← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:12283

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Haarlem Zaaknummer: 11439403 \ CV EXPL 24-8612 Vonnis van 17 september 2025 in de zaak van [eiser] , handelend onder de naam [bedrijf], te [plaats 1], eisende partij, hierna te noemen: [eiser], gemachtigde: Facily LAW, tegen [gedaagde] , te [plaats 2], gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde], procederend in persoon. 1De verdere procedure 1.

  1. Bij tussenvonnis van 14 mei 2025 (hierna: het tussenvonnis) heeft de kantonrechter [eiser] in de gelegenheid gesteld zijn vordering nader toe te lichten, hetgeen hij bij akte van 9 juli 2025 heeft gedaan. [gedaagde] heeft, ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, niet meer gereageerd. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De verdere beoordeling 2.
  3. De kantonrechter blijft bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist. Er bestaat geen aanleiding om daarop terug te komen. 2.
  4. [eiser] stelt dat de overeenkomst mondeling is gesloten. Dat en hoe hij aan de precontractuele (en contractuele) informatieverplichtingen heeft voldaan, heeft hij niet nader toegelicht. De kantonrechter gaat er dan ook vanuit dat dit niet is gebeurd. Dat heeft echter geen gevolgen, gelet op het navolgende. 2.
  5. Ten aanzien van de toepasselijkheid van de door hem gehanteerde algemene voorwaarden heeft [eiser] uitsluitend gesteld dat de overeenkomst mondeling is gesloten, dat [gedaagde] de apparatuur in de bedrijfsruimte heeft opgehaald en dat de algemene voorwaarden daar hangen en op internet te vinden zijn. Gesteld noch gebleken is dat [eiser] bij het sluiten van de overeenkomst de algemene voorwaarden van toepassing heeft verklaard, zoals artikel 1 van de door hem gehanteerde algemene voorwaarden ook vereist. Evenmin is gesteld of gebleken dat [gedaagde] deze heeft aanvaard. Daarmee kan niet worden gezegd dat de algemene voorwaarden tussen partijen van toepassing zijn en kunnen deze dus ook niet dienen als grondslag voor de vordering. 2.
  6. Dat laat onverlet dat [gedaagde] gehouden was de gehuurde apparatuur aan [eiser] terug te geven. Die verplichting volgt immers uit de wet. Als de huurder aan die verplichting niet kan voldoen, is hij in beginsel schadevergoeding verschuldigd. Daarvoor is wel vereist dat het niet kunnen teruggeven van de gehuurde zaak aan de huurder toerekenbaar is . Als een gehuurde roerende zaak (zoals de apparatuur in kwestie) tijdens de huur wordt gestolen en de huurder valt in dit verband geen verwijt te maken, dan is het maar zeer de vraag of sprake is van toerekenbaarheid . [gedaagde] heeft aangevoerd dat de apparatuur werd gestolen toen iedereen lag te slapen en dat hij daar niets van heeft gemerkt. De kantonrechter vat dit betoog op als een beroep op het ontbreken van toerekenbaarheid. [eiser] heeft niet gesteld of toegelicht dat en waarom [gedaagde] de diefstal wel kan worden verweten. 2.
  7. Maar zelfs als wel zou komen vast te staan dat sprake is van toerekenbaarheid in de hiervoor bedoelde zin, geldt dat alleen de daadwerkelijk door [eiser] geleden schade zou kunnen worden toegewezen. Die schade moet gelijk worden gesteld aan de dagwaarde van de apparatuur, waarbij dus rekening is gehouden met de leeftijd en afschrijving daarvan. [eiser] heeft daarover niets gesteld. Hij heeft alleen toegelicht wat de nieuwwaarde van de apparatuur is, maar dat is hier niet aan de orde. 2.
  8. De conclusie is daarom dat de vordering wordt afgewezen. 2.
  9. [eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op: - verletkosten € 50,00 Totaal € 50,00 3De beslissing De kantonrechter 3.
  10. wijst de vorderingen van [eiser] af, 3.
  11. veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 50,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend. Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk en in het openbaar uitgesproken op 17 september
  12. De griffier De kantonrechter Artikel 7:224 van het Burgerlijk Wetboek Artikel 6:74 van het Burgerlijk Wetboek HR 24 oktober 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2469

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.