RECHTBANK Noord-Holland Civiel recht Zittingsplaats Haarlem Zaaknummer: C/15/363987 / KG ZA 25-195 Vonnis in kort geding van 3 juni 2025 in de zaak van [de man] , te [plaats] , eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, hierna te noemen: de man, advocaat: mr. P.J. van de Pol, tegen [de vrouw] , te [plaats] , gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, hierna te noemen: de vrouw, advocaat: B. Eijgelsheim. De zaak in het kort Na verbreking van de relatie is de vrouw, eerst alleen met het zoontje van partijen (waarover zij alleen het gezag heeft) en daarna ook met medeneming van de dochter van partijen (waarover partijen gezamenlijk gezag hebben), ruim 100 km van de gezamenlijke woning gaan wonen. De man vordert dat de vrouw terugverhuist binnen een straal van 15 km van de eerdere woonplaats of anders dat de kinderen aan hem worden toevertrouwd. De vrouw heeft hiertegen verweer gevoerd en vordert dat de kinderen voorlopig aan haar worden toevertrouwd en een beperkte zorgregeling met de man wordt vastgesteld onder begeleiding van een derde. De vrouw wil dat Veilig Thuis eerst onderzoek doet. De voorzieningenrechter acht het niet wenselijk om in afwachting van het onderzoek door Veilig Thuis in de feitelijke woonsituatie in te grijpen en wijst daarom de vorderingen van de vader af. Wel wordt een tijdelijke omgangs- en zorgregeling vastgesteld, zodat de man weer contact kan hebben met zijn kinderen. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties- de conclusie van antwoord, tevens houdende eis in reconventie met producties - aanvullende productie 3 van de man- de mondelinge behandeling van 20 mei 2025, waarbij mr. Van de Pol spreekaantekeningen heeft overgelegd en de griffier voor het overige aantekeningen heeft gemaakt. 1.
- Tot slot is er een datum voor vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- Partijen hebben een affectieve relatie gehad en hebben een aantal jaar samengewoond in de woning aan [adres] (hierna: de woning). 2.
- Partijen hebben samen twee minderjarige kinderen (hierna samen: de kinderen): [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] (hierna: [de minderjarige 1] ) [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] (hierna: [de minderjarige 2] ). 2.
- De man heeft de kinderen erkend. Partijen hebben samen het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] . De vrouw oefent het gezag over [de minderjarige 2] alleen uit. 2.
- De vrouw heeft de relatie met de man in februari 2025 verbroken. Zij hebben vervolgens overleg gehad over een zorgregeling voor de kinderen. Vier weken hebben partijen aan bird nesting gedaan, waarbij de kinderen in de woning bleven en partijen daar om en om verbleven. 2.
- Op 26 februari 2025 is de vrouw met [de minderjarige 2] naar haar ouders in [plaats] vertrokken. Een paar weken later is zij samen met [de minderjarige 2] naar een eigen huurwoning in [plaats] verhuisd. 2.
- [de minderjarige 1] is met de man in de woning blijven wonen, zodat zij naar haar basisschool en BSO in [plaats] kon blijven gaan. In het weekend verbleef zij bij de vrouw in [plaats] . In deze periode heeft de man op onregelmatige basis contact gehad met [de minderjarige 2] . 2.
- Na het weekend van 5 en 6 april 2025 heeft de vrouw aan de man te kennen gegeven [de minderjarige 1] voorlopig bij zich te houden omdat zij zich zorgen over haar maakte en daarom de omgang van de man met de kinderen tijdelijk stopzette. [de minderjarige 1] is sindsdien ook niet meer naar school gegaan. 2.
- De advocaat van de man heeft bij brief van 7 april 2025 aan de vrouw bericht een kort geding om een zorgregeling te starten. 2.
- De vrouw heeft op 8 april 2025 een melding gedaan bij Veilig Thuis. De man heeft op zijn beurt ook een melding gedaan bij Veilig Thuis vanwege het onttrekken van [de minderjarige 1] aan zijn gezag, schoolverzuim van [de minderjarige 1] en hij door toedoen van de vrouw geen contact meer heeft met zijn kinderen. De onderzoeken van Veilig Thuis lopen nog. 3Het geschil in conventie 3.
- De man vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. de vrouw verbiedt om met de kinderen te verhuizen buiten een straal van 15 kilometer van [plaats] , II. de vrouw gebiedt om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis met de kinderen terug te verhuizen naar de regio [regio] en als de vrouw niet aan dit gebod voldoet te bepalen dat zij de kinderen aan de man afgeeft en zij aan hem worden toevertrouwd, III. een dwangsom verbindt aan de vorderingen onder I en II, IV. de vrouw veroordeelt in de proceskosten, V. zulks op verbeurte van een direct opeisbare en niet voor matiging vatbare dwangsom van € 250 althans een door de voorzieningenrechter in goede rechtspraak te bepalen dwangsom per overtreding per dag, waarbij een gedeelte van een dag voor een dag wordt gerekend, waarbij het eerste contact dient plaats te vinden het eerste weekend na betekening van het in deze te wijzen vonnis. 3.
- De man legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat partijen het gezag over [de minderjarige 1] delen. De vrouw heeft [de minderjarige 1] desondanks zonder zijn toestemming na een weekendbezoek bij zich gehouden en zo afgehouden van haar vader, school, vrienden en buitenschoolse activiteiten. Per abuis hadden partijen eerder niet ook het gezamenlijk gezag voor [de minderjarige 2] geregeld en daarvan maakt de vrouw nu misbruik door zich op het standpunt te stellen dat de man over [de minderjarige 2] niets te zeggen heeft. De vrouw heeft een drugsverleden en heeft nog altijd schulden. De vader van de vrouw heeft een alcoholverslaving en de moeder van de vrouw rookt veel. Verder zou de vrouw verteld hebben dat in het verleden bij haar thuis sprake is geweest van (seksueel) kindermishandeling en de man kan dan ook niet begrijpen dat de vrouw de kinderen heeft meegenomen naar haar ouders in [plaats] . De vrouw moet daarom onmiddellijk met de kinderen terugverhuizen naar de regio [regio] , aldus de man. 3.
- De vrouw voert verweer. Zij betwist dat de vorderingen van de man zich lenen voor behandeling in kort en geding en sprake is van een spoedeisend belang. De vrouw verzet zich tegen een verplichte terug-verhuizing en voert aan zich in de nabijheid van de man niet veilig te voelen. Zij heeft het eenhoofdig gezag over [de minderjarige 2] en [de minderjarige 2] kan dan ook momenteel in ieder geval niet aan de man worden toevertrouwd. De vrouw voert aan dat zij steeds in het belang van de kinderen heeft gehandeld en omgang met de man niet frustreert. Partijen zouden er naar toe werken dat de kinderen samen met de vrouw naar [plaats] zouden gaan en voor wat betreft de omgang goede afspraken zouden worden gemaakt. Het was de bedoeling [de minderjarige 1] haar schooljaar in [plaats] af te laten maken, maar naar aanleiding van zorgelijke verhalen en gedragingen van [de minderjarige 1] en de weigering van de man om haar door een kinderpsycholoog te laten onderzoeken, is bij de vrouw het vermoeden gerezen dat de situatie voor [de minderjarige 1] niet langer veilig is. Na overleg met Veilig Thuis heeft de vrouw besloten [de minderjarige 1] bij zich te houden en de omgang met de man tijdelijk stop te zetten. 3.
- De voorzieningenrechter zal hierna nader ingaan op de stellingen van partijen, voor zover van belang. in reconventie 3.
- De vrouw vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad: A. bepaalt dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen voorlopig - althans in ieder geval voor de duur van de bodemprocedure - bij de vrouw zal zijn, althans dat de kinderen voorlopig aan haar worden toevertrouwd, bepaalt dat er een voorlopige zorgregeling wordt vastgesteld waarbij de kinderen eens per week, dag in onderling overleg af te stemmen, en onder begeleiding van een derde contact hebben met de man, althans een voorlopige zorgregeling vast te stellen zoals de voorzieningenrechter juist acht. 3.
- De vrouw legt aan haar vorderingen ten grondslag dat de man haar jarenlang psychisch en fysiek heeft mishandeld en haar sinds het verbreken van de relatie stalkt en bedreigt. Sinds de vrouw de woning samen met [de minderjarige 2] heeft verlaten, was [de minderjarige 1] constant erg vermoeid en psychisch niet zichzelf. Op school bleek [de minderjarige 1] andere kinderen te schoppen en te slaan. Sinds [de minderjarige 1] bij de vrouw verblijft is zij rustiger. De vrouw heeft schoolwerk voor [de minderjarige 1] geregeld en heeft contact met de leerplicht. Volgens de vrouw is het in het belang van de veiligheid van de kinderen dat ze voorlopig aan haar worden toevertrouwd en de man onder begeleiding van een derde contact met de kinderen kan hebben. De vrouw wenst dat het onderzoek naar de uitlatingen van [de minderjarige 1] wordt afgerond zodat duidelijk wordt wat er is gebeurd. De vrouw is voornemens een bodemprocedure te starten waarin zij formeel toestemming voor de verhuizing zal vragen. Voor de duur van de bodemprocedure kan een voorlopige zorgregeling worden vastgesteld waarbij de veiligheid van de kinderen voorop staat, aldus de vrouw. 3.
- De man voert verweer. Volgens de man probeert de vrouw via het in echtscheidingssituaties nieuwe fenomeen van ‘intiem terreur’ de kinderen bij haar in [plaats] te houden. De man betwist alle aantijgingen in dat verband. De dag na de brief van 7 april 2025 waarin het kort geding om een zorgregeling werd aangekondigd, heeft de vrouw een vermoeden van kindermishandeling bij Veilig Thuis gemeld. Het is een valse beschuldiging. De vrouw beoogt met haar melding alleen het geschil over de woonplaats van de kinderen en de zorgregeling te beïnvloeden, aldus de man. 3.
- De voorzieningenrechter zal hierna nader ingaan op de stellingen van partijen, voor zover van belang. 4De beoordeling 4.
- De vorderingen in conventie en in reconventie lenen zich voor een gezamenlijke beoordeling. Spoedeisend belang 4.
- De voorzieningenrechter is van oordeel dat de man, anders dan de vrouw betoogt, gelet op de aard van zijn vorderingen en omdat hij de kinderen al geruime tijd niet heeft gezien, een voldoende spoedeisend belang bij zijn vorderingen heeft. Het (niet betwiste) spoedeisend belang aan de kant van de vrouw ligt eveneens in de aard van de vorderingen besloten. Geen gebod om terug te verhuizen 4.
- De voorzieningenrechter stelt voorop dat het de vrouw vrij staat om te gaan, staan en verblijven waar zij wil. Dat geldt echter niet onverkort voor de keuze van het verblijf van de kinderen. Omdat partijen samen het gezag over [de minderjarige 1] hebben, moeten zij hierover samen beslissingen nemen. Als partijen het niet eens worden over een verhuizing, kan de rechter hierover beslissen en een zodanige regeling vaststellen als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt. Ook bij eenhoofdig gezag zoals bij [de minderjarige 2] kan de rechter de keuzevrijheid van de met het gezag belaste ouder ten aanzien van de woonplaats van het kind beperken, als deze ouder niet voldoet aan de verplichting de omgang tussen het kind en de andere ouder te bevorderen. De rechter is in zo’n geval gehouden alle in het gegeven geval gepaste maatregelen te nemen om de met het gezag belaste ouder ertoe te bewegen alsnog medewerking te verlenen aan omgang tussen het kind en de andere ouder. Een verbod aan de met het gezag belaste ouder om te verhuizen, dan wel een bevel aan deze om terug te verhuizen, kan een passende maatregel zijn. 4.
- De vrouw voert aan dat er sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor het terugverhuizen met de kinderen in de gegeven omstandigheden niet van haar kan worden gevergd. De vrouw stelt dat de man haar na het verbreken van de relatie heeft gevolgd, afgeluisterd en bedreigd en zij vreest dat wanneer zij weer bij hem in de buurt gaat wonen, zij niet veilig zal zijn. De vrouw heeft nu een eigen woning in haar geboorteplaats [plaats] , de plaats waar zij tot na de geboorte met [de minderjarige 1] heeft gewoond, een voor haar veilige en vertrouwde omgeving, met haar ouders in de buurt. Zodra de man daartoe toestemming geeft, kan [de minderjarige 1] ook naar school in [plaats] . Het door de man gevorderde alternatief, dat de kinderen aan de man worden toevertrouwd, kan volgens haar niet aan de orde zijn, want de vrouw vreest dat dan een voor [de minderjarige 1] mogelijk onveilige situatie herleeft. [de minderjarige 1] heeft haar namelijk verteld over handelingen die de man in bed en na het douchen bij haar heeft verricht en dingen die hij heeft gezegd, die duiden op onwenselijke (seksuele) gedragingen. Dat was ook de reden van de melding bij Veilig Thuis, aldus de vrouw. 4.
- De voorzieningenrechter stelt vast dat de vrouw met de verhuizing de man voor een voldongen feit heeft geplaatst. Alhoewel belangrijke beslissingen, zoals over waar [de minderjarige 1] woont, in onderling overleg en met toestemming van beide ouders moeten worden genomen, kan de voorzieningenrechter in de gegeven situatie niet voorbij gaan aan de door de vrouw gestelde zorgen over [de minderjarige 1] . De voorzieningenrechter kan in het kader van dit kort geding niet vaststellen of hetgeen [de minderjarige 1] volgens de vrouw aan haar heeft verteld, ook daadwerkelijk is gebeurd en een kort gedingprocedure leent zich naar zijn aard niet voor nadere bewijslevering. Dat de vrouw een dag na de brief waarin het onderhavige kort geding werd aangekondigd de melding bij Veilig Thuis heeft gedaan, betekent op zichzelf nog niet dat het door haar gestelde vermoeden ongefundeerd is. 4.
- Gezien de aard van melding acht de voorzieningenrechter het van belang dat Veilig Thuis eerst onderzoek verricht. De man heeft ter zitting verklaard dat hij ook wil dat Veilig Thuis uitgebreid onderzoek doet, omdat een onderzoek hem zal vrijpleiten. De man is daarom bereid aan het onderzoek door Veilig Thuis mee te werken. Veilig Thuis zal naar verwachting enige tijd nodig hebben om het onderzoek af te ronden en rapport uit te brengen. In afwachting van dit rapport acht de voorzieningenrechter het niet wenselijk om nu, vooruitlopend op een beslissing op het verzoek tot vaststelling van de hoofdverblijfplaats en zorgregeling (hierna: de bodemprocedure) waarvan de advocaat van de vrouw tijdens de mondelinge behandeling heeft toegezegd dat dit verzoek in de week van 26 mei 2025 zal zijn ingediend, met betrekking tot de verblijfplaats van de kinderen in de huidige situatie in te grijpen. 4.
- De voorzieningenrechter neemt daarbij mede in overweging dat het gelet op de krapte van de woningmarkt zeer de vraag is of de vrouw op korte termijn vervangende woonruimte in de regio [regio] zal kunnen vinden en een terug-verhuizing voor het einde van het schooljaar dan ook niet haalbaar lijkt. Bovendien is de keuze van de vrouw voor [plaats] niet willekeurig; de vrouw komt uit [plaats] en heeft daar nog tot na de geboorte van [de minderjarige 1] gewoond. De vrouw heeft in [plaats] een eigen netwerk en zij heeft inmiddels een eigen woning in een omgeving die de kinderen ook bekend is. 4.
- Alle omstandigheden in aanmerking nemend acht de voorzieningenrechter het daarom niet in het belang van de kinderen om thans een voorlopige voorziening te treffen waarbij opnieuw wordt ingegrepen in de verblijfplaats van de kinderen. Dit betekent dat de voorzieningenrechter de huidige situatie voorlopig in stand zal laten en daartoe de kinderen aan de vrouw zal toevertrouwen. De reconventionele vordering onder A van de vrouw zal in zoverre worden toegewezen en de vorderingen van de man worden afgewezen. Tijdelijke zorg-/ omgangsregeling 4.
- De voorzieningenrechter vindt het van groot belang dat het contact tussen de man en de kinderen wel zo spoedig mogelijk weer wordt hervat. De kinderen hebben nu al geruime tijd geen contact met de man en zij verdienen regelmatig contact met hun beide ouders. De vrouw heeft dit belang onderschreven en heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard het contact tussen de man en de kinderen niet te willen belemmeren. 4.
- Voor een tijdelijke zorg-/ omgangsregeling zal de voorzieningenrechter aansluiten bij het voorstel van de vrouw van een dag per week, overdag. De voorzieningenrechter zal de minimale duur vaststellen op acht uur, de precieze dag en tijd in onderling overleg tussen partijen af te stemmen. Omdat de vrouw tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard dat heen en weer rijden voor haar geen probleem is, en zij ook in de buurt van [plaats] werkt, zal de voorzieningenrechter bepalen dat de vrouw de kinderen naar de woning zal brengen en ophalen, tenzij partijen anders afspreken. 4.
- Anders dan de vrouw heeft gevorderd, zal de voorzieningenrechter aan de zorg-/ omgangsregeling niet de voorwaarde verbinden dat dit onder begeleiding moet plaatsvinden. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is daarvoor op dit moment, gezien de invulling van het contact zonder overnachting, onvoldoende grond. Immers de door de vrouw gestelde signalen voor mogelijke seksuele handelingen (zoals het afdrogen van de schaamstreek na het douchen en samen met de man in één bed slapen) zijn bij contact overdag niet aan de orde. Daarnaast heeft de vrouw nog de vrees geuit dat de man en/of zijn familie negatieve opmerkingen over haar zullen maken tegenover de kinderen, maar daar is vooralsnog onvoldoende van gebleken om begeleide omgang te rechtvaardigen. De voorzieningenrechter wil wel benadrukken dat mede in het belang van de veiligheid van de kinderen de man, maar ook de vrouw, zich zal moeten onthouden van negatieve teksten over de ander. 4.
- De voorlopige zorg-/ omgangsregeling zoals omschreven in alinea 4.10 zal gelden totdat tussen partijen anders zal zijn beslist of partijen in onderling overleg tot andere afspraken komen. De voorzieningenrechter gaat er daarbij vanuit dat mocht het rapport van Veilig Thuis daartoe aanleiding geven, partijen (al dan niet onder begeleiding van het wijkteam, Centrum voor Jeugd en Gezin of een andere professionele derde) in overleg treden over aanpassing van de voorlopige zorgregeling. Proceskosten in conventie en in reconventie 4.
- Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten in conventie en in reconventie tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 5De beslissing De voorzieningenrechter in conventie 5.
- wijst de vorderingen van de man af, 5.
- compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, in reconventie 5.
- vertrouwt de kinderen: [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] , voorlopig toe aan de vrouw, 5.
- bepaalt dat de man voorlopig gerechtigd is om de kinderen iedere week één dag gedurende acht uren (overdag) bij zich te hebben, waarbij de vrouw de kinderen naar de woning zal brengen en ophalen, zoals omschreven in alinea 4.10 van dit vonnis, 5.
- compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, 5.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 5.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Pott Hofstede en in het openbaar uitgesproken op 3 juni
- 1680 artikel 1:253a Burgerlijk Wetboek (BW) artikel 1:247 lid 3 BW vergelijk arrest Hoge Raad van 15 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1513 artikel 4.1.
- lid 1 en lid 2 Uitvoeringsbesluit Wmo 2015