RECHTBANK NOORD-HOLLAND Familie- en Jeugdrecht Locatie Alkmaar Zaaknummer: C/15/359721 / JU RK 24-1819 Datum uitspraak: 27 januari 2025 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering gevestigd te Velserbroek, hierna te noemen: de GI, over [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] , hierna te noemen: [de minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende op een onbekend adres in [land] , [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [plaats] . 1Het verloop van de procedure 1.
- De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 5 december
- 1.
- De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 14 januari
- Daarbij waren aanwezig: - de vader, bijgestaan door een tolk in de taal [taal] ; - [vertegenwoordiger van de GI] , namens de GI. 1.
- De moeder is -zonder afbericht- niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat zij juist is opgeroepen. 1.
- De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover voorafgaand aan de zitting een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld. 2De feiten 2.
- Voor zover de kinderrechter dat uit de beschikbare stukken kan afleiden zijn de ouders gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] . 2.
- De kinderrechter heeft bij beschikking van 31 januari 2024 [de minderjarige] onder toezicht gesteld tot 31 januari
- 2.
- De kinderrechter heeft bij beschikking van 17 juni 2024 een machtiging verleend [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie jeugdhulpaanbieder tot 31 januari
- 2.
- [de minderjarige] verblijft op basis van voornoemde machtiging uithuisplaatsing bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] in [plaats] . 3Het verzoek 3.
- De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar (de kinderrechter begrijpt: tot meerderjarigheid). Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen tot meerderjarigheid. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.
- Ter onderbouwing van de verzoeken heeft de GI schriftelijk het volgende naar voren gebracht. [de minderjarige] wordt nog steeds ernstig in zijn ontwikkeling bedreigd. [de minderjarige] is geen onderdeel van het gezin van zijn vader en stiefmoeder en hij is veelal op zichzelf aangewezen. De vader en moeder hebben geen ouderlijk toezicht en zijn niet actief betrokken in het leven van [de minderjarige] . [de minderjarige] woont sinds juni 2024 bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] . Ondanks dat [de minderjarige] het afgelopen jaar een goede ontwikkeling heeft doorgemaakt, zijn de doelen nog niet behaald. [de minderjarige] heeft met behulp van de jongerencoach vanuit [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] een bijbaan geregeld. Ook gaat [de minderjarige] naar de taalklas en hij hoopt door te stromen naar een beroepsopleiding. De komende periode zal [de minderjarige] nog moeten werken aan de doelen om uiteindelijk zelfstandig te kunnen wonen in de toekomst. De GI ziet dat [de minderjarige] nog veel sturing nodig heeft om zelfstandige zaken zelf op te pakken. Zo heeft [de minderjarige] sturing nodig bij het douchen, huishouden en regelzaken buiten de deur met school en bezoeken aan de tandarts en huisarts. 3.
- In aanvulling op het voorgaande heeft de GI op de zitting naar voren gebracht dat [de minderjarige] een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. De situatie van [de minderjarige] is op dit moment stabiel en dit wil de GI waarborgen totdat [de minderjarige] achttien jaar wordt. De GI wil daarom nu niet het risico nemen om naar het vrijwillig kader te gaan. De GI wil graag zorgen voor een warme overdracht naar de gemeente en [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] als [de minderjarige] achttien jaar wordt.
- De standpunten Het standpunt van de vader 4.
- De vader heeft ter zitting naar voren gebracht dat hij achter het verzoek van de GI staat. Hij is tevreden dat [de minderjarige] bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] aan zijn zelfstandigheid en toekomst kan werken. Het standpunt van de moeder 4.
- Het standpunt van de moeder is onbekend gebleven. 5De mening van de minderjarige 5.
- [de minderjarige] heeft aan de kinderrechter verteld dat het goed met hem gaat. Hij heeft het erg naar zin in zijn eigen appartement bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] . [de minderjarige] geeft aan dat hij naar school gaat en dat hij op zoek is naar een baan. [de minderjarige] staat achter het verzoek van de GI om de ondertoezichtstelling te verlengen en de machtiging uithuisplaatsing te verlengen. 6De beoordeling Rechtsmacht en toepasselijk recht 6.
- Door de omstandigheid dat [de minderjarige] en de ouders de Afghaanse nationaliteit hebben en de moeder in [land] woont, draagt de onderhavige zaak een internationaal karakter. Gelet hierop dient eerst de vraag te worden beantwoord of de Nederlandse rechter in deze zaak rechtsmacht toekomt. Aangezien de gewone verblijfplaats van [de minderjarige] in Nederland is, komt de Nederlandse rechter op grond van artikel 10:113 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) en artikel 7 van de Verordening Brussel II-ter rechtsmacht toe om dit verzoek te behandelen. 6.
- Vervolgens is de vraag aan de orde welk recht van toepassing is. Op grond van artikel 15 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 is het Nederlands recht van toepassing op het verzoek. Ondertoezichtstelling 6.
- De kinderrechter is op basis van de stukken en de mondelinge behandeling van oordeel dat is voldaan aan de grond voor de ondertoezichtstelling bedoeld in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). 6.
- De kinderrechter stelt vast dat [de minderjarige] de afgelopen periode een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. [de minderjarige] zet bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] positieve stappen en hij komt aan ontwikkeling toe. De kinderrechter vindt het positief dat [de minderjarige] met zijn studie een passende dagbesteding heeft en dat hij op zoek is naar een bijbaan. [de minderjarige] krijgt bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] de juiste hulp die hij nodig heeft om toe te groeien naar zelfstandigheid. Gezien de naderende meerderjarigheid van [de minderjarige] dient de komende periode benut te worden om de positieve ontwikkeling van [de minderjarige] te monitoren. Ook kan de GI zorgen voor een warme overdracht naar de hulpverlening in het vrijwillige kader en daarmee de ondertoezichtstelling goed afsluiten. Gelet op het voorgaande acht de kinderrechter het noodzakelijk dat de GI betrokken blijft tot aan de meerderjarigheid van [de minderjarige] . 6.
- De kinderrechter verlengt daarom de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot [datum] . 6.
- De kinderrechter is tevens van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. Om zijn positieve ontwikkeling te kunnen voortzetten is het de komende periode belangrijk dat [de minderjarige] op een rustige en stabiele plek verblijft waar hij de juiste begeleiding en hulpverlening krijgt om zich zelfstandig te ontwikkelen. Deze plek heeft [de minderjarige] op dit moment bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] en daarom is het belangrijk dat dit gewaarborgd blijft. De kinderrechter acht het van belang dat de GI zorgdraagt voor het continueren van de woonplek van [de minderjarige] na zijn achttiende. 6.
- De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 7De beslissing De kinderrechter: 7.
- verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ( [land] ), tot [datum] ; 7.
- verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ( [land] ) in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot [datum] ; 7.
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2025 door mr. M.M. van Weely, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. P.M. van der Linden als griffier, en op schrift gesteld op 6 februari
- Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Amsterdam. Artikel 1:260, eerste lid, BW. Artikel 1:265c, tweede lid, BW.