RECHTBANK NOORD-HOLLAND Familie en Jeugd Zittingsplaats: Haarlem zaakgegevens: C/15/360952 / JU RK 25-56 datum beslissing: 14 januari 2025 beschikking spoeduithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling de William Schrikker Stichting JB & JR, hierna te noemen de GI, gevestigd te Amsterdam. betreffende [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] , hierna te noemen [de minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende te [plaats] , [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende te [plaats] . Het procesverloop Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken: - het verzoekschrift met bijlage(n) van de GI van 14 januari 2025, ingekomen ter griffie op 15 januari
- De feiten Het ouderlijk gezag over [de minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders. [de minderjarige] woont bij de ouders. Bij beschikking van de kinderrechter van 14 december 2021 is [de minderjarige] onder toezicht gesteld, welke ondertoezichtstelling thans nog voortduurt tot 14 december
- Het verzoek De GI heeft een spoedmachtiging verzocht om [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in de in het verzoekschrift genoemde verblijfplaats voor de duur van 4 weken. Daarnaast is verzocht om aansluitend een machtiging te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling. Daaraan voorafgaand heeft de GI het verzoek telefonisch aan de kinderrechter gedaan. Dit verzoek is op 14 januari 2025 telefonisch door de kinderrechter (gedeeltelijk) toegewezen. De beoordeling Uit de beschikking van 17 december 2024, waarbij de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] is verlengd voor 12 maanden, blijkt dat de concrete ontwikkelingsbedreigingen onder meer eruit bestaan dat [de minderjarige] is opgegroeid in een omgeving met veel spanningen en conflicten tussen de ouders, verslavingsproblematiek van de vader en huiselijk geweld. Hoewel de kinderrechter constateerde dat de opvoedomgeving bij de ouders nog steeds niet veilig was voor [de minderjarige] en er nog steeds escalaties plaatsvonden binnen het gezin, leek de recent ingezette hulpverlening van onder andere Gezinfact te leiden tot meer rust binnen het gezin. Uit de telefonische toelichting op het verzoek van de GI blijkt echter dat de vader, onder invloed van alcohol, [de minderjarige] in het weekend heeft bedreigd hem met een mes te zullen (neer)steken. De moeder heeft de politie gebeld, maar de vader weigerde de woning te verlaten. De moeder is toen met [de minderjarige] , en zijn broertje en zusje, vertrokken naar haar ouders en vervolgens naar een hotel. De vader heeft zich na twee dagen aangemeld bij een kliniek voor een detoxbehandeling en de moeder verblijft nu met alle drie kinderen weer in de woning. De vader heeft echter meerdere malen aangegeven de kliniek te zullen verlaten. De moeder heeft aangegeven de vader niet te zullen toelaten tot de woning, zolang hij zijn behandeling niet heeft afgerond. De GI heeft echter zorgen dat de moeder onvoldoende weerbaar is tegen de vader als hij voor de deur staat. Het risico dat de situatie dan opnieuw escaleert, is zeer groot. De kinderrechter is van oordeel dat op basis van de door de GI verstrekte informatie een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing per direct noodzakelijk is in het belang van [de minderjarige] . Gezien de labiele toestand van de vader is de kinderrechter van oordeel dat [de minderjarige] niet langer kan verblijven bij zijn ouders. [de minderjarige] en de ouders staan achter het verzoek. Uit het verzoek blijkt dat het dringend en onverwijld noodzakelijk is dat [de minderjarige] met spoed uit huis wordt geplaatst. Het verhoor van de belanghebbenden kan niet worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige] . De GI en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven op de hierna genoemde zitting. In afwachting van deze zitting zal de machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van vier weken worden verleend. Verdere beslissingen op het verzoekschrift zal de kinderrechter pas nemen nadat de zitting heeft plaatsgevonden. De beslissing De kinderrechter: verleent de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder, met ingang van 14 januari 2025 voor de duur van vier weken; verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; houdt het verzoek voor het overige aan; bepaalt dat de verzoeker, [de minderjarige] en de overige belanghebbenden zullen worden gehoord ter zitting van [zittingsdatum] , welke zitting wordt gehouden in het gerechtsgebouw De Appelaar, Simon de Vrieshof 1 te Haarlem. Deze beschikking is mondeling gegeven door mr. A.R.A.R. Sitaldin, kinderrechter, op 14 januari 2025 en schriftelijk vastgelegd en ondertekend door mr. J. van Beek, kinderrechter, op 15 januari 2025 in tegenwoordigheid van E. van Graafeijland als griffier. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofAmsterdam. 1