← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:11022

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 10950713 \ CV EXPL 24-1413 Uitspraakdatum: 20 augustus 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiser 1],

  1. [eiser 2],beiden wonende te [plaats], eisers hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers gemachtigde: mr. E. Beeftink tegen de commanditaire vennootschap Transavia Airlines C.V. gevestigd te Schiphol gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. G.I. Niesert 1Het procesverloop 1.
  2. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding:- de akte vermindering eis; - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek tevens eisvermeerdering; - de conclusie van dupliek. 1.
  3. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  4. De passagiers hebben met Idoed (hierna: de reisorganisator) een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder de passagiers en hun vijf kinderen op 24 april 2023 vervoeren van Amsterdam naar Tel Aviv (Israël), met vlucht HV5801 (hierna: de vlucht). De passagiers hebben € 2.130,00 betaald voor deze vliegtickets. 2.
  5. De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. 2.
  6. De vervoerder heeft de passagiers per busreis naar Brussel (België) vervoerd, zodat zij vanaf Brussel nog dezelfde dag een vervangende vlucht zouden kunnen nemen. Bij aankomst in Brussel bleek deze alternatieve vlucht inmiddels volgeboekt. 2.
  7. De passagiers hebben uiteindelijk zelf een alternatieve vlucht geboekt voor een bedrag van € 5.104,
  8. 2.
  9. De passagiers hebben aanvullende compensatie en schadevergoeding van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
  10. De passagiers vorderen – na eiswijziging – dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van: - € 1.400,00 aan aanvullende compensatie, te vermeerderen met de wettelijke rente; - € 3.296,18 aan aanvullende schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente; - € 706,61 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente; - de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. 3.
  11. De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- per passagier (artikel 7 van de Verordening). De passagiers hebben reeds een bedrag van € 400,- per passagier ontvangen, zodat zij nog recht hebben op een totaalbedrag van € 1.400,- (7 x € 200,-). Daarnaast stellen de passagiers dat zij als gevolg van de annulering genoodzaakt waren om extra kosten te maken, bestaande uit een hotelovernachting in Brussel (€ 609,50), taxikosten in Tel Aviv (€ 150,00) en gemiste vakantiedagen/vakantiegenot (€ 2.536,68). 3.
  12. De vervoerder voert betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4De beoordeling Compensatie 4.
  13. Niet in geschil is dat de vervoerder compensatieplichtig is jegens de passagiers. Partijen twisten over de hoogte van de verschuldigde compensatie. 4.
  14. De vervoerder heeft aangevoerd dat de afstand tussen de vertrekplaats (Schiphol) en de eindbestemming (Tel Aviv) 3.300,05 kilometer bedraagt. De passagiers hebben zich in het geheel niet uitgelaten over de afstand van de vlucht. De kantonrechter zal daarom van de juistheid van de door de vervoerder gestelde afstand uitgaan. Uit artikel 7 lid 1 sub b van de Verordening volgt dat bij vluchten tussen de 1.500 km en 3.500 km een compensatierecht geldt van € 400,- per passagier. De vervoerder heeft deze bedragen reeds aan de passagiers voldaan. Het gevorderde meerdere wordt afgewezen. Schadevergoeding 4.
  15. Op grond van de Verordening hebben passagiers in geval van annulering van hun vlucht recht op gratis maaltijden en verfrissingen, hotelaccommodatie, vervoer tussen de luchthaven en de plaats van accommodatie en twee telefoongesprekken of e-mailberichten. Taxikosten 4.
  16. Ten aanzien van de taxikosten hebben de passagiers toegelicht dat zij deze kosten niet hadden hoeven maken in het geval de vlucht niet geannuleerd was, omdat zij in dat geval met een transferbus zouden zijn vervoerd. De passagiers hebben de gestelde kosten echter niet onderbouwd met een bonnetje of andere bewijsstukken. De kantonrechter kan daardoor niet vaststellen of de passagiers de gevorderde kosten daadwerkelijk hebben gemaakt. Dit komt voor hun eigen rekening en risico. Dat betekent dat dit deel van de vordering wordt afgewezen. Hotelovernachting 4.
  17. De vervoerder heeft niet betwist dat de kosten voor de hotelovernachting (€ 609,50) in verhouding tot de wachttijd redelijk, noodzakelijk en passend zijn. Dat betekent dat de passagiers in beginsel recht hebben op vergoeding van de hotelkosten. Gemiste vakantiedagen 4.
  18. Op grond van de Verordening kunnen de passagiers geen betaling vorderen van de kosten van gederfd reisgenot. Gederfd reisgenot kan wel worden gevorderd op grond van (artikel 19 van) het Verdrag van Montreal. Het betreft hier immers een verzoek tot vergoeding van ‘verdere compensatie’. In die zin zal de kantonrechter op basis van artikel 25 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) de rechtsgronden aanvullen. 4.
  19. De kantonrechter volgt de vervoerder in zijn stelling dat een reis niet in hele dagen gerekend mag worden. Met het boeken van de alternatieve vlucht hebben de passagiers de door hen geleden schade beperkt. De passagiers zijn op 26 april 2023 om 03:25 uur aangekomen, waarna zij nog diezelfde nacht in het hotel hebben ingecheckt. De passagiers hebben zodoende slechts één nacht gemist. De totale reissom exclusief vlucht, annuleringsverzekering, ruimbagage, calamiteitenfonds, garantiefonds en reserveringskosten bedraagt € 9.289,
  20. De totale reisduur was tien dagen en negen nachten. De kantonrechter is zodoende van oordeel dat de passagiers recht hebben op vergoeding van € 1.032,17 aan gederfd reisgenot. Verrekening 4.
  21. Niet in geschil is dat de passagiers op 24 april 2024 (via de reisorganisator) een bedrag van € 5.466,00 van de vervoerder hebben ontvangen. De vervoerder heeft aangevoerd dat hij daarnaast op 26 april 2024 een bedrag van € 2.130,00 aan oorspronkelijk betaalde ticketprijzen aan de reisorganisator heeft gerestitueerd, en dat de reisorganisator ook dit bedrag naar de passagiers heeft overgemaakt. Hoewel dit standpunt eerst bij dupliek naar voren is gebracht, hebben de passagiers de mogelijkheid gehad om hierop bij akte te reageren. De passagiers hebben dit nagelaten. Daarom zal als vaststaand worden aangenomen dat de passagiers (naast de betaalde compensatie) een bedrag van € 7.596,00 aan schadevergoeding van de vervoerder hebben ontvangen. 4.
  22. Na aftrek van het gerestitueerde bedrag voor de oorspronkelijke vliegtickets (€ 2.130,00) en het verschil tussen de oorspronkelijke tickets en de door de passagiers zelf geboekte alternatieve vlucht (€ 2.974,66), resteert van de ontvangen schadevergoeding een bedrag van € 2.491,
  23. Hiervoor is geoordeeld dat een bedrag van € 1.641,67 aan kosten voor een hotelovernachting en gederfd vakantiegenot toewijsbaar is. Na verrekening van dit bedrag met het reeds ontvangen bedrag, hebben de passagiers niets meer van de vervoerder te vorderen. Conclusie en proceskosten 4.
  24. De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van de passagiers zal afwijzen. 4.
  25. De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat zij ongelijk krijgen. Daarbij worden de passagiers ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, als betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van dit vonnis. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
  26. wijst de vordering af; 5.
  27. veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 678,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 135,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, als betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van dit vonnis. 5.
  28. verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Artikel 5 juncto artikel
  29. € 9.289,56 / 9 = € 1.032,
  30. € 5.104,66 minus € 2.130,00 = € 2.491,34.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.