RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknummer : 11252125 \ WM VERZ 24-1151 CJIB-nummer : ['nummer'] Uitspraakdatum : 24 januari 2025 Uitspraak op een beroep tegen een boete op grond van de Wet administratief- rechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [betrokkene] woonplaats : [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene). De verkeersboete en het beroep Aan betrokkene is een boete opgelegd voor een verkeersovertreding. Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de boete. Het beroep is behandeld op de zitting van 10 januari
- Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. Er is na de zitting uitspraak gedaan. De beoordeling De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken). Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat hij in bezit is van een geldige ontheffing. In het door de officier van justitie toegezonden zaakoverzicht is de volgende toelichting van de verbalisant vermeld: “Het voertuig stond geparkeerd in een door bord G7 RVV 1990 aangeduid voetgangersgebied. Dit bord was voorzien van een onderbord, de uitzondering(en), genoemd op het onderbord, was (waren) niet van toepassing. Ik heb geen voor dat gebied geldige ontheffing waargenomen. (…) bedrijf Libelle is al twee keer erop geattendeerd op het neerleggen van ontheffing. Zij zijn ook ingelicht dat er na 5 december bekeurd word wanneer er geen ontheffing aanwezig is in de voertuigen ” De kantonrechter oordeelt dat de boete terecht is opgelegd. In het dossier bevindt zich een verklaring van de verbalisant ondersteund met foto’s. Uit die verklaring blijkt voldoende dat de overtreding waarvoor de boete is opgelegd, is begaan. Gelet op de eerder gegeven waarschuwing ziet de kantonrechter geen reden om de boete te matigen. Het beroep is daarom ongegrond. De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 Wahv hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,
- Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending: