RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknummer : 11273444 \ WM VERZ 24-1245 CJIB-nummer : ['nummer'] Uitspraakdatum : 22 januari 2025 Uitspraak op een beroep tegen een boete op grond van de Wet administratief- rechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [betrokkene] woonplaats : [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene). De verkeersboete en het beroep Aan betrokkene is een boete opgelegd voor een verkeersovertreding. Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de boete. Het beroep is behandeld op de zitting van 22 januari
- Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is samen met zijn echtgenote en dochter/getuige Y.M. van Raamsdonk verschenen. Er is op de zitting uitspraak gedaan. De beoordeling Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat hij zijn dochter aan het verhuizen was en spullen moest laden en lossen. Betrokkene is daarbij uitgegaan van de informatie op de website van de gemeente Alkmaar met betrekking tot de laad- en lostijden voor de binnenstad. Betrokkene heeft te goeder trouw gehandeld en is om 10.22 uur de geslotenverklaring ingereden in de veronderstelling dat dit was toegestaan. De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Uit het algemeen proces-verbaal blijkt dat er geen laad- en lostijden zijn voor de Heul. Betrokkene had de binnenstad dus niet mogen betreden met zijn voertuig. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd echter wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat uit de stukken in het dossier en uit de verklaring van de verbalisant niet blijkt per wanneer de informatie op de website van de gemeente Alkmaar is teruggezet naar geen laad- en lostijden. Het is dus niet duidelijk geworden wat hierover ten tijde van de gedraging op de website stond vermeld. Daarnaast heeft de dochter van betrokkene te horen gekregen van de gemeente dat het was toegestaan om de geslotenverklaring te passeren op het tijdstip van de gedraging. Er kan daarom sprake zijn geweest van tegenstrijdige informatie. Betrokkene krijgt het voordeel van de twijfel, zodat de boete zal worden gematigd tot nihil. Het beroep is gelet op de matiging gegrond. De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing; ‒ verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd gegrond en wijzigt die beschikking, in die zin dat de boete wordt gematigd tot nihil; ‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt. Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 Wahv hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,
- Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending: