RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknummer : 11273425 \ WM VERZ 24-1237 CJIB-nummer : ['nummer'] Uitspraakdatum : 17 januari 2025 Uitspraak op een beroep tegen een boete op grond van de Wet administratief- rechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [betrokkene] woonplaats : [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene). De verkeersboete en het beroep Aan betrokkene is een boete opgelegd voor een verkeersovertreding. Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de boete. Het beroep is behandeld op de zitting van 21 januari
- Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. Er is op de zitting uitspraak gedaan. De beoordeling De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder de doorgetrokken streep overschrijden (verkeer in beide richtingen) In het door de officier van justitie toegezonden zaakoverzicht is de volgende toelichting van de verbalisant vermeld: “Het betrof een duidelijk zichtbare dubbele doorgetrokken streep. Ik zag dat betrokkene deze streep van rechts naar links overschreed. Betrokkene overschreed de doorgetrokken streep met het volledig voertuig. Betrokkene haalde 3 voertuig(en) in.” De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt met betrekking tot de opgelegde boete te handhaven. Daarnaast stelt de vertegenwoordiger van de officier van justitie dat de betrokkene had moeten worden gehoord en dat dit niet is gebeurd en dat de redelijke termijn van berechting is overschreden, zodat de boete twee maal dient te worden gematigd met 25%. De kantonrechter oordeelt dat de boete terecht is opgelegd. In het dossier bevindt zich een verklaring van de verbalisant. Uit die verklaring blijkt voldoende dat de overtreding waarvoor de boete is opgelegd, is begaan. Betrokkene heeft geen feiten of omstandigheden aan- gevoerd die aanleiding geven om daaraan te twijfelen. Een enkele ontkenning is niet voldoende. De kantonrechter volgt het standpunt van de officier van justitie dat de hoorplicht is geschonden en dat de redelijke termijn van berechting is overschreden en ziet, met verwijzing naar de genoemde uitspraken van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, aanleiding om de boete tweemaal met 25% te matigen. Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd zal worden gewijzigd. De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing; ‒ verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd gedeeltelijk gegrond en wijzigt die beschikking, in die zin dat de boete wordt gematigd tot een bedrag van € 140,63 (met handhaving van de administratiekosten); ‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt. Deze uitspraak is gedaan door mr. F.J. Lourens, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 Wahv hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,
- Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending: Vgl. de uitspraken van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 november 2022 en 28 juli 2023, te vinden op www.rechtspraak.nl met zoekterm ECLI:NL:GHARL:2022:9934 en ECLI:NL:GHARL:2023:6369.