← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:11023

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11306326 \ CV EXPL 24-6469 Uitspraakdatum: 6 augustus 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiser 1],

  1. [eiser 2],beiden wonende te [plaats 1],
  2. [eiser 3],
  3. [eiser 4],beiden wonende te [plaats 2],
  4. [eiser 5],
  5. [eiser 6],beiden wonende te [plaats 3],
  6. [eiser 7],
  7. [eiser 8],beiden wonende te [plaats 4],
  8. [eiser 9], wonende te [plaats 5],
  9. [eiser 10], wonende te [plaats 6],
  10. [eiser 11],
  11. [eiser 12],beiden wonende te [plaats 7], eisers hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers gemachtigde: Yource B.V. tegen de besloten vennootschap Corendon Dutch Airlines B.V. gevestigd te Badhoevedorp gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: [gemachtigde] 1Het procesverloop 1.
  12. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.
  13. Ten slotte is vonnis bepaald.
  14. Feiten 2.
  15. De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 10 mei 2024 vervoeren van Amsterdam naar Antalya, met vlucht CD561 (hierna: de vlucht). 2.
  16. De vlucht is vertraagd uitgevoerd. 2.
  17. De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.
  18. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
  19. De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 4.800,00, te vermeerderen met de wettelijke rente;- € 732,05 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten. 3.
  20. De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening). 3.
  21. De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4De beoordeling 4.
  22. Tussen partijen is in geschil of de vertraging van de passagiers op de eindbestemming méér dan drie uur bedraagt. De kantonrechter is van oordeel dat dit niet het geval is. Daarover wordt als volgt overwogen. 4.
  23. Het feit dat de ‘gemiddelde’ vluchtduur van Amsterdam naar Antalya korter is dan de door de vervoerder ingecalculeerde vluchtduur, betekent naar het oordeel van de kantonrechter niet dat de vervoerder bewust foute of misleidende informatie aan de passagiers heeft verstrekt. Kennelijk had de vervoerder verwacht dat de uitvoering van de vlucht meer tijd in beslag zou nemen. Het feit dat deze langere vluchtduur zich niet heeft verwezenlijkt levert geen oneerlijke handelspraktijk en/of misleiding op. De passagiers kunnen hier ook geen rechten aan ontlenen. De Verordening koppelt compensatierechten aan de daadwerkelijke vertraging ten opzichte van de geplande aankomsttijd. Dat betekent dat voor de beoordeling van de vertragingsduur wordt uitgegaan van de geplande aankomsttijd. 4.
  24. Op de vliegtickets van de passagiers staat een geplande aankomsttijd van 21:20 uur (lokale tijd) vermeld. Dat is de aankomsttijd die partijen contractueel zijn overeengekomen. Niet in geschil is dat de vlucht om 00:11 uur (lokale tijd) in Antalya is aangekomen, en dat het toestel om 00:14 uur (lokale tijd) haar deuren geopend heeft. Dat betekent dat de vertraging 2 uur en 54 minuten (en dus minder dan drie uur) bedraagt. 4.
  25. De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van de passagiers zal afwijzen. 4.
  26. De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat zij ongelijk krijgen. Daarbij worden de passagiers ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de vervoerder worden gemaakt. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
  27. wijst de vordering af; 5.
  28. veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 678,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 135,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt; 5.
  29. verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.