RECHTBANK Noord-Holland Civiel recht Zittingsplaats Haarlem Zaaknummer: C/15/368834 / KG ZA 25-550 Vonnis in kort geding van 22 september 2025 in de zaak van 1 [eiser 1] , ✓ te [plaats 1] ,2. [eiser 2], te [plaats 2] ,3. [eiser 3], te [plaats 1] ,4. [eiser 4], ✓ te [plaats 3] ,5. [eiser 5], ✓ te [plaats 3] ,6. [eiser 6], te [plaats 1] ,7. [eiser 7], ✓ te [plaats 1] ,8. [eiser 8], te [plaats 1] ,9. [eiser 9], te [plaats 1] ,10. [eiser 10], ✓ te [plaats 1] ,11. [eiser 11], ✓ te [plaats 4] , 12. [eiser 12] , ✓ te [plaats 4] , 13. [eiser 13], ✓ te [plaats 1] , 14. [eiser 14], ✓ te [plaats 1] , 15. [eiser 15], ✓ te [plaats 1] , 16. [eiser 16], ✓ te [plaats 1] , 17. [eiser 17], ✓ te [plaats 1] , 18. [eiser 18], ✓ te [plaats 1] , 19.[eiser 19], ✓ te [plaats 5] , 20. [eiser 20], te [plaats 6] , 21. [eiser 21], ✓ te [plaats 1] , 22. [eiser 22], te [plaats 1] , 23. [eiser 23], te [plaats 7] , 24. [eiser 24], te [plaats 7] , 25. [eiser 25] , ✓ te [plaats 8] , 26. [eiser 26], te [plaats 2] , 27. [eiser 27], ✓ te [plaats 1] , 28. [eiser 28], te [plaats 1] , 29. [eiser 29], ✓ te [plaats 9] , 30. [eiser 30], ✓ te [plaats 9] , 31. [eiser 31], te [plaats 2] , 32. [eiser 32], ✓ te [plaats 1] , 33. [eiser 33], ✓ te [plaats 1] , 34. [eiser 34], te [plaats 1] , 35. [eiser 35], te [plaats 1] , 36. [eiser 36], ✓ te [plaats 1] , 37. [eiser 37], ✓ te [plaats 1] , 38. [eiser 38], ✓ te [plaats 1] , 39. [eiser 39], ✓ te [plaats 1] , 40. [eiser 40], te [plaats 2] , 41 [eiser 41] , ✓ te [plaats 1] , 42. [eiser 42], te [plaats 10] . 43. [eiser 43], te [plaats 1] , 44. [eiser 44], ✓ te [plaats 1] , 45. [eiser 45], te [plaats 11] , 46. [eiser 46], ✓ te [plaats 12] . 47. [eiser 47], te [plaats 1] , 48. [eiser 48], te [plaats 3] . 49. [eiser 49], ✓ te [plaats 1] , 50. [eiser 50]. te [plaats 2] , 51. [eiser 51], te [plaats 2] , 52. [eiser 52], te [plaats 1] , 53. [eiser 53], ✓ te [plaats 1] , 54. [eiser 54] , ✓ te [plaats 1] , 55. [eiser 55], ✓ te [plaats 1] , 56. [eiser 56], ✓ te [plaats 13] , 57. [eiser 57], ✓ te [plaats 14] , 58. [eiser 58], te [plaats 1] , 59. [eiser 59], te [plaats 15] , 60. [eiser 60], ✓ te [plaats 16] , 61. [eiser 61], ✓ te [plaats 17] , 62. [eiser 62], ✓ te [plaats 13] , 63. [eiser 63], te [plaats 2] , 64 [eiser 64] , ✓ te [plaats 1] , 65. [eiser 65], ✓ te [plaats 1] , 66. [eiser 66], te [plaats 18] (Duitsland), 67. [eiser 67], te [plaats 19] (Duitsland) 68. [eiser 68], ✓ te [plaats 19] (Duitsland), 69. [eiser 69], te [plaats 1] , 70. [eiser 70], ✓ te [plaats 20] . 71. [eiser 71], te [plaats 2] . 72. [eiser 72], te [plaats 1] , 73. [eiser 73], te [plaats 1] , 74. [eiser 74], te [plaats 21] . 75. [eiser 75], te [plaats 4] , 76. [eiser 76], te [plaats 2] , 77. [eiser 77], ✓ te [plaats 22] , 78. [eiser 78], te [plaats 1] , 79. [eiser 79], ✓ te [plaats 1] , 80. [eiser 80], ✓ te [plaats 1] , 81. [eiser 81], ✓ te [plaats 23] . 82. [eiser 82], ✓ te [plaats 1] , 83. [eiser 83], te [plaats 2] , 84. [eiser 84], ✓ te [plaats 1] , 85. [eiser 85], ✓ te [plaats 1] , 86. [eiser 86], ✓ te [plaats 3] , 87 [eiser 87] , te [plaats 1] , 88. [eiser 88], ✓ te [plaats 21] , eisende partijen, hierna samen te noemen: [eisers] , advocaten: mr. H.M. Punt en mr. C.C.G. van Sadelhoff, tegen KENNEMER PARK B.V., te Loosdrecht, gedaagde partij, hierna te noemen: Kennemer Park B.V., advocaten: mr. S.J. van Susante en mr. A.M. Nijboer De zaak in het kort Dit betreft een executiegeschil. [eisers] zijn op grond van een uitspraak van de kantonrechter gehouden om per 1 oktober 2025 Caravanpark “Sandevoerde” te ontruimen. [eisers] vorderen schorsing van de tenuitvoerlegging van dat vonnis omdat zij menen dat hun belangen zwaarder wegen dan het belang van Kennemer Park om alvast een begin te kunnen maken met enkele voorbereidende werkzaamheden. Kennemer Park heeft namelijk nog altijd niet de natuurvergunning die nodig is voor de uitvoering van het project. [eisers] voeren daarbij aan dat de uitspraak van de kantonrechter berust om een tweetal kennelijke (juridische) misslagen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat geen sprake is van misslagen maar ziet op basis van de afweging van de wederzijdse belangen wel aanleiding om de ontruiming te schorsen totdat er een ontwerpbesluit natuurvergunning ligt. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties E1 t/m E12 - de akte wijziging van eis - de nadere producties E13-E16 - de conclusie van antwoord in kort geding met producties G1-G8- de mondelinge behandeling van 10 september 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt- de pleitnota van [eisers]- de pleitnota van Kennemer Park B.V. 1.2. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling zijn verschenen. eisers met een ✓ achter hun naam waren ter zitting aanwezig, bijgestaan door mr. Punt en mr. Sadelhoff, [betrokkene 1], projectmanager, en [betrokkene 2], bestuurder, bijgestaan door mr. Van Susante en mr. Nijboer. 1.3. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De feiten 2.1. Kennemer Park is exploitant van Caravanpark “Sandevoerde” aan de Kennemerweg 16 te Zandvoort . Het park grenst aan Kennemerland-Zuid, een Natura 2000-gebied. 2.2. [eisers] huren allen van Kennemerpark een standplaats voor hun eigen kampeermiddel (stacaravans). 2.3. Op de huurcontracten zijn de RECRON-voorwaarden voor vaste plaatsen 2016 (hierna: RECRON-voorwaarden) van toepassing. In artikel 11 staat vermeld: 1. De ondernemer kan de overeenkomst schriftelijk beëindigen indien: (…) h. de ondernemer een herstructureringsplan voor (een deel van) het terrein tot uitvoering gaat brengen waarvoor de plaats van recreant, waarop een verplaatsbaar of niet meer verplaatsbaar kampeermiddel is geplaatst, nodig is. Om tot opzegging te kunnen overgaan moet de ondernemer een concreet en uitvoerbaar plan hebben in die zin dat een eventueel benodigde vergunning, wijziging of ontheffing van het bestemmingsplan is verleend, dan wel op redelijke termijn te verwachten is. (…) 3. Bij opzegging wegens herstructurering zoals vermeld onder sub h van het eerste lid dient de ondernemer een opzegtermijn van één jaar in acht te nemen voor afloop van het lopende overeenkomstjaar. (…) 2.4. Kennemer Park heeft herstructureringsplannen voor het park. Zij wil kort gezegd 250 (luxe) vakantiechalets op het terrein realiseren. De huidige kampeermiddelen moeten daarvoor wijken. Op 17 maart 2021 heeft Kennemer Park de huurovereenkomsten met [eisers] voor de eerste keer opgezegd. Op 24 oktober 2022 heeft Kennemer Park de huurovereenkomst nogmaals opgezegd. 2.5. Bij vonnis van de kantonrechter van deze rechtbank van 23 augustus 2023 is geoordeeld dat de herstructureringsplannen op het moment van de tweede opzegging weliswaar voldoende concreet waren, maar onvoldoende uitvoerbaar, zodat die opzegging niet kon leiden tot beëindiging van de huurovereenkomsten. 2.6. Na het vonnis van 23 augustus 2023 heeft Kennemer Park haar plannen verder uitgewerkt. Voordat de benodigde vergunningen werden aangevraagd, heeft Kennemer Park veelvuldig contact gehad met het bevoegd gezag. De gemeente Zandvoort heeft in dat kader aangegeven dat geen vergunning vereist is voor het plaatsen van de chalets. Wel is een aanlegvergunning nodig, evenals een ontgrondingsvergunning en een kapvergunning. Deze vergunningen zijn aangevraagd voor 1 april 2024. 2.7. Op 12 maart 2024 is een aanlegvergunning verleend. 2.8. Bij brief van 26 maart 2024 heeft Kennemer Park de huurovereenkomsten opnieuw opgezegd, nu tegen 31 maart 2025. 2.9. Op 27 maart 2024 is een kapvergunning en een ontgrondingsvergunning aangevraagd. 2.10. Bij brief van 26 april 2024 hebben [eisers] aangegeven zich niet te kunnen verenigen met de huuropzegging. 2.11. Op 8 juli 2024 is de kapvergunning verleend (hierna: de eerste kapvergunning). 2.12. Op 23 augustus 2024 is door Kennemer Park een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna activiteit. 2.13. Bij dagvaarding van 11 september 2024 heeft Kennemer Park [eisers] gedagvaard en een verklaring voor recht gevorderd dat zij de huurovereenkomsten bij brief van 27 maart 2024 rechtsgeldig heeft opgezegd en de ontruiming van [eisers] gevorderd per 31 maart 2025 op straffe van een dwangsom. 2.14. Tot 18 december 2024 was het vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) dat, als sprake was van intern salderen van stikstofuitstoot, er geen omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit (hierna ook: natuurvergunning) nodig was voor een project. Om een oordeel te krijgen van het bevoegd gezag over het niet nodig hebben van een natuurvergunning voor het betreffende project, kon een zogenaamde ‘positieve weigering’ worden gevraagd. Op 19 november 2024 heeft Kennemer Park een dergelijke positieve weigering aangevraagd. 2.15. Bij uitspraak van 18 december 2024 (ECLI:RVS: 2024:4923) heeft de Afdeling geoordeeld dat intern salderen niet meer mag worden betrokken bij de vraag of er een natuurvergunning voor een project nodig is, maar alleen mag worden betrokken bij de vraag of een natuurvergunning voor een project kan worden verleend en dat deze nieuwe rechtspraak terugwerkende kracht heeft tot 1 januari 2020. Dit betekent dat hoe dan ook een natuurvergunning is vereist voor het project van Kennemer Park. Kennemer Park heeft daarom haar verzoek om een positieve weigering omgezet in een vergunningaanvraag. 2.16. De ontgrondingsvergunning is op 9 januari 2025, na de bezwaren van [eisers] te hebben gehoord, verleend. 2.17. Op 15 januari 2025 zijn de bezwaren van [eisers] tegen de aanlegvergunning ongegrond verklaard. 2.18. Op 6 maart 2025 zijn de bezwaren van [eisers] tegen de eerste kapvergunning ongegrond verklaard. 2.19. Op verzoek van het college van B&W van de gemeente [plaats 2] heeft Kennemer Park preventief een tweede kapvergunning aangevraagd voor 21 bomen die mogelijk de werkzaamheden niet zouden overleven. Deze vergunning is geweigerd. 2.20. Op 8 mei 2025 heeft de Omgevingsdienst NHN de aangevraagde omgevingsvergunning voor de flora- en fauna activiteit verleend. In het besluit is voor zover van belang het volgende opgenomen: Specifieke voorschriften 11. Het ongeschikt maken van het essentieel leefgebied van de wezel binnen het plangebied of delen van het plangebied waar gewerkt wordt dient minimaal één week voor aanvang van de werkzaamheden uitgevoerd te worden buiten de kwetsbare voortplantingsperiode van de bunzing en de wezel, welke globaal loopt van 15 maart tot 1 september. 12. Het ongeschikt maken van het plangebied (…) dient te gebeuren door het verwijderen van de caravans en opgaande begroeiing, het kort maaien van de vegetatie (max. 10 cm hoog), het kort houden van de vegetatie tijdens de werkzaamheden en het maaisel direct afvoeren. Het ongeschikt maken dient te gebeuren buiten perioden van vorst of een sneeuwdeken en dient in fysieke aanwezigheid van een ecologisch deskundige plaats te vinden. (…) 16. De vergunninghouder dient permanente alternatieve verblijfplaatsen in de vorm van minimaal twee marterhopen te realiseren (…). De marterhopen dienen minimaal drie maanden voor de aanvang van de werkzaamheden, waaronder het ongeschikt maken, gerealiseerd te worden. (…) Staat van instandhouding (…) Wezel (…) De start van de werkzaamheden is gepland in september en oktober 2025. Dit is voor de bunzing en de wezel de minst kwetsbare periode. In deze periode zal het plangebied ongeschikt gemaakt worden voor kleine marterachtigen. Het ongeschikt maken vindt plaats door het verwijderen van schuilmogelijkheden en begroeiing in het plangebied. Hierbij gaat het om verwijderen van caravans, andere bebouwing en lage beplanting. Tevens wordt het gebied kort gehouden door middel van maaien. (…) 2.21. De kantonrechter van deze rechtbank heeft bij vonnis van 30 april 2025 in de door Kennemer Park aanhangig gemaakte procedure over de opzegging van de huurovereenkomsten, geoordeeld dat de herstructureringsplannen van Kennemer Park ten tijde van de opzegging van de huurovereenkomsten voldoende concreet en uitvoerbaar waren en dat de huurcontracten daarom op 31 maart 2025 door opzegging zijn geëindigd en, uitvoerbaar bij voorraad, dat [eisers] de standplaatsen uiterlijk op 1 oktober 2025 ontruimd moeten hebben. Voor zover van belang, overweegt de kantonrechter hiertoe het volgende: Voldoende uitvoerbaar 4.3. Daarnaast moet ook redelijkerwijs de verwachting bestaan dat het herstructureringsplan kan en zal worden gerealiseerd. Uit vaste jurisprudentie (ECLI:NL:GHDHA:2014:17, r.o. 4.2) volgt dat het niet noodzakelijk is dat alle vergunningen al verkregen moeten zijn, maar dat objectief bezien de reële verwachting gerechtvaardigd is, dat de benodigde vergunningen op redelijke termijn kunnen worden verkregen. Of aan die eis is voldaan, moet aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval worden bepaald (ECLI:NL:GHSHE:2023:2533, r.o. 3.13.3). (…) 4.5. Kennemer Park heeft gesteld, en de Recreanten hebben dit niet of onvoldoende betwist, dat ten tijde van de opzegging een aanlegvergunning, een ontgrondingsvergunning en een kapvergunning vereist waren. Aanlegvergunning 4.6. De aanlegvergunning was ten tijde van de opzegging verleend en de bezwaren van de Recreanten tegen deze vergunning zijn inmiddels ongegrond verklaard. Ontgrondingsvergunning 4.7. Het standpunt van de Recreanten dat thans nog geen enkel zicht op een ontgrondingsvergunning bestaat en dat dit dus ook ten tijde van de opzegging het geval was, kan niet worden gevolgd. De vergunning was ten tijde van de opzegging reeds aangevraagd. Op grond van het vooroverleg tussen Kennemer Park en het bevoegd gezag mocht Kennemer Park erop vertrouwen dat de vergunning op redelijke termijn zou worden afgegeven. In januari 2025 heeft de Omgevingsdienst een concept opgesteld waarin besloten wordt de vergunning te verlenen; alleen de behandeling van de bezwaren van de Recreanten moeten nog toegevoegd worden. Dat dit traject nog niet is afgerond, is mede het gevolg van de door de Recreanten ingestelde bezwaren en kan Kennemer Park niet worden tegengeworpen. Kapvergunning 4.8. De kapvergunning was ten tijde van de opzegging reeds aangevraagd en is kort nadien verleend. De bezwaren van de Recreanten tegen deze vergunning zijn op 6 maart 2025 ongegrond verklaard. In tegenstelling tot wat de Recreanten betogen zijn de 21 bomen waarop de aangevraagde nadere kapvergunning betrekking had, geen wezenlijk onderdeel van het project. Kennemer Park heeft voldoende onderbouwd dat met minimale aanpassingen van het project (onder andere de vorm van de vijver en minder ophoging van de grond rondom de betreffende bomen) deze bomen behouden kunnen worden. De aanpassingen zijn naar het oordeel van de kantonrechter dusdanig minimaal dat geen sprake is van een nieuw plan dat opnieuw beoordeeld zou moeten worden, zoals door de Recreanten is betoogd. Natura 2000 vergunning en Flora en Fauna vergunning 4.9. Het standpunt van de Recreanten dat ten tijde van de opzegging een Natura 2000 vergunning en een Flora en Fauna vergunning vereist waren, wordt verworpen. Kennemer Park heeft voldoende gemotiveerd dat uit vaste jurisprudentie blijkt dat als sprake was van intern salderen van stikstofuitstoot, zoals in casu het geval was, dergelijke vergunningen (juist) niet vereist waren. Het aanvragen van een positieve weigering waarin het bevoegd gezag bevestigt dat geen natuurvergunning nodig is, was dan ook formeel niet vereist, maar geschiedde “voor de zekerheid”. Dat pas in het najaar van 2024 een positieve weigering is aangevraagd, doet niets af aan het feit dat deze ten tijde van de opzegging niet vereist was, evenmin als op dat moment het beschikken over een natuurvergunning. 4.10. Zoals uit het eerder weergegeven toetsingskader blijkt, moest getoetst worden op basis van hetgeen ten tijde van de opzegging bekend was. Het gevolg van de uitspraak van de Afdeling van 18 december 2024, dat voor intern salderen thans wel een natuurvergunning benodigd is, dateert van ruimschoots na de opzegging en valt dus buiten het toetsingskader. Kennemer Park heeft na de uitspraak van de Afdeling de aangevraagde positieve weigering omgezet in een aanvraag voor een natuurvergunning en heeft een uitgebreid extern juridisch advies overgelegd waaruit volgt dat het project ook voldoet aan de nieuwe regels voor intern salderen die sinds 18 december 2024 gelden, zodat de verwachting gerechtvaardigd is dat een natuurvergunning zal worden verleend. 4.11. Uit het bovenstaande volgt dat ten tijde van de opzeggingen het plan van Kennemer Park voldoende concreet uitvoerbaar was. Kennemer Park mocht objectief gezien, mede gelet op het vooroverleg met de gemeente, verwachten dat de benodigde vergunningen op redelijke termijn zouden kunnen worden verkregen. Naar het oordeel van de kantonrechter is het plan ook na de uitspraak van 18 december 2024 nog steeds voldoende concreet en uitvoerbaar. Conclusie 4.12. De conclusie is dat de huurovereenkomsten door Kennemer Park rechtsgeldig zijn opgezegd. De Recreanten zullen worden veroordeeld om de gehuurde standplaats te ontruimen. De kantonrechter meent dat een voldoende ontruimingstermijn op zijn plaats is omdat de Recreanten voldoende tijd moet worden gegeven om de standplaatsen te ontruimen. De kantonrechter sluit aan bij de door Kennemer Park ter zitting gedane toezegging dat de Recreanten tot het einde van het seizoen hun standplaats kunnen blijven gebruiken en deze uiterlijk per 1 oktober 2025 moeten hebben ontruimd. (…) 3Het geschil 3.1. [eisers] vorderen, na wijziging van eis, bij vonnis, één en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: Primair 1. de tenuitvoerlegging van het vonnis van de rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem , team kanton, van 30 april 2025, met zaaknummer 11328610 CV EXPL 24-6867, te schorsen totdat het gerechtshof Amsterdam in de procedure in hoger beroep, bekend onder zaaknummer 200.357.756/01, onherroepelijk heeft beslist; Subsidiair 2. de tenuitvoerlegging van het vonnis van de rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem , team kanton, van 30 april 2025, met zaaknummer 11328610 CV EXPL 24-6867, te schorsen totdat de Omgevingsdienst Noord-Holland-Noord namens de provincie Noord-Holland aan Kennemer Park een definitieve omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit heeft verleend; Primair en subsidiair 3. gedaagde te veroordelen in de kosten van dit geding, te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van het vonnis en indien voldoening niet binnen deze termijn plaatsvindt te vermeerderen met de wettelijke rente, te rekenen vanaf de datum van het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening. 3.2. [eisers] leggen, samengevat en voor zover van belang, het volgende aan de vordering ten grondslag. Omdat de kantonrechter de beslissing om het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren niet heeft gemotiveerd, moet er alsnog een belangenafweging plaatsvinden. De belangen van [eisers] worden door de tenuitvoerlegging van het vonnis van de kantonrechter in ernstige mate geschaad en hun belangen bij schorsing van de tenuitvoerlegging wegen zwaarder dan de belangen van Kennemer Park. [eisers] dienen de camping immers per 1 oktober 2025 met al hun hebben en houden, waaronder grote stacaravans, definitief te verlaten. Deze ontruiming heeft onomkeerbare gevolgen voor hen terwijl Kennemer Park op dit moment nog met geen mogelijkheid een begin kan maken met de herstructurering omdat zij verschillende daarvoor noodzakelijke vergunningen mist en het ernaar uitziet dat zij daarover ook niet binnen afzienbare termijn zal beschikken. Bij de belangenafweging, die alsnog moet plaatsvinden, kunnen zowel feiten en omstandigheden worden betrokken die zich voorafgaande aan de uitspraak hebben voorgedaan, als feiten en omstandigheden die zich na het vonnis hebben voorgedaan. Hierbij wijzen [eisers] op een door hen overgelegd “Aerius Stikstofdepositie Rapport” van RGP Consult (hierna: het RPG-rapport), waaruit zou volgen dat ook als er geen acht wordt geslagen op de uitspraak van de Afdeling van 18 december 2024, er op de datum van opzegging een natuurvergunning nodig was, zodat de conclusie van de kantonrechter dat Kennemer Park geen natuurvergunning nodig had, achteraf fundamenteel onjuist blijkt te zijn. Daarnaast stellen [eisers] dat sprake is van twee kennelijke misslagen van de kantonrechter. Ten eerste de overweging van de kantonrechter dat bij de beoordeling van de rechtsgeldigheid van de opzegging geen acht behoeft te worden geslagen op toekomstige omstandigheden, zoals de uitspraak van de Afdeling van 18 december 2024. De tweede evidente misslag is volgens [eisers] de overweging van de kantonrechter dat Kennemer Park een uitgebreid extern juridisch advies heeft overgelegd waaruit volgt dat het project ook voldoet aan de nieuwe regels voor intern salderen, zodat de verwachting gerechtvaardigd is dat de natuurvergunning zal worden verleend. Van een extern advies is immers geen sprake nu dit afkomstig is van mr. Nijboer, één van de advocaten van Kennemer Park, aldus nog steeds [eisers] 3.3. Kennemer Park voert verweer. Kennemer Park concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eisers] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eisers] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eisers] in de kosten van deze procedure. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.1. In deze zaak gaat het om de vraag of de tenuitvoerlegging van het bodemvonnis van de kantonrechter, wat betreft de ontruiming, moet worden geschorst totdat het gerechtshof Amsterdam heeft beslist op het ingestelde hoger beroep dan wel – zoals subsidiair gevorderd – totdat een definitieve omgevingsvergunning is verleend aan Kennemer Park voor een Natura 2000-activiteit. Het juridisch kader 4.2. Onder verwijzing naar HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2026 stelt de voorzieningenrechter het volgende voorop:a. Uitgangspunt is dat een uitgesproken veroordeling, hangende een hogere voorziening, uitvoerbaar dient te zijn en zonder de voorwaarde van zekerheidstelling ten uitvoer kan worden gelegd. Afwijking van dit uitgangspunt kan worden gerechtvaardigd door omstandigheden die meebrengen dat het belang van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand zolang niet op het door hem ingestelde rechtsmiddel is beslist, ook gegeven dit uitgangspunt, zwaarder weegt dan het belang van degene die de veroordeling in de ten uitvoer te leggen uitspraak heeft verkregen, bij de uitvoerbaarheid bij voorraad daarvan. b. Bij de toepassing van de onder a genoemde maatstaf in kort geding moet worden uitgegaan van de beslissingen in de ten uitvoer te leggen uitspraak en van de daaraan ten grondslag liggende vaststellingen en oordelen, en blijft de kans van slagen van het tegen die beslissing aangewende of nog aan te wenden rechtsmiddel buiten beschouwing, met dien verstande dat de rechter in zijn oordeelsvorming kan betrekken of de ten uitvoer te leggen beslissing(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.