← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:11090

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11621225 \ CV EXPL 25-2079 Uitspraakdatum: 11 juni 2025 Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van: mr. [eiser], h.o.d.n. [bedrijf] te [plaats 1] de eisende partij gemachtigde: mr. M.J. Meijer tegen [gedaagde] te [plaats 2] de gedaagde partij niet verschenen 1De procedure 1.1. De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend. 2De beoordeling 2.1. De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 843,00, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten. Ambtshalve toetsing van de precontractuele informatieplichten 2.2. De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, anders dan een overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte gesloten. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke precontractuele informatieplichten van artikel 6:230l van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. 2.3. De kantonrechter is van oordeel dat de eisende partij voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de precontractuele informatieplichten. Ambtshalve toetsing van oneerlijke bedingen 2.4. De kantonrechter is, gelet op het Dexia-arrest, ook gehouden om onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de overeenkomst of toepasselijke algemene voorwaarden. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak). Kostenbeding 2.5. Het in de overeenkomst opgenomen kostenbeding is door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden, omdat de eisende partij voldoende informatie heeft verstrekt om de gedaagde partij als consument in staat te stellen om de financiële consequenties in te schatten. De eisende partij heeft in zijn opdrachtbevestiging namelijk concreet aangegeven dat de eigen bijdrage die de gedaagde partij zou moeten betalen ongeveer € 800,00 zou bedragen, hetgeen overeenkomt met het bedrag wat uiteindelijk aan de gedaagde partij in rekening is gebracht. Algemene voorwaarden 2.6. Uit de overgelegde stukken blijkt dat op de overeenkomst(

  1. en)algemene voorwaarden van de eisende partij van toepassing zijn verklaard. De eisende partij heeft deze algemene voorwaarden echter niet bij de dagvaarding overgelegd. Dit had zij wel moeten doen. De kantonrechter heeft in een eerdere zaak van de eisende partij getoetst of de algemene voorwaarden bedingen bevatten die oneerlijk zijn. Dit voor zover de bedingen verband hielden met de vordering. De kantonrechter heeft toen geoordeeld dat het in artikel opgenomen rente- en incassokostenbeding niet oneerlijk is. De kantonrechter wijst de eisende partij er wel op dat het niet overleggen van de algemene voorwaarden in toekomstige zaken tot gevolg kan hebben dat de vordering of delen daarvan worden afgewezen. Wat is toewijsbaar? 2.7. De hoofdsom en de rente daarover worden toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen. 2.8. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten komen niet voor toewijzing in aanmerking, nu de eisende partij niet, althans onvoldoende heeft gesteld op welke datum de eisende partij de aanmaning in de zin van artikel 6:96 lid 6 BW aan de gedaagde partij heeft verzonden. In dit verband wordt verwezen naar de uitspraak van de Hoge Raad van 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2704. Conclusie en proceskosten 2.9. De vordering wordt (grotendeels) toegewezen. 2.10. De gedaagde partij wordt (overwegend) in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De gedaagde partij wordt ook veroordeeld tot betaling van € 67,50 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten zal worden toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis 3De beslissing De kantonrechter: 3.1. veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 843,00 te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 28 maart 2022 tot aan de dag van de gehele betaling; 3.2. veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op: dagvaarding € 152,04 griffierecht € 226,00 salaris gemachtigde € 135,00 ; 3.3. veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van € 67,50 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt; 3.4. veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de wettelijke rente over de proces- en nakosten vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling; 3.5. verklaart de veroordeling(
  2. en)in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 3.6. wijst de vordering voor het overige af. Dit vonnis is gewezen door mr. M. Woerdman en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677. HvJ EU 27 januari 2021, C‑229/19 en C‑289/19, ECLI:NL:EU:C:68 (Dexia). ECLI:NL:RBNHO:2025:170

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.