RECHTBANK NOORD-HOLLAND Familie- en Jeugdrecht Locatie Haarlem Zaaknummer: C/15/360276 / JU RK 24-1907 Datum uitspraak: 31 januari 2025 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers, hierna te noemen: de GI, gevestigd te Haarlem, over [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] , hierna te noemen: [de minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [plaats] , advocaat: mr. R. Bottenheft te Velsen-Zuid, [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [plaats] , advocaat: mr. M.S. Gerson te Amsterdam. 1Het verloop van de procedure 1.
- De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 18 december 2024, ontvangen op 19 december 2024; de ter zitting overgelegde pleitnota van de advocaat van de moeder. 1.
- De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 31 januari
- Daarbij waren aanwezig: - de moeder, bijgestaan door haar advocaat; - de vader, via een videoverbinding bijgestaan door zijn advocaat; - de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] en [vertegenwoordiger van de GI] . 1.
- De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar haar mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 2De feiten 2.
- De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] . 2.
- [de minderjarige] woont bij haar vader. 2.
- Bij beschikking van de kinderrechter van 2 mei 2024 is [de minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 2 augustus
- Tevens heeft de kinderrechter een spoedmachtiging verleend om [de minderjarige] uit huis te plaatsen bij de vader voor de duur van vier weken. Deze machtiging is vervolgens verlengd tot 2 augustus
- 2.
- Op 21 juni 2024 heeft de kinderrechter een spoedmachtiging verleend om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg, te weten bij de grootmoeder moederszijde, (danwel een accommodatie jeugdhulpaanbieder), welke machtiging vervolgens is verlengd tot 2 augustus
- 2.
- Bij beschikking van de kinderrechter van 5 augustus 2024 is [de minderjarige] opnieuw onder toezicht gesteld, welke ondertoezichtstelling vervolgens is verlengd en nu nog duurt tot 5 augustus
- Tevens heeft de kinderrechter een spoedmachtiging verleend om [de minderjarige] uit huis te plaatsen bij een accommodatie jeugdhulpaanbieder of een voorziening voor pleegzorg. Vervolgens heeft de kinderrechter bij beschikking van 13 augustus 2024 een machtiging verleend om [de minderjarige] uit huis te plaatsen bij de vader tot 5 februari
- 3Het verzoek 3.
- De GI heeft verzocht de machtiging om [de minderjarige] uit huis te plaatsen bij haar vader te verlengen met zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.
- De GI heeft het verzoek als volgt toegelicht. [de minderjarige] ervaart bij haar vader stabiliteit. Ook heeft ze daar contact met haar halfzusje en -broertje en stiefbroer en -zus. Ze zit ook bij haar halfzusje op school. Het dagelijkse contact met hen lijkt positief bij te dragen aan het welzijn van [de minderjarige] . [de minderjarige] vindt het fijn bij haar vader en wil graag bij hem blijven wonen. Sinds zij bij de vader woont, heeft zij bij de kindertherapeut geen suïcidale uitspraken meer gedaan. [de minderjarige] heeft op dit moment geen contact met haar moeder. De moeder heeft in het eerste gesprek met de GI aangegeven op dat moment geen fysiek contact te willen hebben met [de minderjarige] door de negatieve gevoelens die zij heeft ervaren over de manier waarop [de minderjarige] naar de vader is gegaan. De moeder is echter inmiddels voor onbepaalde tijd naar het buitenland vertrokken. Doordat de vader geen gezag heeft en er geen formeel besluit is over de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] , is er sprake van onzekerheid. Om de rust en stabiliteit van [de minderjarige] te waarborgen is een verlenging van de uithuisplaatsing bij de vader noodzakelijk. De komende periode zal het perspectief en de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] vastgesteld moeten worden, zodat er een langdurige en juridisch stabiele oplossing voor [de minderjarige] komt waarbij haar veiligheid en stabiliteit centraal staan. 3.
- De GI heeft hier ter zitting aan toegevoegd dat het voor de GI niet duidelijk was dat de moeder weer in Nederland is. De GI heeft recent een kennismakingsgesprek met oma (moederszijde) gehad, waar de moeder plotseling bij aanwezig was. De komende periode zal bekeken worden hoe het contact tussen [de minderjarige] en de moeder hersteld kan worden en de omgang vervolgens vormgegeven kan worden. Hetzelfde geldt voor het contact met oma. [de minderjarige] geeft stellig aan dat zij geen contact wil met haar moeder en oma. Gelet op de hectische periode die zij achter de rug heeft en de stabiliteit die zij inmiddels ervaart, wordt hierbij aangesloten bij de behoeften en het welzijn van [de minderjarige] . De moeder heeft bij de GI duidelijk aangegeven dat zij in [land] zou blijven en daar een woning zou zoeken. De GI heeft meermaals geprobeerd om met de moeder in gesprek te gaan, maar dat is niet gelukt. Ook in het recente gesprek met oma heeft de moeder aangegeven te twijfelen of zij in Nederland zou blijven. Vanwege het verblijf van de moeder in [land] is de omgang tussen [de minderjarige] en de moeder nog niet opgepakt. Ook nu de moeder aangeeft in Nederland te blijven zal de komende periode bekeken moeten worden of de positieve ontwikkeling van [de minderjarige] doorzet en wat haar perspectief dan is. 4De standpunten 4.
- Door en namens de moeder is ter zitting verzocht het verzoek tot verlenging van de uithuisplaatsing af te wijzen. De moeder wil het liefst dat [de minderjarige] weer bij haar komt wonen. De moeder is tien jaar lang in staat geweest [de minderjarige] op te voeden en is dat nog steeds. Een uithuisplaatsing is dan ook niet noodzakelijk. De moeder heeft de afgelopen maanden laten zien dat zij altijd bereikbaar is en heeft bereidheid getoond om mee te werken. Indien de GI terugplaatsing bij de moeder op dit moment een brug te ver vindt, vindt zij dat [de minderjarige] het beste op haar plek is op een neutrale plek onder begeleiding van professionals. Vanuit daar kan [de minderjarige] wel de hulp krijgen die zij nodig heeft en kan zij onbelast contact hebben met beide ouders. Dat is nu niet mogelijk. De moeder wordt vanaf augustus 2024 nergens meer van op de hoogte gehouden, zowel door de GI als de vader niet, terwijl zij het gezag over [de minderjarige] heeft. Ook mag zij van de GI geen contact met [de minderjarige] hebben. De GI heeft de afgelopen maanden niks ondernomen om het contact tussen de moeder en [de minderjarige] te herstellen en voert geen regie. Op deze manier kan [de minderjarige] niet zelf een beeld vormen van haar moeder en raakt zij verder verstrikt in een loyaliteitsconflict. De moeder betwist dat zij sinds de vorige zitting voor onbepaalde tijd naar het buitenland is vertrokken en dat zo heeft gecommuniceerd. Ze is naar [land] gegaan om haar hoofd leeg te maken, maar dit was slechts tijdelijk. Het doel moet dan ook nog steeds zijn dat [de minderjarige] wordt teruggeplaatst bij de moeder. Pas wanneer er contactherstel heeft plaatsgevonden kan gekeken worden naar het perspectief van [de minderjarige] , dat wat de moeder betreft nog steeds bij haar is. 4.
- Door en namens de vader is ter zitting aangegeven dat de vader achter het verzoek staat. Het is in het belang van [de minderjarige] dat zij bij de vader blijft wonen. Er was sprake van onveiligheid en er waren veel zorgen, dusdanig dat [de minderjarige] uitspraken deed dat zij niet meer wilde leven. Het gaat nu beter met [de minderjarige] . Ze slaapt beter, leert makkelijker en zit beter in haar vel. De moeder lijkt de problemen buiten zichzelf te leggen. Doordat de moeder wisselende uitspraken doet, ontstaat er ook veel onrust. De GI dient hierin meer de regie te nemen. De moeder is daarnaast nog steeds met dezelfde partner, die een risico voor de veiligheid van [de minderjarige] vormt. De vader staat open voor contactherstel van [de minderjarige] met de moeder, maar dit moet wel veilig zijn en met duidelijke regels. Als [de minderjarige] contact wil met haar moeder, zal de vader haar niet tegenhouden.
- De mening van de minderjarige 5.
- [de minderjarige] wil het liefst bij haar vader blijven wonen. Dat is haar grootste wens. Haar moeder heeft na afloop van de vorige zitting tegen [de minderjarige] gezegd dat ze haar niet meer zou zien, omdat ze in [land] bij haar oom en tante ging wonen. [de minderjarige] is daar nog steeds boos over en wil daarom geen contact met haar moeder. [de minderjarige] heeft haar oma (moederszijde) niet meer gezien, terwijl oma had gezegd dat ze langs zou komen. [de minderjarige] vindt dat jammer. 6De beoordeling 6.
- Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat de moeder niet in staat was [de minderjarige] een veilige en voorspelbare opvoedomgeving te bieden. Bij de vader lijkt [de minderjarige] wel veiligheid en stabiliteit te ervaren. Zij ontwikkelt zich goed en doet geen suïcidale uitspraken meer. Na de vorige zitting heeft de moeder aangegeven naar het buitenland te vertrekken. Of de moeder nu wel of niet bedoeld heeft dat dit voor onbepaalde tijd is, staat los van het gegeven dat de uitspraken van de moeder hierover voor boosheid en onzekerheid bij [de minderjarige] hebben gezorgd. [de minderjarige] wil om die reden op dit moment geen contact met de moeder. Ook bij de GI is onduidelijkheid ontstaan over het verblijf en de plannen van de moeder, waardoor de afgelopen periode niet gewerkt is aan contactherstel. De kinderrechter vindt het zorgelijk dat de moeder niet inziet wat haar uitspraken bij [de minderjarige] teweeg hebben gebracht en wat haar eigen aandeel in de situatie in het geheel is. Bovendien heeft de moeder nog altijd geen afstand genomen van haar partner, terwijl deze relatie eerder voor onveiligheid van [de minderjarige] heeft gezorgd. Ook vindt de kinderrechter het zorgelijk dat de moeder plaatsing in een neutraal pleeggezin beter voor [de minderjarige] vindt dan verblijf bij de vader, terwijl het beter gaat met [de minderjarige] en zij het bij de vader naar haar zin heeft. Het is in het belang van [de minderjarige] dat haar verblijf bij de vader wordt voortgezet. Verder is het van belang dat de GI de komende periode onderzoekt of, en zo ja op welke wijze, het contact tussen [de minderjarige] en de moeder hersteld kan worden. De kinderrechter merkt daarbij op dat emotionele toestemming van de moeder voor het verblijf van [de minderjarige] bij de vader mogelijk een opening zal kunnen bieden bij [de minderjarige] voor contactherstel. 6.
- Uit het voorgaande volgt dat de uithuisplaatsing van [de minderjarige] nog steeds noodzakelijk is in het belang van haar verzorging en opvoeding (artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek). De kinderrechter zal de machtiging om [de minderjarige] uit huis te plaatsen bij de vader (zonder gezag) dan ook verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 5 augustus
- 7De beslissing De kinderrechter: 7.
- verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] bij de vader tot 5 augustus 2025; 7.
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 31 januari 2025 door mr. J. van Beek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. A. Fröberg als griffier, en op schrift gesteld op 11 februari
- Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Amsterdam.