← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:12017

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknummer : 11127285 \ WM VERZ 24-763 CJIB-nummer : ['nummer'] Uitspraakdatum : 22 januari 2025 Uitspraak op een beroep tegen een boete op grond van de Wet administratief- rechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [betrokkene] woonplaats : [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene). De verkeersboete en het beroep Aan betrokkene is een boete opgelegd voor een verkeersovertreding. Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de boete. Het beroep is behandeld op de zitting van 22 januari

  1. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is samen met zijn vader verschenen. Er is op de zitting uitspraak gedaan. De beoordeling De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld dat het niet gelukt is om een aanvullend proces-verbaal op te vragen en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep gegrond te verklaren. De kantonrechter volgt het voorstel van de officier van justitie. In WAHV-zaken biedt de verklaring van een verbalisant op ambtseed of belofte voldoende grondslag voor de vaststelling van het plegen van de gedraging door betrokkene. Dit is alleen anders indien betrokkene ten aanzien van deze gedraging voldoende specifieke feiten en omstandigheden aanvoert die aanleiding geven voor twijfel aan de juistheid van één of meer onderdelen van voornoemde verklaring van de verbalisant. De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Gelet op het van meet af aan gevoerde verweer van betrokkene met specifiek aangevoerde omstandigheden, was een nadere toelichting van de verbalisant op zijn plaats geweest. Nu deze niet voorhanden is, kan naar het oordeel van de kantonrechter niet met zekerheid worden gesteld dat de gedraging is begaan. Betrokkene krijgt het voordeel van de twijfel. Nu de gedraging niet vaststaat, is de boete ten onrechte opgelegd. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van officier van justitie zullen worden vernietigd. De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing; ‒ verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd gegrond en vernietigt die beschikking; ‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt. Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 Wahv hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,
  2. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.