 (exclusief btw) overeengekomen. 2.
  5. In het voorjaar van 2023 vinden de schilderwerkzaamheden plaats. 2.
  6. Op 10 juni 2023 heeft Bouwbedrijf Beemster per whatsapp aan Aal B.V. een bericht gestuurd over de tenaamstelling van de facturen, welke luidt: “ [naam] de factuur is Okee maar de ten naam stelling is fout. Dit heb ik je al eens laten weten maar het moet op .. bouwbedrijf beemster […] De overige gegevens zijn akkoord […].” 2.
  7. Aal B.V. heeft twee facturen aan Bouwbedrijf Beemster gestuurd die beide zijn gedateerd op 20 juni 2023: factuur 2023S00141 voor een eerste termijn van € 11.346,76 en factuur 2023S00142 voor een tweede termijn van eveneens € 11.346,
  8. 2.
  9. Factuur 2023S00141 is volledig voldaan door Bouwbedrijf Beemster. 2.
  10. Op 7 februari 2024 heeft Aal B.V. per e-mail Bouwbedrijf Beemster herinnerd aan de openstaande tweede factuur met factuurnummer 2023S
  11. 2.
  12. Op 7 februari 2024 heeft Bouwbedrijf Beemster per e-mail geantwoord dat het werk ‘afgewerkt’ was, maar dat hij de situatie nog zou controleren. 2.
  13. Op 8 april 2024 heeft Bouwbedrijf Beemster een deelbetaling van € 1.000,00 verricht op factuur 2023S
  14. Een tweede deelbetaling van € 1.000,00 volgde op 10 juni
  15. 3Het geschil 3.
  16. Aal B.V. vordert - samengevat - dat de kantonrechter Bouwbedrijf Beemster veroordeelt, uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling van € 9.346,76, te vermeerderen met de wettelijke rente, de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten. Aal B.V. legt aan haar vordering ten grondslag dat Bouwbedrijf Beemster niet heeft voldaan aan zijn betalingsverplichting op grond van de aannemingsovereenkomst door de tweede rekening voor het schilderwerk voor een deel onbetaald te laten. 3.
  17. Bouwbedrijf Beemster voert verweer en legt daaraan ten grondslag dat hij de aanneemsom niet volledig verschuldigd is, omdat het werk niet is opgeleverd. 3.
  18. Daarnaast doet Bouwbedrijf Beemster een beroep op verrekening. Hij stelt zelf een vordering op Aal B.V. te hebben wegens een provisie op grond van een samenwerkingsafspraak en wegens schade door onvolledige en gebrekkige uitvoering van andere onderdelen van het schilderproject. 3.
  19. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling Oplevering schilderwerk en betaling daarvan 4.
  20. Partijen zijn beide actief als aannemer en hebben een al langer durend samenwerkingsverband waarbij ze over en weer werkzaamheden voor elkaar uitvoeren. Niet in geschil is dat er tussen partijen in het kader van deze samenwerking een aannemingsovereenkomst tot stand is gekomen voor schilderwerk aan de entree en voorgevel van een orangerie in Overveen. Bouwbedrijf Beemster trad daarbij op als hoofdaannemer voor de orangerie, en Aal B.V. als onderaannemer van Bouwbedrijf Beemster. Ook is niet in geschil dat het werk gedeeltelijk is uitgevoerd. 4.
  21. Partijen twisten over de vraag of Bouwbedrijf Beemster de voor het werk overeengekomen prijs volledig verschuldigd is. Aal B.V. stelt dat het werk is verricht en vervolgens is opgeleverd, en dat Bouwbedrijf Beemster daarom de volledige prijs moet betalen. Bouwbedrijf Beemster betwist dat oplevering van het werk heeft plaatsgevonden, en voert ook aan dat het werk nog niet helemaal was afgerond. 4.
  22. De kantonrechter moet eerst oordelen of het werk is opgeleverd. Voor de beantwoording van de vraag of het werk is opgeleverd is bepalend of het werk door de aannemer als voltooid aan de opdrachtgever is aangeboden en door de opdrachtgever is aanvaard. Dit volgt uit artikel 7:758 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW). Het is niet nodig dat een oplevering schriftelijk vastgelegd wordt. Oplevering kan ook blijken uit het gedrag of de verklaringen van partijen waaruit volgt dat het werk als voltooid moet worden beschouwd. Als de opdrachtgever vervolgens niet binnen een redelijke termijn het werk keurt en aanvaardt (al dan niet onder voorbehoud) of weigert, wordt hij geacht het werk stilzwijgend te hebben aanvaard. 4.
  23. Op Aal B.V. rusten de stelplicht en de bewijslast van de feiten en omstandigheden waaruit volgt dat het werk is opgeleverd. Zij voert daartoe aan dat het werk in de lente van 2023 is afgerond en zij het werk na afronding daarvan heeft geïnspecteerd met een bedrijfsleider van de orangerie, waaruit enkele verbeterpunten naar voren kwamen. Deze heeft zij vervolgens ter hand genomen. Volgens Aal B.V. is zij na uitvoering van de verbeterpunten niet meer benaderd door Bouwbedrijf Beemster met klachten of verzoeken met betrekking tot het werk. Ter onderbouwing wijst Aal B.V. op het Whatsapp-bericht van 10 juni 2023, waarin Bouwbedrijf Beemster verzoekt om aanpassing van de tenaamstelling van de factuur en aangeeft dat de factuur verder ‘okee’ is. Ook wijst Aal B.V. op het gegeven dat Bouwbedrijf Beemster zonder protest voor een groot gedeelte betaald heeft voor het werk, en dat de discussie over of het werk opgeleverd was pas volgde op besprekingen over de betalingsachterstand en een mogelijke betalingsregeling in het voorjaar van
  24. 4.
  25. Bouwbedrijf Beemster betwist dat het werk is opgeleverd en voert aan dat met hem geen inspectie is uitgevoerd, terwijl de inspectie juist met Bouwbedrijf Beemster had moeten worden gedaan. De aannemingsovereenkomst is immers niet tussen Aal B.V. en de orangerie gesloten, maar tussen Bouwbedrijf Beemster en Aal B.V. Ook voert Bouwbedrijf Beemster aan dat de deuren van de entree niet volledig zijn bewerkt en geschilderd, en dat hij dit ter sprake heeft gebracht vóór de besprekingen over de financiën in het voorjaar van
  26. 4.
  27. De kantonrechter overweegt hierover als volgt. 4.
  28. Gelet op het tijdspad waarin het werk gedaan, is naar het oordeel van de kantonrechter voldoende komen vast te staan dat het werk door Aal B.V. is afgerond en aangeboden ter keuring. Tussen partijen is niet in geschil dat de werkzaamheden in het voorjaar van 2023 plaatsvonden. Bouwbedrijf Beemster had, gelet op de zichtbaarheid van de werkzaamheden, voldoende gelegenheid om vast te stellen dat het werk afgerond was. De werkzaamheden bestonden immers uit het plaatsen van een steiger en het schilderen van het buitenwerk. Dat werk is op enig moment in het voorjaar van 2023 beëindigd, waarna nog enkele verbeterpunten zijn afgewikkeld. Het lag op de weg van Bouwbedrijf Beemster als opdrachtgever om op dat moment het werk te aanvaarden (al dan niet onder voorbehoud) of te weigeren. Dat Bouwbedrijf Beemster het werk heeft geweigerd, blijkt nergens uit. Bouwbedrijf Beemster overlegt hiertoe geen stukken of voert anderszins aanknopingspunten aan waaruit blijkt dat hij het werk niet wilde aanvaarden vanwege de deuren die niet af zouden zijn. Het enkele feit dat de deuren mondeling ter sprake zijn gebracht in het voorjaar van 2024, geruime tijd na uitvoering van het werk, betekent niet dat het werk is geweigerd. Daarvoor is het tijdsverloop na de afronding van het werk te lang. Aangenomen moet daarom worden dat het werk, na de beëindiging daarvan en de afwikkeling van enkele door de orangerie zelf aangegeven verbeterpunten - in ieder geval stilzwijgend - is aanvaard. Dat strookt ook met het feit dat Bouwbedrijf Beemster handelingen heeft verricht die erop wijzen dat hij het werk als voltooid beschouwde, zoals het accepteren van de facturen en het (gedeeltelijk) betalen daarvan. 4.
  29. De conclusie is dat Bouwbedrijf Beemster de volledige prijs is verschuldigd, maar die niet volledig heeft betaald. De gevorderde hoofdsom van € 9.346,76 is dan ook toewijsbaar. Tegenvorderingen 4.
  30. De kantonrechter zal achtereenvolgens de drie tegenvorderingen van Bouwbedrijf Beemster bespreken die hij bij wijze van verrekeningsverweer naar voren brengt. Het draait om een vordering op grond van een provisieafspraak en om twee schadevergoedingsvorderingen op grond van wanprestatie. 4.
  31. Aal B.V. heeft ter zitting de provisieafspraak (een vergoeding van 8%) erkend en heeft tevens erkend dat zij op basis daarvan aan Bouwbedrijf Beemster een bedrag van € 1.811,17 verschuldigd is. Dit bedrag zal met de hoofdsom verrekend worden. 4.
  32. De tweede tegenvordering van Bouwbedrijf Beemster betreft een vordering tot betaling van een schadevergoeding van € 1.890,
  33. Bouwbedrijf Beemster stelt dat Aal B.V. is tekortgeschoten in de nakoming van de aannemingsovereenkomst, omdat de onderkant van de deuren van het restaurant niet zouden zijn geschilderd, en dat Bouwbedrijf Beemster daardoor een ander schilderbedrijf moest inschakelen om het werk af te maken. Zoals hierboven onder 4.7 al is overwogen, moet het schilderwerk aan de entree en voorgevel als opgeleverd worden beschouwd. Oplevering brengt met zich mee dat de aannemer niet meer aansprakelijk is voor gebreken die de opdrachtgever op het moment van oplevering redelijkerwijs had moeten ontdekken (artikel 7:758 lid 3 BW). De opdrachtgever kan zich er ook niet meer op beroepen dat het werk niet af was. Aangezien niet is gebleken dat Bouwbedrijf Beemster deze klacht bij of tijdig na oplevering heeft gemeld, is het recht om schadevergoeding te vorderen wegens die gestelde tekortkoming komen te vervallen. Voor verrekening met schade bestaat dus geen grond. 4.
  34. De derde tegenvordering van Bouwbedrijf Beemster ziet op andere en eerdere werkzaamheden in de orangerie, te weten schilderwerkzaamheden aan het trappenhuis. Volgens Bouwbedrijf Beemster heeft Aal B.V. dat werk ondeugdelijk uitgevoerd, wat ertoe heeft geleid dat hij een ander schilderbedrijf heeft moeten inschakelen. De daarmee gemoeide schade bedraagt € 3.600,
  35. Aal B.V. betwist dat sprake was van gebrekkig verricht werk. Bouwbedrijf Beemster heeft ter onderbouwing van zijn beroep op verrekening slechts een factuur van het andere schilderbedrijf overgelegd, maar deze factuur bevat geen toelichting op de aard of noodzaak van de werkzaamheden, en ook niet waarom deze factuur op een tekortkoming van Aal B.V. zou moeten duiden. Daarnaast is van een ingebrekestelling niet gebleken, zoals Aal B.V. ook heeft betoogd. De gegrondheid van het verrekeningsverweer is daarmee niet eenvoudig vast te stellen en het beroep op verrekening zal daarom worden gepasseerd onder verwijzing naar artikel 6:136 van het BW. 4.
  36. De conclusie is dat alleen een bedrag van € 1.811,17 uit hoofde van de provisieafspraak kan worden verrekend. Dit betekent dat de vordering van Aal B.V. zal worden toegewezen tot een bedrag van € 7.535,
  37. Nevenvorderingen 4.
  38. Aal B.V. vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten van € 1.402,01 op grond van tussen partijen van toepassing zijnde algemene voorwaarden voor de zakelijke markt voor schilders-, onderhouds-, en glaszetbranche in Nederland. Volgens Aal B.V. stellen de algemene voorwaarden de vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten vast op 15% van de hoofdsom, en berekent hij zijn vordering aan de hand van de hoofdsom van € 9.346,
  39. Bouwbedrijf Beemster betwist niet dat deze voorwaarden van toepassing zijn. 4.
  40. De door Aal B.V. gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke (incasso)kosten komt op grond van de tussen partijen gesloten overeenkomst in beginsel voor toewijzing in aanmerking. Met het bericht van 7 februari 2024 onderbouwt Aal B.V. namelijk voldoende dat hij incassowerkzaamheden heeft verricht. Hetzelfde blijkt uit het gegeven dat tussen partijen niet in geschil is dat zij in het voorjaar van 2024 gesprekken hebben gevoerd over de facturen voor het schilderwerk, en dat daaruit een betalingsregeling is voortgekomen. 4.
  41. In het onderhavige geval acht de kantonrechter echter termen aanwezig om deze vergoeding op grond van het bepaalde in artikel 242 Rv te matigen nu niet gesteld of gebleken is dat de werkelijke kosten van Aal B.V. hoger zijn dan het toepasselijke tarief van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, welke tarieven geacht worden redelijk te zijn. De buitengerechtelijke incassokosten zullen dan ook worden toegewezen tot een bedrag van € 751,78, conform het in voormeld Besluit bepaalde tarief dat hoort bij het aan hoofdsom toe te wijzen bedrag van € 7.535,
  42. 4.
  43. In het lichaam van de dagvaarding maakt Aal B.V. aanspraak op de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW. In het petitum heeft zij daar geen gevolg aan gegeven en vordert Aal B.V. de wettelijke rente. Als er wettelijke rente is gevorderd, terwijl er wettelijke handelsrente gevorderd had kunnen worden, mag de kantonrechter niet in plaats van het gevorderde de handelsrente toewijzen. De kantonrechter zal de daarom de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW toewijzen. 4.
  44. Bouwbedrijf Beemster is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Aal B.V. worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 115,22 - griffierecht € 524,00 - salaris gemachtigde € 812,00 (2 punten × € 406,00) - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.586,22 5De beslissing De kantonrechter 5.
  45. veroordeelt Bouwbedrijf Beemster om aan Aal B.V. te betalen een bedrag van € 7.535,59, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 30 september 2024, tot de dag van volledige betaling, 5.
  46. veroordeelt Bouwbedrijf Beemster om aan Aal B.V. te betalen een bedrag van € 751,78 aan buitengerechtelijke kosten, 5.
  47. veroordeelt Bouwbedrijf Beemster in de proceskosten van € 1.586,22, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Bouwbedrijf Beemster niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.
  48. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 5.
  49. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door N. Ćulafić en in het openbaar uitgesproken op 7 augustus
  50. De kantonrechter volgt hierin de lijn van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch in haar uitspraak van 28 augustus 2012, ECLI:NL:GHSHE:2012:BX6052 (https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2012:BX6052), r.o. 2.3.2-2.3.6.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.