← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:12637

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknummer : 11264561 \ WM VERZ 24-1184 CJIB-nummer : ['nummer'] Uitspraakdatum : 22 januari 2025 Uitspraak op een beroep tegen een boete op grond van de Wet administratief- rechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [betrokkene] woonplaats : [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene). gemachtigde : [gemachtigde] De verkeersboete en het beroep Aan betrokkene is een boete opgelegd voor een verkeersovertreding. Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de boete. Het beroep is behandeld op de zitting van 22 januari

  1. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. De gemachtigde van betrokkene is samen met de moeder van betrokkene verschenen. Er is op de zitting uitspraak gedaan. De beoordeling In de toelichting van het zaakoverzicht heeft de verbalisant onder andere het volgende verklaard: “Ik, verbalisant, zag dat de bestuurder van een snorfiets vlak voor mijn dienstvoertuig overstak waardoor ik moest remmen op een aanrijding te voorkomen. Ik zag dat de bestuurder mij voorrang moest verlenen en dat dit duidelijk werd gemaakt door op het wegdek aangebrachte haaientanden. De snorfietser kwam voor mij van links op de rotonde Nieuweweg Doogersvaart. Verklaring betrokkene: ik zag jullie te laat en was met mijn voorwiel al over de haaientanden. Als ik geremd had dan hadden jullie mij misschien aangereden.” De kantonrechter overweegt als volgt. In WAHV-zaken biedt de verklaring van een verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling van de gedraging. Dit is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de verklaring van de verbalisant dan wel uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken. Betrokkene heeft onvoldoende feiten en/of omstandigheden aangevoerd die ertoe aanleiding geven te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Een enkele ontkenning is niet voldoende. Bovendien heeft betrokkene bij de staandehouding verklaard dat hij de politie te laat zag. De gedraging is dus verricht. Betrokkene voert verder aan dat de officier van justitie ver buiten de termijn een beslissing heeft genomen. Dat klopt, maar dat heeft in dit geval geen gevolgen. Als niet tijdig op een aanvraag wordt beschikt, verbeurt het bestuursorgaan een dwangsom voor elke dag dat het in gebreke is. Dat betekent dat het bestuursorgaan schriftelijk in gebreke moet worden gesteld. Betrokkene heeft de officier van justitie niet in gebreke gesteld. Dat stelt hij niet en blijkt niet uit het dossier. Dat betekent dat dit verweer faalt. De kantonrechter stelt vast dat de redelijke termijn van berechting is overschreden en dat betrokkene voor deze overschrijding van de termijn moet worden gecompenseerd. De kantonrechter zal, onder verwijzing naar het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 juli 2023, de boete matigen met 25% tot € 127,5‬
  2. Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond; ‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie, in die zin dat de boete wordt gematigd tot een bedrag van € 127,50 (met handhaving van de administratiekosten); ‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt. Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 Wahv hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,
  3. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending: Zie de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 juli 2023, te vinden op www.rechtspraak.nl met nummer ECLI:NL:GHARL:2023:6369

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.